2. Het verzoek
De vrouw verzoekt – na vermindering van haar verzoek – bij beschikking, voor de duur van het echtscheidingsgeding te bepalen en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, tot het toevertrouwen van de minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] , aan de vrouw.
De man heeft ter zitting desgevraagd verklaard geen verweer te voeren tegen het verzoek tot toevertrouwing van de minderjarigen aan de vrouw, omdat hij op dit moment gedetineerd zit en niet anders kan. De man heeft verder – samengevat – verklaard dat partijen zijn gehuwd volgens de Syrische wet en dat hij ook wenst te scheiden volgens de Syrische wet. Verder heeft de man verklaard dat hij zodra hij uit de gevangenis komt, graag de kinderen wil zien en dat hij niet van plan is om dan zijn gezag over de kinderen op te geven.
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan.
3. De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht;
Omdat partijen de Syrische nationaliteit bezitten heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt omdat de gewone verblijfplaats van de echtgenoten en de kinderen in Nederland is en dat zij naar Nederlands recht dient te beslissen op het verzoek.
Toevertrouwing;
De rechtbank ziet gelet op de huidige situatie waarin de vrouw met de minderjarigen in de veilige opvang verblijft en de man is gedetineerd in verband met huiselijk geweld, geen andere mogelijkheid dan de minderjarigen op dit moment - bij wijze van voorlopige voorziening - aan de vrouw toe te vertrouwen. Dit komt ook overeen met de feitelijke situatie en acht de rechtbank ook het meest in het belang van de minderjarigen. Ook de Raad adviseert toewijzing van dit verzoek. Omdat de man geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek van de vrouw en de rechtbank dit verzoek in het belang van de minderjarigen acht, zal het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
Raadsonderzoek;
Gelet op de zorgelijke situatie tussen partijen en de onduidelijkheid wat er gaat gebeuren op het moment dat de man niet langer gedetineerd zal zijn, ziet de rechtbank aanleiding om de Raad te vragen een onderzoek te verrichten, en daarover in het kader van de bodemprocedure te rapporteren en advies uit te brengen.
De rechtbank zal de Raad, locatie Middelburg , derhalve verzoeken om vooruitlopend op en ten behoeve van de bodemprocedure (bekend onder zaaknummer C/02/445200 / FA RK 26-881) onderzoek te verrichten, en te rapporteren en adviseren omtrent de (on)mogelijkheden van omgang tussen de minderjarigen en de niet-verzorgende ouder. Omdat in de bodemprocedure tussen partijen tevens de gezagsituatie en het hoofdverblijf van de minderjarigen in geschil is, zal de rechtbank – zo is ter zitting met partijen besproken – de Raad tevens verzoeken onderzoek te verrichten en te adviseren omtrent de vraag bij wie van de ouders het hoofdverblijf van de minderjarigen dient te worden vastgesteld, en of het gezamenlijk gezag in stand dient te blijven of gewijzigd dient te worden naar eenhoofdig gezag.
De rapportage van de Raad moet worden ingediend ten behoeve van voornoemde tussen partijen aanhangige bodemprocedure. De advoca(a)t(en) van partijen wordt verzocht in de bodemprocedure melding te maken van het nu ten behoeve van die procedure te starten Raadsonderzoek.
Tot slot;
Tegen deze beslissing staat, nu het voorlopige voorzieningen betreft, geen gewoon rechtsmiddel open. Ingevolge artikel 824 lid 1 Rv kan alleen cassatie in het belang der wet worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft.
4. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] (Syrië) op [geboortedag 1] 2012, [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] (Syrië) op [geboortedag 2] 2013, [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] (Syrië) op [geboortedag 3] 2014, [minderjarige 4] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 4] 2023, en [minderjarige 5] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 5] 2025, worden toevertrouwd aan de vrouw;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Middelburg, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de onder rechtsoverweging 3.4. vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren, en bepaalt dat het hierover door de Raad op te maken rapport bij de rechtbank moet worden ingediend ten behoeve van de hoofdzaak met kenmerk C/02/445200 / FA RK 26-881.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026, in tegenwoordigheid van De Pooter, griffier.