ECLI:NL:RBZWB:2026:4404

ECLI:NL:RBZWB:2026:4404

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/02/446702 / JE RK 26-574
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

verlenging ots, korter dan verzocht om vader de mogelijkheid te geven zijn mening te geven

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446702 / JE RK 26-574

Datum uitspraak: 20 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI.

Hoewel correct opgeroepen, is de vader niet verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 mei 2024 [minderjarige 1]

en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI, zulks met ingang van 28 mei 2024 en tot 28 mei

2025.

Bij beschikking van 27 mei 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot en met 28 mei 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kunnen blijven waarborgen en de reeds ingezette en nog op te starten hulpverlening zorgvuldig te begeleiden. Dit betreft onder andere systeemtherapie. De GI merkt op dat er positieve ontwikkelingen zijn met name in het contact tussen de vader en [minderjarige 1] tijdens de begeleide omgang. Deze contacten verlopen prettig en goed. Tegelijkertijd blijven er zorgen bestaan over het taalgebruik van de vader, zijn emotieregulatie en de wijze waarop hij communiceert zowel richting de kinderen als in het contact met de moeder. De GI is zich er van bewust dat de vader belast is met zijn eigen problematiek en negatieve ervaringen uit het verleden met zijn ondertoezichtstelling. Dit is mogelijk van invloed op zijn houding en betrokkenheid richting de GI. Desondanks vindt de GI het van belang dat de vader actief bij het traject betrokken blijft en de gelegenheid krijgt om zijn visie te geven, mede omdat hij zich niet gehoord voelt. De GI wil de komende periode benutten om de vader hier beter in mee te nemen. De GI wil dat de vader bereikbaar is zodat er normaal gecommuniceerd kan worden. Daarnaast benadrukt de GI dat verbetering van de onderlinge communicatie tussen de ouders nodig is. De GI zal onderzoeken wat binnen de gestelde kaders mogelijk is. Dit gelet op het verlengde contactverbod. Een kortdurende verlenging van de ondertoezichtstelling acht de GI passend, zodat de opstart van de systeemtherapie kan plaatsvinden, de vader kan worden betrokken en de situatie op korte termijn opnieuw kan worden beoordeeld.

De moeder geeft tijdens de zitting aan dat zij akkoord is met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij vindt het belangrijk dat de hulpverlening wordt voortgezet. Voor haar staat voorop dat er rust, stabiliteit en veiligheid blijft voor de kinderen. De moeder geeft aan dat er eind vorig jaar nog een flinke escalatie is geweest met de vader waarbij de vader ook bedreigingen heeft geuit. Sindsdien vindt de omgang met [minderjarige 1] begeleid plaats en dat voelt veilig. De moeder ziet dat [minderjarige 1] het contact met zijn vader leuk vindt en dat de bezoeken over het algemeen goed verlopen, al blijft zij zich zorgen maken over het taalgebruik van de vader en de invloed daarvan op [minderjarige 1] . Volgens de moeder gaat het met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar omstandigheden goed. [minderjarige 1] zit op het speciaal onderwijs en hij ontwikkelt zich daar positief. [minderjarige 2] doet zijn eigen ding en functioneert stabiel. Hij ziet de huidige partner van moeder, die al jarenlang in beeld is, als zijn vader. Wat betreft het DNA-onderzoek geeft de moeder aan dat dit onderwerp naar de achtergrond is verdwenen door alle onrust en escalaties. Zij begrijpt dat het voor [minderjarige 2] belangrijk kan zijn om later te weten wie zijn biologische vader is, maar vindt het op dit moment belangrijker dat er eerst rust en duidelijkheid komt in de huidige situatie.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

De beoordeling

Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria zoals hierboven vermeld. De kinderrechter zal het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling echter toewijzen voor de duur van drie maanden. Het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden. De kinderrechter zal deze beslissing hierna toelichten.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting stelt de kinderrechter vast dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds aanwezig is. Bij [minderjarige 1] bestaan er zorgen over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, emotieregulatie en is er sprake van een loyaliteitsconflict richting zijn ouders. Hoewel de begeleide omgang met de vader op dit moment positief verloopt, blijft toezicht nog nodig. Bij [minderjarige 2] liggen de zorgen met name in zijn identiteitsontwikkeling doordat hij al lange tijd geen contact heeft met de vader en er onduidelijkheid bestaat over het biologisch vaderschap.

Daarnaast stelt de kinderrechter vast dat er nog steeds zorgen zijn over de ouders. De oudercommunicatie is ernstig verstoord en het lukt hen onvoldoende om samen te werken in het belang van de kinderen. Met name de vader laat een wisselende medewerking zien en heeft moeite met emotieregulatie wat de verbetering van de oudercommunicatie en voortgang van de ondertoezichtstelling belemmert. De ingezette hulpverlening waaronder begeleide omgang, diagnostiek voor [minderjarige 1] en de op te starten systeemtherapie is nog onvoldoende afgerond en dient te worden voortgezet. De GI zal zich daarbij in het bijzonder moeten richten op het verbeteren van de samenwerking met de vader.

Vanwege het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot de pro forma zitting half augustus 2026. Daarbij weegt mee dat de vader niet aanwezig was op de zitting en alsnog de gelegenheid moet krijgen om zijn standpunt toe te lichten. Bij een volgende zitting dient hij aanwezig te zijn. De moeder zal voor deze nieuwe zitting niet meer hoeven te worden opgeroepen omdat zij haar standpunt al heeft toegelicht.

De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk 1 augustus 2026 per brief kort te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de huidige stand van zaken rondom de begeleide omgang tussen [minderjarige 1] en de vader, de ontwikkelingen van de vader, in hoeverre de samenwerking met de vader tot stand is gekomen en hoe deze samenwerking verloopt. Tevens dient de GI te berichten of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van drie maanden, te weten met ingang van 28 mei 2026 en tot 28 augustus 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt het resterende deel van het verzoek met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling aan tot een pro forma nader te bepalen zitting medio augustus 2026, bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, Kousteensedijk 2, 4331 JE;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 4 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand