RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446186 / JE RK 26-471
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna te noemen de GI,
wonende in Tilburg,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.M. Molkenboer,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 maart 2026;
het bericht van vader van 16 april 2026 met bijlagen.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 29 april 2025 tot 29 april 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. Het afgelopen jaar heeft de GI veel ingezet om het vertrouwen van ouders in de hulpverlening weer terug te krijgen. De afspraak is gemaakt dat vooral vooruit gekeken wordt. Beide ouders hebben veel liefde voor [minderjarige] . Ze willen beide het beste voor haar en staan open voor alles wat maakt dat [minderjarige] fijn opgroeit. Ouders hebben in elkaar echter weinig vertrouwen. Het lijkt alsof ouders op een ander niveau met elkaar communiceren, wat maakt dat ze elkaar niet begrijpen. Er ontstaat dan onrust/frustratie. Dit ligt vooral in de omstandigheid dat ouders elkaar niet begrijpen. Ouders hebben de ondertiteling van de GI nodig om met elkaar afspraken te maken. [minderjarige] is een vrolijk meisje wat graag erbij wil horen. Op school wordt gezien dat [minderjarige] niet altijd de juiste aansluiting vindt bij haar klasgenoten. Het lijkt dat [minderjarige] het lastig vindt om op de juiste manier contact te maken en aan te sluiten bij wat de ander nodig heeft of vraagt. Daarom is besloten [minderjarige] aan te melden bij [afdeling] . Dit is een afdeling van [accommodatie] die intensieve naschoolse dagbehandeling geeft aan kinderen die net iets meer nodig hebben. Het traject staat nog in de startblokken. [accommodatie] is daarnaast betrokken bij moeder. Dit is ingezet vanuit het vrijwillig kader en loopt nu nog door. Moeder vindt het fijn dat iemand met haar meekijkt zowel in de opvoeding als de praktische zaken. De ouderschapsbemiddeling vanuit Sterk Huis staat ook in de startblokken. Dit zal zich richten op communicatie, een vorm van ouderschap (parallel) en het maken van een ouderschapsplan. Kortom; ouders hebben hard gewerkt het afgelopen jaar en stappen gezet. De omgangsregeling loopt naar behoren en tijdens de vakantie komen ouders tot afspraken over [minderjarige] . De GI vindt het belangrijk dat er regie gevoerd blijft worden nu de hulpverlening in de startblokken staat. De GI is nu nog nodig voor de ondertiteling tussen ouders en voor het vertrouwen van ouders in elkaar. De GI heeft echter de verwachting dat partijen met Sterk Huis een ouderschapsplan kunnen opstellen waarin strakke kaders en afspraken worden opgenomen. De communicatie tussen ouders zal alsdan minder noodzakelijk zijn. Ouders zullen elkaar de komende negen maanden moeten gaan vertrouwen en hun ouderlijke verantwoordelijkheid zelf weer op moeten pakken. De GI acht daarom een termijn van negen maanden voldoende.
De moeder is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij ervaart het als fijn dat de regie gehandhaafd wordt en dat er meegekeken wordt in de situatie.
Vader zou het liefst zien dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd voor de duur van een jaar. Hij is blij met de regie die gevoerd wordt en vindt het beangstigend als dit stopt.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat ouders nog steeds weinig vertrouwen in elkaar hebben en elkaar ook onvoldoende begrijpen. Er is daarom nog steeds een vertaalslag nodig door de GI om ouders op één lijn te krijgen en afspraken te maken die in het belang zijn van [minderjarige] . Verder staat de hulpverlening voor zowel ouders als [minderjarige] nog in de startblokken. Voor ouders komt de communicatie ook aan bod in het hulpverleningstraject. [minderjarige] heeft het ook nodig om verdere handvatten te krijgen om goed aan te kunnen blijven sluiten bij leeftijdgenoten. Om de hulpverlening in goede banen te leiden blijft regievoering door de GI nodig. De GI zal de vertaalslag ook moeten maken vanuit hulpverlening naar ouders en vice versa. Van belang is ook dat de hulpverlening voor [minderjarige] gecontinueerd en gemonitord wordt.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat reeds in het verleden is gebleken dat hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende van de grond is gekomen. Hulpverlening stagneert omdat ouders elkaar onvoldoende lijken te begrijpen.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 29 januari 2027. Deze termijn acht de kinderrechter op dit moment passend, omdat het de bedoeling is dat ouders met hulpverlening een ouderschapsplan opstellen waarin duidelijke kaders en afspraken worden opgenomen. Het is de verwachting dat de GI de vertaalslag steeds minder zal hoeven te maken. Bovendien is het is ook aan ouders om hun ouderlijke verantwoordelijkheid weer zelf te pakken.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 29 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier, en op schrift gesteld op 24 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.