ECLI:NL:RBZWB:2026:4410

ECLI:NL:RBZWB:2026:4410

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/02/446289 / JE RK 26-486
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling en verzoek machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446289 / JE RK 26-486

Datum uitspraak: 20 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

[de stiefvader] ,

hierna te noemen: de stiefvader,

wonende in [woonplaats 1] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 maart 2026.

het bericht van de vader, ontvangen op 16 april 2026.

de toetsing van de Raad, ontvangen op 20 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- een tweetal vertegenwoordigers van de GI

De vader, de moeder en de stiefvader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader, de moeder en de stiefvader wel juist zijn opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 mei 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 2 mei 2023 en tot 2 mei 2024. Bij diezelfde beschikking is [minderjarige] uit huis geplaatst in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 2 mei 2023 en tot 2 november 2023. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervolgens telkens verlengd, laatstelijk tot 2 mei 2026.

[minderjarige] verblijft op het jeugdhuis van de [accommodatie] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan meerderjarigheid van [minderjarige] , te weten tot 30 juli 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan meerderjarigheid van [minderjarige] , te weten tot 30 juli 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek. [accommodatie] heeft aangeboden om mee te denken over een zelfstandig wonen traject voor [minderjarige] . [minderjarige] heeft zich echter de laatste tijd een aantal keer agressief opgesteld, waardoor de [accommodatie] heeft aangegeven dat ze hem op deze manier niet kunnen opnemen na zijn achttiende. De GI heeft via de moeder aan [minderjarige] aangegeven dat hij na zijn achttiende niet terug naar de moeder kan en dat begeleid wonen wenselijk is. Verder heeft de moeder aan de GI laten weten het eens te zijn met de verzoeken.

De vader heeft via een bericht aan de rechtbank laten weten akkoord te gaan met zowel de verlenging van de ondertoezichtstelling als de verlenging van de uithuisplaatsing.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de zorgen over [minderjarige] nog niet zijn weggenomen. [minderjarige] is onvoldoende zelfstandig en zorgt niet goed voor zichzelf. Op dit moment lukt het [minderjarige] ook niet om een passende dagbesteding of werk vast te houden. Het ontbreekt [minderjarige] daarbij aan probleembesef en motivatie. Daarnaast is [minderjarige] niet gemotiveerd voor hulpverlening vanuit de verlengde jeugdhulp. De kinderrechter maakt zich zorgen over [minderjarige] als hij straks meerderjarig is. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de kwetsbare situatie van [minderjarige] verder te monitoren en om te werken aan meer stabiliteit en rust in het leven van [minderjarige] . De GI dient samen met [minderjarige] te werken aan een plan voor na zijn meerderjarigheid. Dit plan moet worden geborgd en worden overgedragen aan de betrokken partijen in het vrijwillig kader.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 30 juli 2026.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter oordeelt dat [minderjarige] veel ondersteuning nodig heeft. Deze ondersteuning kunnen de ouders hem niet bieden. [minderjarige] heeft geen contact met zijn vader. Met zijn moeder heeft [minderjarige] een aantal keer per week contact. De moeder is echter snel overvraagd en lijkt aangeleerde dingen niet snel op te pakken. Gelet daarop en op de problematiek van [minderjarige] is thuis wonen op dit moment niet mogelijk. De kinderrechter acht het van belang dat de plaatsing van [minderjarige] bij de [accommodatie] wordt gecontinueerd.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 30 juli 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 juli 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 4 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand