ECLI:NL:RBZWB:2026:4427

ECLI:NL:RBZWB:2026:4427

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer 02-340446-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vrijspraak van aanranding omdat de rechtbank de overtuiging mist.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-340446-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie)

volgens SKDB geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland

laatst opgegeven verblijfplaats: [verblijfplaats]

raadsman mr. I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 mei 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie,

mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [aangeefster] heeft aangerand.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde, met uitzondering van het trachten te kussen, wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de aangifte van [aangeefster] ,

welke steun vindt in de verklaringen van de vriendin en vriend van aangeefster over de gemoedstoestand van aangeefster en (deels ook) de verklaring van de [huisbaas] . Tot slot heeft de officier van justitie nog gewezen op de op het bed van aangeefster aangetroffen verfsporen, die eveneens steun geven aan haar verklaring.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft daartoe aangevoerd dat ondersteunend bewijs voor de aangifte ontbreekt en dat er juist feiten en omstandigheden in het dossier aanwezig zijn die de aangifte weerspreken.

Het oordeel van de rechtbank

Wettig bewijs

Bij de beoordeling van deze zaak heeft de rechtbank allereerst gekeken of zich voldoende wettig bewijs in het dossier bevindt om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit te komen. De rechtbank overweegt dat, naast de aangifte van [aangeefster] , in het dossier steunbewijs aanwezig is, te weten de verklaringen van de vriendin en vriend van aangeefster over haar gemoedstoestand en de op het bed van aangeefster aangetroffen vegen van verf. Daarnaast heeft de vriendin van aangeefster verklaard te hebben gezien dat verdachte na het incident via Google Translate zijn excuses heeft gemaakt.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig bewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Overtuigend bewijs

De vraag is vervolgens of de rechtbank aan de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen ook de overtuiging kan ontlenen om tot een veroordeling te komen. Uit de aangifte, die naar het oordeel van de rechtbank inconsistenties bevat, is gebleken dat verdachte aangeefster zou hebben betast aan haar borsten, heupen en billen. Op de van aangeefster gemaakte foto’s is te zien dat aangeefster die dag zwarte kleding droeg en dat op haar kleding enkel aan één zijde vegen aanwezig waren van verf. Deze vegen zouden volgens aangeefster afkomstig zijn van de natte muur in haar kamer waar zij tegenaan zou hebben geschuurd bij het verlaten van de kamer. Verder heeft aangeefster verklaard dat verdachte op het moment van de vermeende aanranding in haar kamer aan de muren aan het werk was met stuken of verven van muren en bij de aanhouding van verdachte werd door de politie ook gezien dat hij verf op zijn kleding en handen had. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat, indien verdachte met zijn verfhanden aangeefster op haar kleding zou hebben betast, dit ook op de zwarte kleding van aangeefster te zien moet zijn geweest. Nu dit bij onderzoek aan die kleding niet is geconstateerd, ontbreekt bij de rechtbank in voldoende mate de overtuiging dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde opzetaanranding van aangeefster. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken.

5. De overwegingen omtrent het beslag

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

6. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon, Samsung Galaxy S10+, IBN code 2787183.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.R.R. Loeve, voorzitter, mr. P.E. van Althuis en mr. M.E.I. Beudeker, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 mei 2026.

Mr. C.R.R. Loeve is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

7. Bijlage I

De tenlastelegging

hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland,met een persoon, te weten [aangeefster]een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten- het trachten te kussen op de mond en/of het gezicht van die [aangeefster] en/of- het knijpen in de (beklede) borst(en) van die [aangeefster] en/of- het betasten en/of aanraken van de (beklede) billen en/of heupen en/of benen vandie [aangeefster]terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak,en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgddoor dwang, geweld en/of bedreiging, doormeerdere malen voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen vanverzet/weerstand van die [aangeefster] , immers heeft die [aangeefster] (meerdere malen)aangegeven dit niet te willen en/of een afwijzende beweging gemaakt met haarvinger en/of heeft die [aangeefster] hem, verdachte, meerdere malen uit bed geduwden/of weggeduwd en/ofdoor het bed in te gaan (waar die [aangeefster] in lag) en/of voor de deur gaan staan(zodat die [aangeefster] niet weg kon);( art 241 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand