ECLI:NL:RBZWB:2026:4447

ECLI:NL:RBZWB:2026:4447

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 22-05-2026
Zaaknummer C/02/446584 / JE RK 26-540
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling en verlen(g)ing machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446584 / JE RK 26-540

Datum uitspraak: 21 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. E.J.W. Schuijlenburg uit Leidschendam,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. M. Buntsma uit Middelburg.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de advocaat van de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder is niet in persoon verschenen. Haar advocaat heeft namens haar haar standpunt naar voren gebracht.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2025 [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld tot 24 april 2026. Bij deze beschikking is tevens een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsvervangende omgeving (pleeggezin of gezinshuis) tot 24 oktober 2025. Bij beschikking van 21 oktober 2025 is vervolgens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin verleend met ingang van 24 oktober 2025 tot 24 april 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI, zoals ter zitting is toegelicht, verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg en verlening van een machtiging voor een gezinsgerichte voorziening, beiden voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht dat er bij de moeder sprake is van verslavingsproblematiek. Zij heeft eerder aangegeven de periode van de ondertoezichtstelling nodig te hebben om te werken aan haar persoonlijke problematiek. Hoewel de moeder openstaat voor hulp en zich hiervoor inzet, lukt het haar onvoldoende om haar situatie te stabiliseren. Zij valt nog terug in haar oude gedrag en zij is niet in staat om voor [minderjarige] een veilige opvoedingsomgeving te bieden. [minderjarige] verblijft momenteel in een pleeggezin waar hij tot de zomer van dit jaar kan blijven. Hij krijgt in dit pleeggezin de duidelijkheid en structuur die hij nodig heeft. Hij volgt therapie en hij gaat ook naar een zorgboerderij. Er wordt momenteel een passende vervolgplek voor [minderjarige] gezocht. De GI stelt zich op het standpunt dat het toekomstperspectief van [minderjarige] niet meer bij zijn moeder of bij zijn vader ligt. Er wordt dan ook naar een plek gezocht waar hij verder kan opgroeien. De voorkeur gaat uit naar een pleeggezin en als dat niet mogelijk is een kleinschalig gezinsgerichte voorziening (gezinshuis).

Namens de moeder is aangegeven dat de moeder instemt met het verzoek van de GI. De moeder heeft nog steeds de wens om uiteindelijk de zorg voor [minderjarige] weer op zich te nemen. Momenteel is zij in behandeling voor haar verslavingsproblematiek en volgt zij traumatherapie. Zij stond eerst ambivalent tegenover haar behandeling bij Novadic Kentron en zij heeft lange tijd op de wachtlijst gestaan. Inmiddels staat zij achter deze behandeling en zet zij zich hiervoor in. De moeder is echter nog niet zo ver dat zij de zorg voor [minderjarige] weer op zich kan nemen. Zij hecht wel veel waarde aan het contact met [minderjarige] en zij hoopt dat dit contact op termijn kan worden uitgebreid met een overnachting.

Door en namens de vader is naar voren gebracht dat hij het verzoek van de GI niet tegenspreekt. Wel wil hij aanvoeren dat voor een vervolgplaatsing van [minderjarige] ook gekeken dient te worden naar hem en zijn netwerk. Zo is de meerderjarige halfzus van [minderjarige] bereid om hem op te nemen in haar gezin. De GI heeft tot op heden deze mogelijkheid niet onderzocht. Ook is de vader van mening dat er door de GI echt ingezet moet worden op een pleeggezinplaatsing en in dat kader stelt hij ook vraagtekens bij de informatie waarmee [minderjarige] wordt aangemeld voor een plaatsing. Het is zeer van belang dat deze informatie de juiste situatie schetst. De vader acht het in het belang van [minderjarige] dat hij in een gezin kan opgroeien. Indien een plaatsing in een pleeggezin niet mogelijk is dan dient te worden gezocht naar een kleinschalig gezinshuis. De vader maakt zich hierover wel zorgen. Verder heeft hij aangegeven dat hij hoopt dat zijn omgang met [minderjarige] kan worden uitgebreid. Hij heeft [minderjarige] vanaf oktober 2025 slechts drie keer gezien.

5. De beoordeling

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling, zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW, is voldaan. Als het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid kan de kinderrechter op grond van artikel 1:265b eerste lid BW de gecertificeerde instelling (belast met de ondertoezichtstelling) op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlen(g)ing van een machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de ouders hem geen veilige opvoedingssituatie kunnen bieden die voldoet aan zijn opvoedingsbehoeften. Bij de moeder is sprake van verslavingsproblematiek. Hoewel zij werkt aan haar persoonlijke problematiek en zich inzet voor haar behandeling, is zij niet in staat om de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. Ook een plaatsing van [minderjarige] bij zijn vader is niet aan de orde. Na een lange tijd van het ontbreken van contact, is dit contact voorzichtig onder begeleiding hervat en er hebben sinds oktober 2025 drie begeleide contactmomenten plaatsgevonden. In het verdere contactherstel zal het tempo van [minderjarige] moeten worden gevolgd. Tevens dient de GI aandacht te hebben voor het contact van [minderjarige] met zijn moeder.

Hoewel het voor [minderjarige] het fijnste zou zijn dat hij in het huidige pleeggezin kan blijven, zal voor hem een nieuw pleeggezin gezocht moeten worden. De kinderrechter acht het van belang dat voor hem primair gezocht wordt naar een passend pleeggezin en als dat niet mogelijk is dat dan wordt gezocht naar een (kleinschalig) gezinshuis. Daarbij dient de GI in haar zoektocht ook te beoordelen of een netwerkplaatsing tot de mogelijkheden behoort. Voor nu is het voor [minderjarige] van belang dat hij in het huidige pleeggezin kan blijven tot de zomer van dit jaar en dat de hulpverlening en therapie die voor hem is uitgezet, wordt gecontinueerd zodat hij zich zo goed mogelijk verder kan ontwikkelen.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 24 april 2026 tot 24 april 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg van 24 april 2026 tot 24 april 2027 en verleent voor dezelfde periode een machtiging tot zijn uithuisplaatsing in een gezinsgerichte accommodatie (gezinshuis);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 4 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand