RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446587 / JE RK 26-541
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. E.J.W. Schuijlenburg uit Leidschendam,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De moeder is niet in persoon verschenen. Haar advocaat heeft namens haar een standpunt naar voren gebracht.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2025 [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld tot 24 april 2026. Bij deze beschikking is tevens een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij haar vader zonder gezag tot 21 oktober 2025. Deze machtiging is bij beschikking van 21 oktober 2025verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht dat er bij de moeder van [minderjarige] sprake is van verslavingsproblematiek. Zij heeft eerder aangegeven de periode van de ondertoezichtstelling nodig te hebben om te werken aan haar persoonlijke problematiek. Hoewel de moeder openstaat voor hulp en zich hiervoor inzet, lukt het haar onvoldoende om haar situatie te stabiliseren. Zij valt nog terug in haar oude gedrag en zij is niet in staat om voor [minderjarige] een veilige opvoedingsomgeving te bieden. [minderjarige] woont bij haar vader en daar ontwikkelt zij zich goed. Zij gaat naar school en zij heeft vriendinnen. [minderjarige] volgt therapie bij [therapeut] . Zij heeft regelmatig contact met haar moeder. Er is op dit moment nog niet voor gekozen om [minderjarige] bij haar moeder te laten overnachten vanwege de triggers voortkomend uit de heftige gebeurtenissen in de thuissituatie bij de moeder. De GI acht het in het belang van [minderjarige] dat de plaatsing bij haar vader wordt gecontinueerd. Het voornemen is om in het komende jaar in te zetten op het aanvragen van gezamenlijk gezag. De mogelijkheid wordt bekeken dat de ouders dit gezamenlijk kunnen aanvragen.
Namens de moeder is aangegeven dat zij instemt met het verzoek van de GI. De moeder heeft nog steeds de wens om uiteindelijk de zorg voor [minderjarige] weer op zich te nemen. Momenteel is zij in behandeling voor haar verslavingsproblematiek en volgt zij traumatherapie. Zij stond eerst ambivalent tegenover haar behandeling bij Novadic Kentron en zij heeft lange tijd op de wachtlijst gestaan. Inmiddels staat zij achter deze behandeling en zet zij zich hiervoor in. De moeder is echter nog niet zo ver dat zij de zorg voor [minderjarige] weer op zich kan nemen. Zij hecht wel veel waarde aan het contact met [minderjarige] en zij hoopt dat dit contact op termijn kan worden uitgebreid met een overnachting.
De vader heeft aangegeven dat hij het ook eens is met het verzoek van de GI. Het gaat bij hem thuis goed met [minderjarige] . Zij gaat naar school, rijdt paard en heeft vriendinnen. [minderjarige] heeft een goed contact met haar moeder. Het beangstigt de vader wel als de contactregeling wordt uitgebreid met een overnachting. Hij acht dit op dit moment nog niet verantwoord.
5. De beoordeling
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling, zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW, is voldaan. Daarnaast kan de kinderrechter op grond van artikel 1:265c tweede lid BW de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de uithuisplaatsing, zoals beschreven in artikel 1:265b eerste lid BW, is voldaan.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de moeder haar geen veilige opvoedingssituatie kan bieden die voldoet aan haar opvoedingsbehoeften. Bij de moeder van [minderjarige] is sprake van verslavingsproblematiek. Hoewel zij werkt aan haar persoonlijke problematiek en zich inzet voor haar behandeling, is zij niet in staat om de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. [minderjarige] woont bij haar vader, maar omdat haar vader niet belast is met het gezag over [minderjarige] is nog steeds een machtiging tot uithuisplaatsing nodig om deze plaatsing te waarborgen. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat de geboden hulpverlening en de plaatsing bij haar vader worden gecontinueerd. [minderjarige] ontwikkelt zich goed en zij profiteert van de hulpverlening. Ook heeft zij contact met haar moeder. In haar gesprek met de kinderrechter heeft zij aangegeven dat zij het nu nog wel goed vindt om bij de vader te verblijven. De komende periode zal worden bezien of het mogelijk is om het gezamenlijke gezag over [minderjarige] door de ouders samen aan te vragen.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 24 april 2026 tot 24 april 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag van 24 april 2026 tot 24 april 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 4 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.