RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446865 / FA RK 26-1769
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [persoon 1] , casemanager van het FACT-team;
mevrouw [persoon 2] , de tante van betrokkene.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 13 mei 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat het FACT-team een paar keer bij hem thuis is langs gekomen en dat hij dat op zich prima vindt. Betrokkene kan echter niet goed met de medewerkers van het FACT-team praten, omdat zij niet naar hem luisteren en zij tegen hem hebben gelogen. Hij vindt het niet eerlijk dat hij eerder is opgenomen. Wel komt betrokkene altijd al zijn afspraken en beloftes na. Daarnaast komt maatschappelijk werk regelmatig bij hem langs. Hij vindt dat fijn en wil dat graag zo houden. Ook vindt betrokkene het goed als er iemand bij hem thuis komt schoonmaken. Verder heeft betrokkene geen dagbesteding. Betrokkene wil graag dat er wordt onderzocht wat er met hem aan de hand is. Daarnaast wil betrokkene in plaats van depotmedicatie orale medicatie, omdat hij last heeft van de naald. Betrokkene vindt het verder prima om medicatie in te blijven nemen.
De casemanager van het FACT-team verklaart dat het contact met betrokkene inmiddels verbeterd is en dat betrokkene alle afspraken nakomt. Er is woonbegeleiding ingezet vanuit de WMO en dit verloopt goed. Verder is de casemanager een Wajong uitkering aan het regelen voor betrokkene. De casemanager acht een zorgmachtiging nodig, om ervoor te zorgen dat betrokkene de medicatie blijft nemen en zo het risico op een ontregeling te kunnen verkleinen. Daarbij is het een mogelijkheid om te kijken of het nemen van orale medicatie mogelijk is voor betrokkene. Dit dient betrokkene af te stemmen met de psychiater, waarbij onderzocht en gemonitord dient te worden of met de orale medicatie hetzelfde resultaat kan worden bereikt als met de depotmedicatie. Op dit moment zorgt de depotmedicatie ervoor dat betrokkene stabiel is. Het is van belang dat deze stabiliteit behouden blijft, zodat betrokkene in zijn woning kan blijven wonen met ambulante hulpverlening. Betrokkene heeft namelijk eerdere negatieve ervaringen opgedaan tijdens een opname. Betrokkene dient in het geval van orale medicatie medicatietrouw te zijn, waarbij ook de bloedspiegel telkens zal moeten worden bepaald. Verder geeft de casemanager aan dat betrokkene tot nu toe bepaalde dingen in zijn woning ontbeert, waaronder een bed. Het FACT-team heeft contact met de bewindvoerder om de woning van betrokkene op orde te krijgen.
Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg verklaart de casemanager dat het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het onderhouden van contact met het FACT-team noodzakelijk is. Ook zijn de verplichte zorgvormen die zien op een opname nodig, indien er sprake is van een ontregeling. Er dient voorkomen te worden dat betrokkene middels een crisisopname opnieuw een traumatische ervaring op doet, nu het verloop van de vorige opname al traumatiserend is geweest voor betrokkene. De overige verzochte vormen van verplichte zorg zijn niet noodzakelijk. Verder verklaart de casemanager dat een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden voldoende is om tegemoet te komen aan de wensen van betrokkene.
De tante van betrokkene geeft aan dat zij enige tijd niet in contact heeft kunnen komen met betrokkene, maar dat zij dat sinds drie weken wel weer heeft. De tante is daar blij mee en wil betrokkene verder graag ondersteunen. Wel is het hard nodig dat er iemand komt om de woning van betrokkene schoon te maken, omdat het heel vies is in zijn woning.
De advocaat voert namens betrokkene aan dat het op dit moment goed gaat met betrokkene en dat betrokkene bereid is om mee te werken aan de nodige zorg. Betrokkene komt de medicatie altijd halen en houdt zich aan de afspraken met de GGZ. Wel heeft betrokkene bezwaar tegen de depotmedicatie, maar dit kan volgens de casemanager in overleg met de psychiater worden vervangen door orale medicatie. Indien betrokkene orale medicatie krijgt, heeft hij geen bezwaar tegen de medicatie en is een zorgmachtiging niet nodig. De advocaat verzoekt daarom het verzoek af te wijzen. Indien de rechtbank toch van oordeel is dat een zorgmachtiging nodig is, verzoekt de advocaat de zorgmachtiging in duur te beperken. Daarnaast is de kans dat een opname nodig zal zijn klein, nu betrokkene meewerkt aan de toediening van de medicatie. De advocaat verzoekt daarom de verplichte vormen van zorg die zien op een opname, af te wijzen. Indien betrokkene dan alsnog ontregelt, kan er een crisismaatregel worden genomen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en/of persoonlijkheidsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Tijdens een psychotische decompensatie vertoont betrokkene ongeorganiseerd gedrag, waarbij betrokkene zijn dag en nachtritme omdraait en begint te dolen in de eigen woonomgeving en natuur. Eerder heeft betrokkene tijdens een psychotische decompensatie niet of slecht gegeten en gedronken. Ook veroorzaakte hij overlast in zijn woonomgeving en vervuilde hij zijn woning. Daarnaast heeft hij in het verleden veelvuldig de politie gecontacteerd.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Bij betrokkene ontbreekt het aan ziektebesef en -inzicht. Eerder was er sprake van vermoeden van medicatieontrouw, om die reden wordt de medicatie nu in depot vorm onder verplichte zorg versterkt. Op dit moment is er nog geen voldoende vertrouwen in de bereidheid van betrokkene om de zorg in een vrijwillig kader voort te zetten, onder andere gelet op het feit dat betrokkene niet lang geleden nog opgenomen is geweest op de High Intensive Care. Om te voorkomen dat betrokkene medicatie in depotvorm gaat weigeren en het toestandsbeeld zal verslechteren met ernstig nadeel tot gevolg, is de komende periode verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante FACT-team.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de casemanager van het FACT-team tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank gaat ervan uit dat de zorgverleners telkens voor de minst ingrijpende vorm van verplichte zorg zullen kiezen en de toegewezen zorgmodaliteiten niet langer dan noodzakelijk zullen aanwenden, nu uitgangspunt en voorwaarde in de Wvggz voor de toepassing van verplichte zorg is dat verplichte zorg altijd zo beperkt mogelijk moet worden toegepast.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
De rechtbank zal de machtiging verlenen voor een kortere duur dan verzocht, namelijk voor een duur van zes maanden. Tijdens de zitting is de wens van betrokkene besproken om de huidige depotmedicatie te vervangen door orale medicatie, nu betrokkene bezwaar heeft tegen de depotmedicatie. De casemanager heeft aangegeven dat het in overleg met de psychiater mogelijk is om te onderzoeken of de medicatie veranderd kan worden. De komende periode is een zorgmachtiging nodig om te onderzoeken of dit mogelijk is en dit proces vervolgens te begeleiden en te monitoren. In de komende tijd is het aan betrokkene om te laten zien dat hij medicatietrouw blijft en zijn afspraken blijft nakomen. De rechtbank is van oordeel dat na zes maanden bekeken dient te worden of de zorgmachtiging nog nodig is of dat de behandeling en medicatie op vrijwillige basis voortgezet kan worden.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 28 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.