ECLI:NL:RBZWB:2026:447

ECLI:NL:RBZWB:2026:447

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 11768096 CV EXPL 25-2161
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Gedaagde heeft een tandartsbehandeling ondergaan terwijl zij onder bewind is gesteld. Hiervoor had zij geen toestemming van de bewindvoerder of een vervangende machtiging van de kantonrechter. De factuur is niet betaald. Eiseres vordert betaling van deze onbetaald gelaten factuur. Het bewind is niet gepubliceerd in het openbare curatele- en bewindregister. Niet is vast komen te staan dat de zorgverlener of eiseres met het bewind bekend was. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11768096 \ CV EXPL 25-2161

Vonnis van 14 januari 2026

in de zaak van

INFOMEDICS B.V.,

te Almere,

eisende partij,

hierna te noemen: Infomedics,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders B.V,

tegen

DICHTBIJ B.V, M.H.O.D.N. DICHTBIJ BEWINDVOERING, HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [betrokkene],

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Dichtbij,

gemachtigde: mr. C.L.J. Beljaarts.

1. De zaak in het kort

[betrokkene] heeft een tandartsbehandeling ondergaan terwijl zij onder bewind is gesteld. Hiervoor had zij geen toestemming van de bewindvoerder of een vervangende machtiging van de kantonrechter. De factuur is niet betaald. Infomedics vordert betaling van deze onbetaald gelaten factuur. Het bewind is niet gepubliceerd in het openbare curatele- en bewindregister. Niet is vast komen te staan dat de zorgverlener of Infomedics met het bewind bekend was. De vordering wordt toegewezen.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 mei 2025;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

Bij beschikking van 3 oktober 2018 is Dichtbij aangesteld als opvolgend bewindvoerder over de goederen van [betrokkene] .

Op 5 september 2024 heeft [betrokkene] een tandheelkundige behandeling ondergaan bij [de zorgverlener] , tandarts-implantoloog (hierna: de zorgverlener).

De zorgverlener heeft de uit de behandeling van 5 september 2024 voortvloeiende vordering gecedeerd aan Infomedics.

Met de factuur van 23 oktober 2024 heeft Infomedics een bedrag van € 331,36 bij [betrokkene] in rekening gebracht voor de behandeling van 5 september 2024. Deze factuur is niet betaald.

4. Het geschil

Infomedics vordert - samengevat - veroordeling van Dichtbij tot betaling van € 331,36, vermeerderd met rente en kosten.

Infomedics legt aan de vordering ten grondslag dat zij als rechtsopvolger van de zorgverlener recht heeft op betaling van de factuur voor de behandeling ter hoogte van € 331,36.

Dichtbij voert verweer. Zij voert aan dat de zorgverlener, dan wel Infomedics, wist dat [betrokkene] haar goederen onder bewind waren gesteld, omdat het bewind kenbaar was. Volgens Dichtbij is de bewindvoerder gedagvaard en was het adres van de bewindvoerder bij de zorgverlener bekend. Daaruit volgt volgens Dichtbij dat de zorgverlener, dan wel Infomedics, van het bewind op de hoogte was. De kosten voor de behandeling kunnen daarom niet op de onder bewind staande goederen van [betrokkene] worden verhaald.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Verschijnen bewindvoerder

De dagvaarding van Infomedics vermeldt [betrokkene] als gedaagde. Op grond van vaste jurisprudentie dient in zo’n situatie normaliter de eiser in staat gesteld te worden om de bewindvoerder alsnog in rechte te betrekken. In deze zaak is de bewindvoerder (Dichtbij) door het indienen van de conclusie van antwoord feitelijk in het geding verschenen en heeft zij al inhoudelijk gereageerd op de vordering van Infomedics. Gelet op deze gang van zaken ziet de kantonrechter geen reden om Infomedics op te dragen Dichtbij in haar hoedanigheid van bewindvoerder op te roepen. De vordering wordt geacht te zijn gericht tegen Dichtbij.

Ongeldige rechtshandeling kan Infomedics niet worden tegengeworpen

[betrokkene] haar goederen staan onder bewind. Tijdens dat bewind kan [betrokkene] slechts met medewerking van haar bewindvoerder of met machtiging van de kantonrechter over haar goederen beschikken (artikel 1:438 lid 2 BW). Schulden die tijdens het bewind ontstaan uit een handeling met of jegens [betrokkene] zonder medewerking van de bewindvoerder of machtiging van de kantonrechter, kunnen niet op de onder bewind staande goederen van [betrokkene] worden verhaald als de schuldeiser het bewind kende of behoorde te kennen (artikel 1:440 BW). In de wet is verder bepaald dat indien een rechtshandeling ongeldig is, omdat zij ondanks het bewind werd verricht door of gericht tot de rechthebbende, deze ongeldigheid aan de wederpartij slechts kan worden tegengeworpen als deze het bewind kende of had behoren te kennen (artikel 1:439 lid 1 BW).

Niet in geschil is dat [betrokkene] een tandartsbehandeling heeft ondergaan op 5 september 2024 bij de zorgverlener zonder medewerking van Dichtbij of de kantonrechter, terwijl haar goeden op dat moment onder bewind stonden.

De vraag die centraal staat is of de zorgverlener het bewind kende of behoorde te kennen ten tijde van de uitgevoerde behandeling.

Tussen partijen staat vast dat het bewind van [betrokkene] ten tijde van de uitvoering van de behandeling niet was ingeschreven in het Centrale curatele- en bewindregister. Het argument dat de zorgverlener het bewind behoorde te kennen, omdat het stond ingeschreven in het register en dit openbaar is, gaat in dit geval dan ook niet op. De vraag is dan of de zorgverlener daadwerkelijk op de hoogte was van het bewind.

Dichtbij heeft aangevoerd dat Infomedics Dichtbij heeft gedagvaard en daarmee heeft erkend het bewind te kennen. De zorgverlener noch Infomedics kunnen daarom een beroep doen op derdenbescherming van artikel 1:439 lid 1 BW. Ook is het postadres van Dichtbij bij Infomedics bekend. Infomedics heeft de factuur verzonden naar het postbusadres van Dichtbij. Daaruit volgt volgens Dichtbij dat zij met het bewind bekend was.

Infomedics voert daartegenover aan dat zowel zij als de zorgverlener het bewind niet kende ten tijde van de uitvoering van de behandeling op 5 september 2024. Dichtbij heeft de beschikking waaruit de onderbewindstelling blijkt pas op 9 januari 2025 aan Infomedics verzonden. Op 14 november 2024 heeft de zorgverlener een adreswijziging doorgevoerd op de rekening van [betrokkene] . Aan de op dat adres gerichte berichten of aanmaningen is echter nimmer gereageerd. De 14-dagenbrief is vervolgens naar het eigen adres van [betrokkene] getuurd, omdat de incassogemachtigde van Infomedics nogmaals het curatele- en bewindregister heeft geraadpleegd. Hieruit is wederom niet naar voren gekomen dat [betrokkene] onder bewind staat.

De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende vaststaat dat de zorgverlener, dan wel Infomedics, ten tijde van de behandeling ervan op de hoogte was dat [betrokkene] onder bewind was gesteld. Anders dan Dichtbij stelt, is niet zij als bewindvoerder, maar [betrokkene] in persoon door Infomedics gedagvaard. Vervolgens is Dichtbij in de procedure verschenen. Hieruit volgt niet dat de zorgverlener of Infomedics op de hoogte was van het bewind.

Dat het postadres van de bewindvoerder is gebruikt door Infomedics, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Dichtbij heeft onvoldoende onderbouwd waarom het bewind hierdoor kenbaar zou zijn. Gesteld noch gebleken is namelijk dat Infomedics wist dat het postadres van de bewindvoerder was. De factuur is niet gericht aan Dichtbij, maar aan [betrokkene] . Ook zijn geen andere feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de zorgverlener of Infomedics het bewind kende. Door het enkele feit dat de factuur naar een postbusadres is gestuurd, staat niet vast dat de zorgverlener wist dat het postadres van de bewindvoerder was. De factuur dateert daarbij van na de behandeling. Terwijl het relevant is of de zorgverlener ten tijde van de behandeling af wist van het bewind. Dit betekent dat de ongeldigheid van de rechtshandeling de zorgverlener en Infomedics niet kan worden tegengeworpen.

Het voorgaande betekent dat de door de zorgverlener aan Infomedics gecedeerde vordering wordt toegewezen.

De buitengerechtelijke incassokosten

Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [betrokkene] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics heeft aan [betrokkene] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 49,70 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

De proceskosten

Dichtbij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,78

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

164,00

(2 punten × € 82,00)

- nakosten

41,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

460,78

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Dichtbij om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 331,36, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Dichtbij om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 49,70 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Dichtbij in de proceskosten van € 460,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Dichtbij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?