ECLI:NL:RBZWB:2026:448

ECLI:NL:RBZWB:2026:448

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 23/12031
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Bpm

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof, Bothof Services B.V.),

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur,

en

de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 21 november 2023.

De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 5.521.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag in stand gelaten.

De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende mr. M.U. Sahin, verbonden aan Bothof Services B.V. en namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag aan belanghebbende heeft opgelegd. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond moeten worden verklaard en dat de naheffingsaanslag moet worden verminderd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende heeft op 11 mei 2022 aangifte gedaan ter zake van de inschrijving van een Mercedes Benz GLE-klasse 300d 4Matic premium plus met [VIN-nummer] (de auto), en een bedrag aan Bpm voldaan van € 7.021.

Bij de aangifte is een taxatierapport gevoegd van [taxateur] van 5 mei 2022. Daarin is een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat opgenomen van € 44.500, gebaseerd op een marktonderzoek waarbij is uitgegaan van de gemiddelde vraagprijs van vier referentievoertuigen verminderd met een handelsmarge van 35%. De taxateur heeft een schadebedrag van afgerond € 19.059 geconstateerd en daarvan € 17.000 in mindering gebracht op de handelsinkoopwaarde. De taxateur heeft de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 27.500.

De inspecteur heeft een hertaxatie laten verrichten door Dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ). De bevindingen zijn opgenomen in een rapport van 23 mei 2022. De hertaxateur heeft de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat vastgesteld op € 50.893 aan de hand van een koerslijst van AutotelexPro. De hertaxateur heeft een bedrag aan schade geconstateerd van € 1.353 en daarvan € 974 (72%) op de handelsinkoopwaarde in mindering gebracht. Hij heeft de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 49.919.

De inspecteur heeft op basis van de hem ter beschikking staande gegevens het standpunt ingenomen dat de verschuldigde Bpm moet worden vastgesteld op € 12.542. Met dagtekening 28 oktober 2022 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 5.521 aan verschuldigde Bpm.

Overwegingen

4. Tussen partijen is in geschil welke afschrijvingsmethode moet worden toegepast, de hoogte van de historische nieuwprijs en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat.

Afschrijvingsmethode

Indien sprake is van een voertuig met meer dan normale gebruiksschade of indien sprake is van een voertuig dat niet voorkomt op een in de handel algemeen toegepaste koerslijst mag de afschrijving worden bepaald aan de hand van een taxatierapport.

Is sprake van meer dan normale gebruiksschade?

De taxateur van belanghebbende heeft schade geconstateerd voor een bedrag van € 19.059 en daarvan 89% op de handelsinkoopwaarde in mindering gebracht. De hertaxateur van DRZ heeft ook schade in aanmerking genomen, ter grootte van € 1.353 en daarvan 72% op de handelsinkoopwaarde in mindering gebracht. Nu beide partijen uitgaan van een waardevermindering wegens schade is de rechtbank van oordeel dat de afschrijving voor de auto in het onderhavige geval kan plaatsvinden aan de hand van de taxatiemethode op de grond dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade.

De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende, gelet op de gemotiveerde betwisting van de inspecteur, aan de hand van het taxatierapport en de foto’s niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een hoger bedrag aan schade dan waar de inspecteur reeds rekening mee heeft gehouden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de auto bijna twee en half jaar oud is en 109.020 kilometer heeft gereden.

De door belanghebbende overgelegde reparatiefactuur brengt daarin geen verandering. De inspecteur heeft gemotiveerd betwist dat de factuur betrekking heeft op de onderhavige auto. Belanghebbende heeft daartegenover gesteld dat zij deze factuur van de cliënt heeft ontvangen. De rechtbank stelt vast dat op de factuur alleen de merknaam van de auto is vermeld, en dat er geen kenteken of VIN-nummer bij is vermeld, zodat niet met zekerheid is vast te stellen dat deze factuur betrekking heeft op de auto zelf. Het gelijk is op dit punt aan de inspecteur.

Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een hoger percentage dan 72% als waardevermindering in aanmerking te nemen. Belanghebbende heeft daarvoor niet aan de op haar rustende bewijslast voldaan. De rechtbank gaat daarom uit van een waardevermindering van € 974, te weten 72% van € 1.353.

De overige stellingen van de inspecteur met betrekking tot het taxatierapport hoeven dan geen behandeling meer.

Historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde

Belanghebbende heeft op 25 maart 2024 een koerslijst overgelegd van Xray. De rechtbank leidt uit de stukken en het verhandelde ter zitting af dat belanghebbende zich op deze koerslijst beroept en uitgaat van een historische nieuwprijs van € 107.197 en een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 41.231 zoals deze volgen uit deze koerslijst.

De rechtbank ziet in hetgeen de inspecteur ter zitting heeft verklaard met betrekking tot deze koerslijst geen aanleiding om deze koerslijst van Xray buiten beschouwing te laten. Voor zover het hierbij gaat om feitelijke stellingen laat de rechtbank deze buiten beschouwing als tardief. De inspecteur had de gelegenheid om hier eerder op te reageren aangezien belanghebbende de koerslijst al in 2024 heeft overgelegd. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om de koerslijst buiten beschouwing te laten gelet op het verschil in CO2-uitstoot tussen de auto en het referentievoertuig, zoals de inspecteur heeft gesteld. Uit interne correspondentie van de Belastingdienst die belanghebbende als nader stuk heeft overgelegd, blijkt immers dat op grond van intern beleid kleinere verschillen in CO2-uitstoot toepassing van de koerslijst niet verhinderen.

Ook volgt de rechtbank de stelling van de inspecteur niet dat bij toepassing van de taxatiemethode niet kan worden uitgegaan van een koerslijstwaarde verminderd met een bedrag wegens schade. De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 17 november 2023.

Gelet op al het vorenoverwogene stelt de rechtbank de historische nieuwprijs vast op € 107.197 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 40.257.

Hoogte naheffingsaanslag

Uitgaande van een historische nieuwprijs van € 107.197, een handelsinkoopwaarde van € 40.257 en een bruto Bpm van € 26.488 stelt de rechtbank de verschuldigde Bpm vast op € 9.947. Belanghebbende heeft op aangifte reeds een bedrag van € 7.021 voldaan zodat de naheffingsaanslag moet worden verlaagd naar € 2.926. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval interne compensatie toe te passen zoals de inspecteur heeft verzocht.

Immateriële schadevergoeding

Belanghebbende heeft op 19 december 2023 verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen het onderhavige geschil beslecht had moeten zijn.

De rechtbank stelt vast dat de inspecteur het bezwaarschrift op 2 november 2022 heeft ontvangen. De rechtbank doet uitspraak op 27 januari 2026. De redelijke termijn van twee jaar is met afgerond vijftien maanden overschreden. Belanghebbende heeft recht op een schadevergoeding van € 1.500.

Omdat de bezwaarfase afgerond dertien maanden heeft geduurd en daarmee zeven maanden te lang komt € 700 (7/15e) voor rekening van de inspecteur en de rest (€ 800) voor rekening van de Staat. De rechtbank merkt de Staat in zoverre mede aan als partij in dit geding.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar. Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten.

De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 2.926;

- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 700;

- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 800;

- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 365 aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 3.200 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. den Braber-Riemens, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.M. de Fouw, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.A. den Braber-Riemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?