ECLI:NL:RBZWB:2026:4484

ECLI:NL:RBZWB:2026:4484

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 23-05-2026
Zaaknummer C/02/440419 FA RK 25-5083
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Tussenbeschikkng, wijziging zorgregeling, informatieregeling

Uitspraak

2. De feiten

Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad. De minderjarige kinderen

van partijen zijn:

1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009 (hierna: [minderjarige 1] ),

2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 20l2 (hierna: [minderjarige 2] );

- de man heeft de kinderen erkend;

- partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen;

- de kinderen hebben het hoofdverblijf bij de vrouw.

Partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt over de verzorging en opvoeding van de kinderen. Deze afspraken zijn opgenomen in een ouderschapsplan, door de ouders ondertekend op 20 september 2016.

In het ouderschapsplan zijn partijen onder meer een informatieregeling overeengekomen, die kort samengevat, inhoudt dat zij elkaar over en weer op de hoogte stellen over zaken die betrekking hebben op de kinderen. De vrouw onderhoudt de contacten met school en zal de rapporten of andere schoolinformatie aan de man doorgeven en partijen informeren elkaar over zaken die betrekking hebben op de voortgang van de kinderen op school. Partijen hebben afgesproken dat zij telefonisch contact onderhouden.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 28 december 2017 is het ouderschapsplan van 20 september 2016 gewijzigd en is als regeling tot verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen partijen en de kinderen vastgesteld dat de kinderen verblijven:

⸰ eenmaal per veertien dagen van donderdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de man;

met betrekking tot de vakanties:

⸰ in de zomervakantie twee weken (de eerste of de laatste twee weken) bij de man en vier weken bij de vrouw;

⸰ de overige vakanties buiten de herfstvakantie bij helfte bij de man respectievelijk de vrouw;

waarbij voor voornoemde vakanties geldt dat de man in de even jaren de eerste keuze heeft en de vrouw in de oneven jaren;

⸰ de herfstvakantie bij de man,

en zijn partijen naar [hulpverlening] verwezen voor deelname aan een hulpverleningstraject.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 8 februari 2018 is het door partijen op 20 september 2016 ondertekende ouderschapsplan gewijzigd in die zin dat de man met ingang van 1 augustus 2017 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vrouw zal betalen € 145,50 per kind per maand.

Ingevolge de beschikking van 8 februari 2018 dient de man nu -inclusief de wettelijke indexering- € 195,32 per maand per kind te betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

3. De verzoeken

Wijziging zorgregeling

De man verzoekt, bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. wijziging van de zorgregeling die is vastgelegd in de beschikking van 28 december 2017, dan wel de mondelinge afspraak die nadien over de zorgregeling is gemaakt,

voor zover dit de reguliere regeling betreft (niet de vakantie- en feestdagenregeling), in die zin dat de kinderen voortaan eenmaal per twee weken van vrijdag 16.00 uur (de man

haalt de kinderen op dat tijdstip in [plaats] van de trein op) tot zondag 19.00 uur (de man zet de kinderen op dat tijdstip weer op de trein in [plaats] ) bij de man verblijven;

2. de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen aan de hiervoor genoemde zorgregeling, op verbeurte van een dwangsom van € 500,=, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor ieder dag dat de vrouw in gebreke blijft haar medewerking daaraan te verlenen, gemaximeerd tot € 50.000,=;

3. vaststelling van een informatieregeling, inhoudende dat de vrouw de man eenmaal per

maand informatie verschaft over onder andere:

 de schoolprestaties van de kinderen, onder overlegging van hun cijferlijsten en

rapporten;

de hobby’s en activiteiten van de kinderen;

de sociale contacten van de kinderen (familie, vrienden en vriendinnen, enz.);

de gezondheid van de kinderen (eventuele doktersbezoeken, medische

behandelingen en medicijnengebruik);

4. de vrouw te bevelen de reiskosten van de kinderen in het kader van de zorg- en

contactregeling als bedoeld in artikel 1, tweede alinea onder het kopje “Woonplaats en

verhuizingen” van het ouderschapsplan van 20 september 2016, voor haar rekening te

nemen.

De vrouw verzoekt, samengevat:

1. te bepalen dat de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van 28 december

2017 van de rechtbank Gelderland te wijzigen, in die zin dat contact/omgang tussen de man, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal plaatsvinden op een wijze in onderling overleg tussen partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te bepalen;

2. de proceskosten te compenseren.

Wijziging bijdrage

De vrouw verzoekt, samengevat, bij beschikking voor zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] primair met ingang van 10 februari 2025 en subsidiair met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, zijnde 30 september 2025, nader vast te stellen op € 431,= per maand per kind, althans met ingang van een zodanige datum en op een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht;

- de proceskosten te compenseren.

De man verzoekt het verzoek van de vrouw tot wijziging van de kinderalimentatie af te

wijzen.

4. De beoordeling

Zoals met partijen tijdens de zitting is afgesproken zal de rechtbank in deze zaak twee beschikkingen geven. In deze beschikking zal de rechtbank de volgende verzoeken beoordelen en daarop beslissen:

- wijziging van de zorgregeling die is vastgelegd in de beschikking van 28 december 2017, dan wel van de mondelinge afspraak die nadien over de zorgregeling is gemaakt;

- de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen aan de hiervoor genoemde zorgregeling, op verbeurte van een dwangsom;

- vaststelling van een informatieregeling.

De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij zo spoedig mogelijk de beslissing geeft op voornoemde verzoeken. Partijen zijn tijdens de zitting in de gelegenheid gesteld om tot 1 april 2026 nadere financiële bescheiden in het geding te brengen. De beslissing op de verzoeken tot wijziging van de kinderalimentatie en over de reiskosten is daarom aangehouden tot 1 [geboortedag 2] 2026 voor het afgeven van een nadere beschikking.

Wijziging zorgregeling, bevel tot medewerking en dwangsom

De standpunten

De man legt aan zijn verzoek tot wijziging van de zorg- en contactregeling het

volgende ten grondslag. Er is sprake van een wijziging van omstandigheden. De vrouw is zonder overleg en zonder zijn toestemming met de kinderen naar [woonplaats 1] verhuisd. Vanwege de reisafstand tussen [woonplaats 1] en zijn huidige woonplaats [woonplaats 2] is het niet meer mogelijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot maandagochtend bij hem verblijven overeenkomstig de in de beschikking van de rechtbank Gelderland van 28 december 2017 vastgestelde zorgregeling. De kinderen zijn voor het reizen tussen [woonplaats 1] en [woonplaats 2] aangewezen op het openbaar vervoer, omdat hij geen auto heeft. Het is in die situatie voor de kinderen niet haalbaar om op maandagochtend op tijd op school te zijn. De vastgestelde zorgregeling wordt al enige tijd niet meer uitgevoerd. De omgang tussen de man en [minderjarige 1] is onregelmatig. Het is hem gebleken dat [minderjarige 1] zelf het initiatief neemt om contactmomenten met hem af te spreken en dat verloopt goed. Het is voor hem akkoord dat voortaan omgang tussen hem en [minderjarige 1] zal plaatsvinden op in onderling overleg tussen partijen en [minderjarige 1] te bepalen momenten, zoals de vrouw verzoekt. Dit ligt anders voor [minderjarige 2] , want sinds de vrouw een procedure tot wijziging van de kinderalimentatie aanhangig heeft gemaakt, komt [minderjarige 2] nauwelijks nog bij hem. De man heeft de indruk dat de vrouw boos op hem is en dat zij [minderjarige 2] probeert bij hem weg te houden, omdat de man niet bereid is meer alimentatie te betalen. Het lukt hem niet om met [minderjarige 2] in contact te komen, niet via Whatsapp en ook niet op andere manieren. Hij houdt vast aan zijn verzoek, want partijen hebben afspraken gemaakt en deze moeten worden nagekomen. Gelet op de houding van de vrouw de afgelopen tijd, heeft de man er geen vertrouwen in dat de vrouw zich ervoor zal inspannen dat de (gewijzigde) zorgregeling wordt nageleefd en [minderjarige 2] zal stimuleren om naar hem toe te gaan. Om die reden verzoekt hij de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen aan de zorgregeling en aan dat bevel een dwangsom te verbinden.

De vrouw betwist dat zij zonder overleg met de man samen met de kinderen naar [woonplaats 1] is verhuisd. Zij is het met de man eens dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden na de beschikking van 28 december 2017. De gewijzigde omstandigheid is dat de kinderen zelf hebben aangegeven niet meer naar de man toe te willen gaan. Inmiddels zijn de kinderen op een leeftijd gekomen dat zij zelf inspraak mogen en moeten hebben in de omgang met de man. Een zorgregeling met vaste omgangsmomenten past daar volgens de vrouw niet meer bij. Zij verzoekt de vastgestelde zorgregeling om die reden te wijzigen. Het verzoek van de man haar te bevelen haar medewerking te verlenen aan een zorgregeling en daaraan een dwangsom te verbinden moet volgens de vrouw worden afgewezen. Toewijzing van dat verzoek zal tot executieproblemen leiden en tot escalatie en conflicten en dat is niet in het belang van de kinderen. Er vindt nu al bijna een jaar geen omgang meer tussen de man en de kinderen plaats. Zij kan en wil de kinderen niet dwingen om zich aan een zorgregeling te houden. Tegelijkertijd ziet zij in dat het als hoofdverzorgende ouder van de kinderen haar taak is om het contact met de man te stimuleren. Dat doet zij nu al bij [minderjarige 2] door hem te stimuleren via Whatsapp contact te hebben met de man.

De mening van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in het gesprek met de kinderrechter verteld dat zij al geruime tijd geen uitvoerig geven aan de zorgregeling, maar wel contact hebben met de man. Zij ondernemen activiteiten met hun vader. Het op deze wijze contact onderhouden met hun vader vinden zij beiden prettig. Zij willen beiden niet terug naar een zorgregeling zoals die is vastgelegd in de beschikking van 28 december 2017 en hebben daarvoor ieder hun eigen redenen.

Het advies van de Raad

De Raad heeft naar voren gebracht dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op een leeftijd zijn gekomen dat zij langzamerhand gaan uitvliegen. Zij hebben een bijbaantje en zullen stappen gaan zetten naar zelfstandigheid. Het ligt op de weg van beide ouders om daarbij aansluiting te zoeken en die vast te houden. Het is voor de man lastig gebleken om met de kinderen over contactherstel te praten. Dit maakt dat de kinderen kunnen denken en voelen dat een enkel Whatsappbericht als contact voldoende is. Nu [minderjarige 2] de wens heeft uitgesproken om een paar dagen met zijn vader erop uit te gaan heeft de man een aanknopingspunt om weer contact met [minderjarige 2] te zoeken. Het is aan de man zelf om te bedenken op welke wijze hij aan de wens van [minderjarige 2] tegemoet kan komen. Er zijn voor de man voldoende mogelijkheden om het contact met [minderjarige 2] aan te trekken, bijvoorbeeld door zijn ouders daarbij te betrekken. De verantwoordelijkheid voor het herstel van het contact en het initiatief daartoe ligt bij hem, als vader van [minderjarige 2] en niet bij de vrouw. De vrouw heeft in het herstel van het contact wel een rol, van haar mag worden verwacht dat zij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in het hebben van contact met de man zal stimuleren. De Raad vindt een zorgregeling waarbij de kinderen een keer per maand tijd met de man doorbrengen het meest passend en in het belang van de kinderen.

De overwegingen van de rechtbank

Beide partijen verzoeken een wijziging van de zorgregeling, op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. (onder 1.) en 3.2. (onder 1.) weergegeven.

Partijen zijn met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] belast. In dit geval zijn de artikelen 1:253a juncto 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing. Op grond van artikel 1:253a lid 2 sub a BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Ingevolge artikel 1:377e BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een zorgregeling wijzigen indien de omstandigheden nadien zijn gewijzigd. De rechtbank dient een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt. Alvorens te beslissen dient de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 BW, een vergelijk tussen beide ouders te beproeven.

De rechtbank zal eerst beoordelen of zich na voormelde beschikking gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan die een onderzoek naar de vraag, of de in de beschikking van de rechtbank Gelderland van 28 december 2017 vastgestelde zorgregeling nog passend is, noodzakelijk maakt. De rechtbank constateert dat partijen na voormelde beschikking beiden inmiddels zijn verhuisd. Deze verhuizingen hebben tot gevolg dat de uitvoering van de zorgregeling ingewikkeld is geworden. De reisafstand tussen de woonplaatsen van partijen is groot en omdat de kinderen van het openbaar vervoer gebruik moeten maken voor het reizen tussen de beide woonplaatsen zijn de reisduur en de reiskosten toegenomen. Daarnaast hebben de kinderen in het gesprek met de kinderrechter verklaard dat zij een andere invulling wensen te geven aan het contact met hun vader. Gelet op de leeftijd van de kinderen weegt hun mening voor de beoordeling van de vraag of een zorgregeling nog passend is zwaar. De rechtbank ziet in deze omstandigheden grond om te onderzoeken of de vastgestelde zorgregeling nog passend en in het belang is van de kinderen.

Met partijen is op de zitting gesproken over de vraag welke zorgregeling het meest passend is voor de kinderen. Zij hebben daarover geen overeenstemming kunnen bereiken. De rechtbank zal daarom een beslissing nemen op de verzoeken die zien op wijziging van de zorgregeling.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat tijdens de zitting door partijen naar voren is gebracht, blijkt dat de communicatie tussen partijen minimaal is. In het verleden is enige vorm van communicatie tussen partijen evenmin mogelijk gebleken en daarom is destijds na de relatiebreuk gekozen voor parallel ouderschap. De man heeft tijdens de zitting verklaard dat hij niet met de kinderen over een wijziging van de zorgregeling heeft gesproken. De rechtbank vindt dit zorgelijk. Het is aannemelijk dat de kinderen vanwege het gebrek aan onderlinge communicatie tussen de ouders niet de ruimte voelen om hun wensen ten aanzien van de contacten met de man met hun ouders bespreekbaar te maken. Het is de rechtbank tijdens de zitting gebleken dat de vrouw in het uitblijven van het herstel van het contact tussen de man en [minderjarige 2] een grote rol door de man wordt toegedicht en dat de man onvoldoende in staat is om naar zijn eigen aandeel in de huidige situatie te kijken. Voor herstel van het contact met [minderjarige 2] is initiatief van de man echter belangrijk en nodig. De man zou daarin om te beginnen kleine stappen kunnen zetten. Aan de ander kant past het bij de leeftijd van de kinderen dat zij ook zelf hun wensen aangeven ten aanzien van de vorm en invulling van contacten met de ouders en dat deze wensen serieus worden genomen. In de gesprekken met de kinderen is naar voren gekomen dat hun wens in het contact met de man niet zit in de kwantiteit van de contacten (duur en frequentie) met de man, maar meer in de kwaliteit daarvan. Zij willen de contacten met hem verbinden aan een gezamenlijke activiteit. De rechtbank vindt deze vorm van contact gezien de leeftijd van de kinderen -wat maakt dat zij ook in de weekenden willen verblijven in hun nieuwe woonomgeving bij de vrouw om daar hun sociale kring op te bouwen – en de afstand tussen de woonplaatsen van partijen het meest passend voor de kinderen en in hun belang. [minderjarige 1] ziet de man inmiddels gemiddeld een keer per maand. De rechtbank volgt het advies van de Raad en zal de zorgregeling voor de man en [minderjarige 1] wijzigen met deze regeling. De rechtbank vindt de huidige situatie waarin [minderjarige 2] geen tot nauwelijks contact heeft met de man niet wenselijk. Het is anderzijds niet in het belang van [minderjarige 2] om een zorgregeling te bepalen waarin hij bij zijn vader moet verblijven op een plek waarmee hij geen verbinding heeft. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 2] dat hij een keer per maand contact heeft met de man, waarbij er in gezamenlijkheid iets wordt ondernomen en zal de zorgregeling met deze regeling aanpassen. Deze regeling biedt structuur en continuïteit in contacten met de man, wat voor een goede en stabiele ontwikkeling van [minderjarige 2] van belang is. Het is aan de man om in overleg met [minderjarige 2] aan de gezamenlijke activiteiten invulling te geven. Voor de vrouw betekent deze wijziging dat zij aandacht dient te hebben voor de regeling en dat zij de kinderen hieraan herinnert en hen suggesties doet voor de invulling daarvan. De rechtbank zal de in voormelde beschikking vastgestelde zorgregeling wijzigen op de hierna vermelde wijze.

Het verzoek van de man om de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen aan de zorgregeling en om aan dat bevel een dwangsom te verbinden, zoals weergegeven in 3.1. sub 2., zal worden afgewezen. Er zijn geen aanwijzingen dat het contact tussen de man en de kinderen is verminderd doordat de vrouw dat contact belemmert, zoals de man stelt. Daarnaast vindt de rechtbank het belangrijk dat de kinderen geen druk ervaren rondom de contactmomenten met de man. Aannemelijk is dat een bevel tot medewerking met een daaraan verbonden dwangsom bij de vrouw voor spanningen zal zorgen en dat deze spanningen voor de kinderen voelbaar zullen zijn, wat het (herstel van het) contact met de man niet ten goede zal komen.

Informatieregeling

De standpunten

Het verzoek van de man strekt tot wijziging van de in het ouderschapsplan overeengekomen informatieregeling. De man voert aan dat er vrijwel geen contact is tussen partijen en dat de vrouw hem niet op de hoogte houdt van belangrijke zaken betreffende kinderen. Hij wil de band met de kinderen verstevigen. Het zou voor hem in het leggen van contact met de kinderen helpend zijn als hij meer over het reilen en zeilen van de kinderen weet.

De vrouw stelt dat zij aan de man de belangrijkste zaken over de kinderen doorgeeft, maar dat hij haar Whatsappberichten niet leest.

Het advies van de Raad

De Raad vindt een informatieregeling waarbij de vrouw via Whatsapp de man een keer per maand informeert over de kinderen voor nu het meest passend. De vrouw dient daarbij aan te geven waar [minderjarige 2] zich graag mee bezighoudt, zodat de man aanknopingspunten heeft om met [minderjarige 2] in gesprek te gaan.

De overwegingen van de rechtbank

Zoals hiervoor is overwogen, kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op grond van artikel 1:253a lid 1 BW op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Op grond van lid 2 van dit artikel kan deze regeling omvatten de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd. De rechter kan op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake het verschaffen van informatie of een door de ouders onderling overeengekomen informatieregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Dit volgt uit lid 1 van artikel 1:377e BW dat volgens artikel 1:253a lid 4 BW van overeenkomstige toepassing is.

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de omstandigheden die de man heeft aangevoerd een onderzoek naar de vraag of de in het ouderschapsplan overeengekomen informatieregeling nog passend is.

Tijdens de zitting is met partijen over het verzoek van de man gesproken. Partijen hebben vervolgens de afspraak gemaakt dat de vrouw een keer per maand de man informeert

over belangrijke gebeurtenissen rondom de kinderen, waarbij informatie wordt gegeven over hun schoolprestaties, sportactiviteiten, gezondheid en over belangrijke zaken op (sociaal-)emotioneel gebied. Nu deze informatieregeling aansluit bij het advies van de Raad en volgens de rechtbank ook het meest passend is, zal het verzoek van de man, zoals weergegeven in 3.1. sub 3. in zoverre worden toegewezen, onder afwijzing van het meer of anders verzochte.

Aanhouding beslissing

De rechtbank houdt de beslissing op het verzoek tot het wijzigen van de door de man verschuldigde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, op het verzoek over de reiskosten en op het verzoek over de proceskosten aan tot 19 mei 2026 pro forma.

5. De beslissing

De rechtbank

wijzigt voormelde beschikking van de rechtbank Gelderland van 28 december 2017 als volgt:

bepaalt dat de minderjarigen:

1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009 (hierna: [minderjarige 1] );

2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 20l2 (hierna: [minderjarige 2] ),

in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken eenmaal per maand gedurende minimaal een dagdeel contact hebben met de man, individueel of gezamenlijk, met bepaling dat de man met het kind c.q. de kinderen in overleg afspraken zal maken over datum en tijd van het contactmoment en de wijze waarop het contactmoment wordt ingevuld;

wijzigt de in artikel 10 van het ouderschapsplan dat partijen op 20 september 2016 hebben gesloten opgenomen informatieregeling en bepaalt dat de vrouw de man éénmaal per maand schriftelijk informeert over belangrijke gebeurtenissen rondom de kinderen, waarbij informatie wordt gegeven over hun schoolprestaties, sportactiviteiten, gezondheid en over belangrijke zaken op (sociaal-)emotioneel gebied

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte over de zorgregeling, inclusief de verzochte dwangsom, en over de informatieregeling;

houdt iedere verdere beslissing aan tot 19 mei 2026 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026 in aanwezigheid van mr. Molema, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Bollen

Griffier

  • mr. Molema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand