RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446324 / JE RK 26-495
Datum uitspraak: 22 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een voor de rechtbank onbekend adres in het buitenland.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 maart 2026.
het bericht van de advocaat met bijlagen, ontvangen op 16 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 28 december 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 28 december 2022 en tot 9 mei 2023. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 9 mei 2026.
Bij beschikking van 5 juli 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleed met ingang van 5 juli 2024 en tot 19 juli 2024. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 9 mei 2026.
[minderjarige] verblijft op basis van de voornoemde machtiging op een locatie van [stichting] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI handhaaft de verzoeken en verwijst ter onderbouwing naar het verzoekschrift van 23 april 2026. [minderjarige] ontwikkelt zich goed en gaat sinds begin dit jaar vier tot vijf dagen in de week naar school. Door de schoolgang is [minderjarige] echter uit balans geraakt, waardoor hij erg huilerig is en een terugval heeft in gedrag. Hulpverlening voor de ouders, zoals parallel solo ouderschap, is een gepasseerd station. Er zit een groot risico in minimaal contact tussen de ouders. Het is daarom van belang dat ten alle tijde een derde persoon de communicatie tussen de ouders faciliteert. Het is daarnaast belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt over de financiën en dat er een ouderschapsplan wordt opgesteld. De visie van de GI over een gezagsbeëindigende maatregel voor de vader is niet overgenomen door de Raad. De omgang tussen [minderjarige] en de vader gaat op dit moment goed.
Door en namens de moeder wordt aangegeven dat de moeder achter de verzoeken van de GI staat. De moeder heeft geaccepteerd dat [minderjarige] niet thuis komt wonen. [minderjarige] ontwikkelt zich goed bij [stichting] , de moeder heeft daar een goed gevoel over. [minderjarige] kan in ieder geval een aantal uren in de week thuiskomen bij de moeder. Een nachtje blijven slapen is op dit moment lastig, maar de moeder onderzoekt de mogelijkheid voor een logeerbed in de woonkamer. Er zijn wel zorgen over de samenwerking tussen de ouders. Doordat de ouders niet communiceren bestaat het risico dat de machtiging uithuisplaatsing nodig blijft zijn. Het gaat veel vragen van de moeder om weer afspraken te maken met de vader. De moeder krijgt momenteel weinig mee van de omgang tussen de vader en [minderjarige] . Op het moment dat [minderjarige] goed blijft reageren op de vader, staat de moeder achter uitbreiding van de omgang tussen de vader en [minderjarige] .
5. De beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De kinderrechter ziet dat [minderjarige] zich ondanks zijn medische problematiek positief ontwikkelt. [minderjarige] zit bij [stichting] op een goede plek waar er veel aandacht voor hem is. Sinds januari gaat [minderjarige] naar school. Hoewel dit veel van hem vraagt, ontwikkelt hij zich op school goed. De GI zal goed blijven bekijken wat in dit kader haalbaar voor hem is. Daarnaast volgt de moeder wekelijks therapie bij [therapeut] , hetgeen essentieel is om het patroon van instabiliteit in de thuissituatie te doorbreken. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd, omdat de zorgen over [minderjarige] nog niet zijn weggenomen. De grootste zorg is dat de ouders niet gezamenlijk afspraken kunnen maken in het belang van [minderjarige] . Het contactverbod dat tussen de ouders geldt speelt hierin een grote rol. De GI loopt er ook tegen aan dat zowel de vader als de moeder niet altijd goed bereikbaar zijn. Dit is met name een probleem bij zaken waarvoor toestemming van de ouders noodzakelijk is. Het komende jaar moet door de GI en de ouders worden gewerkt aan het maken van goede afspraken, die mogelijk vastgelegd kunnen worden in een ouderschapsplan. Hierbij is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over het contact tussen de ouders, de omgang tussen de ouders en [minderjarige] en de financiën. Het is op dit moment nog niet duidelijk wat het hoogst haalbare is in de contactregeling tussen de vader en [minderjarige] .
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat ouders op dit moment onvoldoende in staat zijn om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Er is momenteel, vanwege het contactverbod, geen onderlinge communicatie mogelijk waardoor de ouders niet in staat zijn afspraken te maken in het belang van [minderjarige] . Daarnaast staan de ouders niet altijd in goed contact met de GI. Hierdoor is overdracht naar het vrijwillig kader nog niet mogelijk. Hulpverlening blijft noodzakelijk om het belang van [minderjarige] centraal te houden.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [minderjarige] verblijft sinds 2024 bij [stichting] . [minderjarige] heeft vanwege zijn medische situatie veel specialistische zorg nodig. De moeder kan de zorg voor [minderjarige] , in combinatie met de zorg voor zijn [halfzusje] , niet dragen. De moeder heeft inmiddels geaccepteerd dat [minderjarige] niet thuis kan wonen. De contacten tussen de vader en [minderjarige] vinden maandelijks plaats onder begeleiding van het Leger des Heils. De vader lijkt goed aan te kunnen sluiten bij [minderjarige] , maar de GI kan nog moeilijk inschatten wat het hoogst haalbare is in de bezoekregeling tussen de vader en [minderjarige] . De vader woont immers in [plaats] en bouwt daar zijn leven verder op. De kinderrechter ziet dat [minderjarige] bij [stichting] op zijn plek zit en dat hij zich daar goed ontwikkelt. Gelet op het voorgaande is het belangrijk dat het verblijf van [minderjarige] bij [stichting] gecontinueerd wordt. Het toekomstperspectief van [minderjarige] ligt in de specialistische gehandicaptenzorg. Voorlopig kan [minderjarige] bij [stichting] blijven, maar het is belangrijk dat [minderjarige] vanwege de lange wachttijden tijdig wordt aangemeld voor plekken elders.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 9 mei 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 9 mei 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026 door Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer als griffier, en op schrift gesteld op 6 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.