ECLI:NL:RBZWB:2026:4502

ECLI:NL:RBZWB:2026:4502

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 23-05-2026
Zaaknummer C/02/446292 / JE RK 26-488
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging ondertoezichstelling en verlening machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446292 / JE RK 26-488

Datum uitspraak: 22 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlening machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,

hierna te noemen de GI,

gevestigd te Eindhoven,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank onbekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 maart 2026;

de brief van [minderjarige] , ter zitting overgelegd door de jeugdbeschermer.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder (via Teams);

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

De vader is niet naar de zitting gekomen. De kinderrechter stelt vast dat hij op juiste wijze is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Dit heeft zij gedaan door een brief aan de kinderrechter te schrijven. Deze brief is door de jeugdbeschermer tijdens de zitting aan de kinderrechter overgelegd en door de kinderrechter voorgelezen. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 2 mei 2017 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Deze

maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 2 mei 2026.

Bij beschikking van 1 december 2023 is een machtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 1

december 2023 en tot 1 maart 2024, onder aanhouding van het resterende deel van het

verzoek.

Bij beschikking van 26 februari 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 1 maart

2024 en tot 2 mei 2024.

Bij beschikking van 29 april 2024 is de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende

dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met

ingang van 2 mei 2024 en tot 2 november 2024.

Bij beschikking van 1 november 2024 is de machtiging verlengd [minderjarige]

gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een

jeugdhulpaanbieder met ingang van 2 november 2024 en tot 2 mei 2025.

Bij beschikking van 23 april 2025 is de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende

dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met

ingang van 2 mei 2025 en tot 2 november 2025.

De GI heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie

van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 18 augustus 2025 beëindigd.

Bij beschikking van 31 oktober 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 31 oktober 2025 en tot 2 mei 2026.

[minderjarige] verblijft sinds 4 maart 2026 bij [accommodatie] in [plaats] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI - na wijziging - een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, naar de kinderrechter begrijpt bij [accommodatie] , te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI stelt dat [minderjarige] het traject bij [kliniek] met beide handen heeft aangegrepen, ook op de momenten wanneer het haar zwaar viel. Het is [minderjarige] gelukt om haar motivatie gedurende dit traject vast te houden en hardnekkige patronen te doorbreken. [minderjarige] heeft een hele gedragsverandering doorgemaakt. Zij oogt inmiddels als een volwassen vrouw, die wat van haar leven wil maken. Na haar ontslag is het nazorgtraject van [kliniek] gestart en is [minderjarige] bezig met het vinden van school en werk. [minderjarige] heeft de wens uitgesproken om niet terug te keren in de thuissituatie bij vader, maar om bij [accommodatie] te gaan wonen, de zus van moeder. Ondanks dat de vader persoonlijk hier veel moeite mee heeft, respecteert hij de beslissing van [minderjarige] . De GI vindt het nodig om de ontwikkelingen op te volgen, gezien de vele veranderingen die komen gaan. [minderjarige] woont sinds kort bij [accommodatie] , waar zij haar leven moet gaan invullen. Daarnaast zal zij weer naar school gaan en zal de nabehandeling dat hoort bij het traject van [kliniek] ook in de komende weken nog voortgezet worden. Ook blijft [hulpverlening] op een laagdrempelige manier betrokken. Het is duidelijk dat [hulpverlening] een vertrouwensband heeft opgebouwd met zowel [minderjarige] , de vader en tante. Het is voor hen fijn als [hulpverlening] voorlopig nog betrokken kan blijven en de ontwikkelingen kan monitoren totdat de situatie stabiel genoeg is. Tot slot benoemt de GI dat de moeder zich inmiddels bereikbaar opstelt.

De moeder ziet dat het goed gaat met [minderjarige] . De moeder is trots op de ontwikkeling die [minderjarige] bij [kliniek] heeft doorgemaakt. [minderjarige] benoemt naar haar dat ze nu echt gelukkig is en niet meer bang is om veroordeeld te worden op de fouten die zij maakt. Hoewel de moeder het liefst zou zien dat [minderjarige] bij haar komt wonen, staat zij achter het verblijf van [minderjarige] bij [accommodatie] . De moeder hoopt dat [minderjarige] bij haar zus tot rust kan komen en dat zij daar een leven kan opbouwen. De moeder benoemt dat zij geen contact heeft met haar zus. Zij staat hier wel open voor nu [minderjarige] bij haar woont, maar had tot op heden tijd nodig om alle ontwikkelingen een plek te kunnen geven. De moeder zou het fijn vinden als zij zaken rondom [minderjarige] met elkaar kunnen bespreken. Dit zal [minderjarige] ook ten goede komen.

[minderjarige] heeft een brief aan de kinderrechter geschreven. Hierin vertelt zij dat zij sinds een paar weken het traject bij [kliniek] positief heeft afgesloten. [minderjarige] heeft het gevoel dat zij zichzelf veel meer onder controle heeft en dat zij de rust in zichzelf vindt waar zij nooit de ruimte voor had om die te vinden. [minderjarige] is na dit traject bij [accommodatie] gaan wonen. [minderjarige] wilde dit zelf heel graag, omdat het bij mama of papa niet lukt vanwege de vele herinneringen, die voor haar een trigger kunnen vormen. [minderjarige] ziet het verblijf bij [accommodatie] als een nieuw begin. [minderjarige] hoopt dat zij hier mag blijven wonen, omdat zij bij haar echt zichzelf kan zijn. Ze is op zoek naar een sport en een baantje en gaat haar school in de komende tijd weer oppakken. [minderjarige] heeft een goede balans gevonden in het contact met haar ouders. [accommodatie] helpt haar daarbij indien nodig.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding.

De kinderrechter zal de (gewijzigde) verzoeken toewijzen en legt hieronder uit waarom zij tot dit oordeel komt.

De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] positieve stappen heeft gezet middels het traject bij [kliniek] . [minderjarige] heeft het traject met beide handen aangegrepen en is enorm gegroeid in haar ontwikkeling. De kinderrechter vindt dat [minderjarige] hiervoor een compliment verdient. [minderjarige] heeft na afronding van het traject aangegeven dat zij graag wil gaan wonen bij de zus van moeder, [accommodatie] . [minderjarige] verwacht hier meer tot rust te kunnen komen. De kinderrechter stelt vast dat alle betrokkenen achter de wens van [minderjarige] staan. Ondanks dat beide ouders dit een lastige keuze vinden, vindt de kinderrechter het knap dat zij [minderjarige] hierin kunnen steunen. Omdat de huidige ontwikkelingen nog pril zijn en de stabiliteit van korte duur is, vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI in de komende periode betrokken blijft om de veranderingen in het leven van [minderjarige] goed op te volgen. Zo zal [minderjarige] gaan starten op een nieuwe school, moet zij haar draai vinden in het dagelijkse leven binnen het gezin van [accommodatie] en zal de nabehandeling vanuit [kliniek] plaatsvinden. Continuering van de ondertoezichtstelling is tevens van belang om [accommodatie] de komende periode ondersteuning te kunnen bieden in opvoeding en begeleiding van [minderjarige] , om ervoor te waken dat de positieve ontwikkeling van [minderjarige] behouden blijft en waar nodig extra hulp in te zetten. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat de onweersproken verzoeken van de GI worden toegewezen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 2 mei 2026 en tot 2 mei 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten het gezin van [accommodatie] , met ingang van 2 mei 2026 en tot 2 mei 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026 door mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand