beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/441421 / JE RK 25-1948
herstelbeschikking d.d. 23 april 2026
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. I. de Dobbelaere-Woets uit Terneuzen,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend en gehoord:
- de Raad voor de Kinderbescherming Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen de Raad.
1. Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter d.d. 10 maart 2026 en de daarin vermelde stukken;
- het telefonische verzoek van mr. De Dobbelaere-Woets d.d. 24 maart 2026, gevolgd door de schriftelijke bevestiging van 7 april 2026.
2. De beoordeling
Mr. De Dobbelaere-Woets heeft op 24 maart 2026 namens de moeder telefonisch de kinderrechter verzocht om de beschikking d.d. 10 maart 2026 te herstellen, nu per abuis de zittingsdatum onjuist is vermeld. Bij emailbericht d.d. 7 april 2026 is namens mr. De Dobbelaere-Woets dit verzoek nader toegelicht.
De kinderrechter heeft bij brief van 7 april 2026 zowel de vader als de Raad en de GI in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek van mr. De Dobbelaere-Woets. De rechtbank heeft binnen de hiervoor gestelde termijn geen reactie ontvangen.
De kinderrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de kinderrechter op verzoek van een partij kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fouten. De kinderrechter is van oordeel dat er een kennelijke fout is opgetreden in de beschikking van 10 maart 2026, nu per abuis is benoemd dat de zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevinden op 9 december 2025 in plaats van 10 maart 2026. De kinderrechter is van oordeel dat voornoemde fout voor eenvoudig herstel vatbaar is. De belanghebbenden worden geacht niet in hun belangen te zijn geschaad door de wijziging en hebben niet laten blijken bezwaar te hebben tegen het herstel van voornoemde beschikking. De kinderrechter zal derhalve op onderstaande wijze beslissen.
3. De beslissing
De kinderrechter
bepaalt dat het navolgende gedeelte in de beschikking van 10 maart 2026:
“De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 december 2025.”
wordt gewijzigd in:
“De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026.”;
bepaalt dat deze wijziging onder vermelding van de datum van 23 april 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 10 maart 2026;
bepaalt dat de griffier van de verbeterde minuut van de beschikking van 10 maart 2026 aan de in de oorspronkelijke procedure verschenen partijen een afschrift, zo nodig opgemaakt in de executoriale vorm, verstrekt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.