RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446938 / JE RK 26-617
Datum uitspraak: 23 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge,
hierna te noemen het college,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. A. Koop- van Vliet uit Breda.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 1] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 april 2026;
de van het college ontvangen verklaring van een onafhankelijke gedragswetenschapper betreffende gesloten jeugdhulp, gedateerd 9 april 2026.
de op 17 april 2026 ontvangen aanvullende rapportage van het college.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] met haar advocaat;
de vader;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigsters van het college.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij [accommodatie] te [plaats 2] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 maart 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 10 april 2026. Deze maatregel is verlengd tot 24 april 2026.
3. Het verzoek
Het college verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 april 2026 tot [geboortedag] 2026, het moment waarop [minderjarige] 18 jaar wordt.
De ouders stemmen in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
4. De standpunten
Het college legt aan haar verzoek ten grondslag dat plaatsing en verblijf in gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze hulp onttrekt, verder in de problemen raakt en vaker met justitie in aanraking gaat komen. Haar veiligheid en die van anderen is in gevaar, omdat zij gevaarlijke situaties uitlokt en opzoekt. Haar veiligheid is enkel te borgen op een gesloten groep. Zij heeft op open groepen verbleven, maar heeft ook daar meermaals laten zien dat zij zichzelf en anderen in onveilige situaties brengt. Zo vertoont zij wegloopgedrag en neemt zij regelmatig messen mee naar buiten. Dit doet zij omdat de stemmen in haar hoofd hiertoe opdracht zouden geven. Voorts is er een patroon zichtbaar dat wanneer er onduidelijkheid is over de duur van haar verblijf of mogelijke terugkeer naar huis dit leidt tot escalaties in het gezin. Door de gesloten plaatsing te verlengen tot haar 18e verjaardag, wordt haar rust en stabiliteit geboden. Vanuit die rust, veiligheid, structuur en stabiliteit dient ingezet te worden op onderzoek en behandeling. In de hoop dat zij vanaf haar 18e een uitstroomperspectief heeft. Zij lijkt nu in de gesloten setting tot rust te komen. Door middel van co-regulatie en nabijheid is zij sneller in staat weer te kalmeren en in gesprek te komen. Begrenzen heeft effect. In een open setting heeft [minderjarige] laten zien dat zij terugvalt in oude patronen en gedrag, wat leidt tot een crisissituatie. Het is noodzakelijk dat de huidige gesloten jeugdhulp nog langer voortduurt voor onderzoek en verdere stabilisatie.
Met haar nadere rapportage van 17 april 2026 informeert het college de rechtbank over recente gebeurtenissen. Vader heeft op 8 april 2026 met [minderjarige] besproken dat ze mogelijk niet naar huis gaat na 24 april 2026 omdat het college voornemens is een verlenging aan te vragen. De dagen erna hebben er blijvend escalaties plaatsgevonden, waarbij [minderjarige] zich van een balustrade op zo’n drie meter hoogte naar beneden heeft laten vallen. Ook heeft zij meerdere keren aangegeven een grote hoeveelheid medicatie te hebben ingenomen of wc-reiniger te hebben gedronken. Al deze keren is zij in het ziekenhuis gecontroleerd en heeft zij geen ernstig lichamelijk letsel overgehouden aan de voorvallen. Het patroon lijkt weer zichtbaar te worden dat wanneer de verblijfplaats voor [minderjarige] onduidelijk is, zij escaleert. Gelet op het ernstig risicovolle gedrag is een gesloten setting met 1 op 1 begeleiding noodzakelijk. Ingezet gaat worden op intensieve samenwerking met De Viersprong om op zeer korte termijn te komen tot duidelijke beeldvorming (psychologisch onderzoek) ten aanzien van de problematiek van [minderjarige] , de behandeling en de vervolgsetting die nodig is.
De ouders geven toestemming voor de verlenging van de gesloten plaatsing. Zij zien de noodzaak dat stabiliteit en rust nodig zijn om haar verder te helpen. Duidelijke kaders die alleen een gesloten setting bieden. Een open setting belemmert haar om aan zichzelf te werken. Ook kan ze in de huidige setting beter onderzocht worden en open staan voor herstel.
Door en namens [minderjarige] is naar voren gebracht dat de stemmen in haar hoofd momenteel erg zijn. Deze plek is misschien niet de juiste plek voor haar, maar op dit moment wel de meest veilige plek. Verder wenst [minderjarige] dat er snel behandeling in wordt gezet voor haar, want ze wil graag beter worden. Op dit moment is er ook geen dagbesteding voor haar en dat zou ze ook graag willen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter machtigt de het college om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot aan haar meerderjarigheid. In het verleden is gebleken dat een open setting onvoldoende kaders heeft geboden voor [minderjarige] en onvoldoende verbetering heeft gebracht in een patroon van steeds escalerende gedragsproblematiek. De gedragswetenschapper heeft geconcludeerd dat voortzetting van de gesloten plaatsing noodzakelijk is en proportioneel en passend. Daarnaast zijn alle betrokkenen het erover eens dat de gesloten setting voor nu de meest veilige setting is, met name gelet op de recente, heftige gebeurtenissen. Er is geen duidelijkheid over wat er aan de hand is, wat [minderjarige] nodig heeft en hoe het verder moet na haar 18e verjaardag. Voor nu leiden haar gedragingen tot gevaar voor zichzelf en voor anderen. Minder ingrijpende maatregelen hebben geen soelaas geboden en zelfs in geslotenheid gaat het mis. Het is urgent dat er zo snel ingezet moet worden op intensieve samenwerking met De Viersprong. Op zeer korte termijn moet gekomen worden tot duidelijke beeldvorming (middels psychologisch onderzoek), ten aanzien van de problematiek van [minderjarige] , de behandeling en de vervolgsetting die nodig is. De tijd dringt immers, nu [minderjarige] op korte termijn 18 jaar zal worden. In het belang van [minderjarige] dient het voorgaande in een gesloten setting plaats te vinden. De kinderrechter heeft aan [minderjarige] desgevraagd meegegeven dat zij tot haar 18e verjaardag bij [accommodatie] zal verblijven. De kinderrechter benadrukt dat het zaak is dat nu de tijd genomen gaat worden voor haar behandeling, ook omdat zij zelf graag wil dat ze beter wordt. Duurzaam beter worden betekent dat er nu geïnvesteerd moet worden.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 april 2026 tot [geboortedag] 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier, en op schrift gesteld op 28 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.