RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445989 / FA RK 26-1305
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [woonplaats] ,
advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op
12 maart 2026;
de van de advocaat van betrokkene op 24 maart 2026 ontvangen producties;
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling ter zitting van 26 maart 2026;
de van GGZ WNB ontvangen medische verklaring, gedateerd 2 april 2026;
de van de officier van justitie ontvangen ‘Intrekking verzoek Zorgmachtiging’,
gedateerd 9 april 2026.
2. Het verzoek
De officier van justitie heeft de rechtbank op 12 maart 2026 verzocht een zorgmachtiging voor betrokkene te verlenen.
Op 26 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek ter zitting plaats gevonden. Naar aanleiding van deze zitting heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek pro forma aangehouden en is de Geneesheer Directeur - hierna: GD - van de GGZ WNB uitdrukkelijk verzocht om op basis van de naar aanleiding van het beoordelings-gesprek op 2 april 2026 geactualiseerde medische verklaring te beoordelen c.q. te beslissen of een zorgmachtiging al dan niet noodzakelijk wordt geacht en indien de GD een zorgmachtiging niet langer noodzakelijk acht, de rechtbank daarover vóór 14 april 2026 schriftelijk te berichten en tegelijkertijd het openbaar ministerie daarvan in kennis te stellen, opdat de officier van justitie kan beslissen tot indienen van een aanvullend verzoek, dan wel - gegeven de beslistermijn op het voorliggend verzoek - intrekking van het nu voorliggend verzoek en het indienen van een nieuw verzoek bij de rechtbank.
De rechtbank heeft een geactualiseerde medische verklaring ontvangen, opgesteld door onafhankelijk [psychiater] , gedateerd 2 april 2026. Daarin heeft de onafhankelijk psychiater verklaard niet van oordeel te zijn dat de daarin vernoemde persoon lijdt aan een psychische stoornis waaruit gedrag voortvloeit dat een ernstig nadeel veroorzaakt dat niet zonder verlening van verplichte zorg kan worden afgewend.
Vervolgens is door de officier van justitie op 9 april 2026 het verzoek ingetrokken.
3. De beoordeling
Gelet op de intrekking van het verzoek en ook omdat naar het oordeel van de rechtbank er geen belang meer is bij een (verdere) behandeling zal worden beslist dat het verzoek wordt afgewezen.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.