RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445823 / FA RK 26-1224
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking van over benoeming voogdij
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, ZEELAND-WEST-BRABANT,
locatie Breda, hierna te noemen: de Raad,
over de minderjarige:
[minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2023,
hierna: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur, hierna: de gecertificeerde instelling (GI)
De rechtbank merkt als informant aan:
[de tante (moederszijde] ,
hierna te noemen: de tante (moederszijde),
wonende te [plaats] .
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de Raad van 5 maart 2026, ingekomen bij de griffie op diezelfde dag, waaronder de bereidverklaring van de GI van 3 maart 2026;
- her raadsrapport van 3 maart 2026, ingekomen bij de griffie op 12 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
een medewerkster namens de Raad, vergezeld door een collega in opleiding als toehoorder;
twee vertegenwoordigsters van de GI;
de tante.
2. De feiten
De moeder van [minderjarige] , mevrouw [de moeder] , geboren op 7
[geboortedag 2] 1997 te [geboorteplaats 2] , is op 29 november 2025 overleden.
De moeder was op het moment van haar overlijden alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
Bij beschikking van 19 december 2025 (in de zaak met kenmerk C/02/442892 / FA RK 25-6369) heeft de kinderrechter de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] .
De GI heeft zich op 3 maart 2026 bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, te benoemen tot voogd over [minderjarige] .
4. Het standpunt van de Raad
Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, het volgende aan. Op 29 november 2025 is de moeder overleden. Op dat moment was zij met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast. Na het overlijden van de moeder gaf haar familie aan nood te hebben aan ondersteuning door iemand met wettelijk mandaat om beslissingen te nemen. Bij beschikking van 19 december 2025 is de GI belast met de voorlopige voogdij. Het aanstellen van een tijdelijke wettelijk vertegenwoordiger heeft ervoor gezorgd dat praktische zaken voor [minderjarige] geregeld konden worden.
[minderjarige] woonde samen met de moeder. Inmiddels zorgt de tante, moederzijde, fulltime voor [minderjarige] . De biologische vader van [minderjarige] geeft geen juridische relatie tot hem. De vader heeft na de geboorte van [minderjarige] afstand van hem genomen. Nadat hij op de hoogte is gebracht over het overlijden van de moeder gaf hij aan dat hij wil onderzoeken welke rol hij kan gaan spelen in het leven van [minderjarige] . De vader komt hierin reëel over. De huurwoning van de moeder is overgezet op naam van de tante. Zij begint haar draai te vinden in de zorg voor [minderjarige] en haar eigen dochter. De tante probeert [minderjarige] een duidelijke structuur te geven. Dit had hij bij de moeder nauwelijks. [minderjarige] heeft in zijn nog jonge leven veel meegemaakt in de thuissituatie bij de moeder, ten gevolge van haar persoonlijke problematiek. De opvoedsituatie bij de moeder was onveilig. Voor [minderjarige] is er een coach rouwverwerking ingezet. Daarnaast heeft hij een traumatherapeut die ook voor de tante beschikbaar en steunend is.
Het is van belang dat er te allen tijde belangrijke beslissingen over [minderjarige] genomen kunnen worden, zoals over de verdere afwikkeling van de praktische zaken (formaliseren pleegzorgplaatsing en afwikkeling nalatenschap). Daarbij is het voor [minderjarige] is het van belang dat de stabiliteit en rust in zijn opvoedomgeving geborgd is, dat er voldoende ondersteuning is voor de tante die de opvoedrol op zich heeft genomen en dat bezien wordt welke rol de vader in het leven van [minderjarige] kan en wil spelen. Het beleggen van de voogdij bij een neutrale instantie als de GI, wordt in het belang van [minderjarige] geacht. Idealiter zal in de toekomst iemand binnen het systeem de rol van de GI overnemen. Onderzocht zal moeten worden hoe dit verder vormgegeven gaat worden. Hiervoor is tijd nodig.
5. Het standpunt van belanghebbende en informant
Namens de GI is, samengevat, naar voren gebracht dat het goed met [minderjarige] gaat. In de eerste periode heeft de GI actie ondernomen om te kijken welke mogelijke rol de biologisch vader kan innemen in het leven van [minderjarige] . In dat kader heeft er onder begeleiding van de GI een kennismaking plaatsgevonden tussen de vader en de tante en ook heeft de vader een eerste contact met [minderjarige] gehad. [minderjarige] reageerde hier anders op dan verwacht. Onderzocht zal moeten worden of er sprake is van een patroon en zo ja, waar dit gedrag mogelijk vandaan komt. De vader maakt op de GI een positieve indruk. Hij heeft reële verwachtingen en is goed in samenwerking met de GI. In contact met [minderjarige] is hij geduldig. In de komende weken vindt er wekelijks een contactmoment plaats. Het is belangrijk om hierin een goede basis te leggen. Daarna zal worden bekeken wat de mogelijkheden van de vader zijn voor een rol in het leven van [minderjarige] . Gelet op de emoties in de relatie tussen de vader en de familie van de moeder, is het belangrijk dat de GI als neutrale derde bij [minderjarige] betrokken blijft. Het contact tussen de vader, [minderjarige] en zijn systeem moet op een neutrale manier ondersteund worden. De GI ziet dit als de belangrijkste opdracht. Daarnaast is [minderjarige] gestart bij spel- en traumatherapie en de tante krijgt ondersteuning van pleegzorg. Voor de komende periode is het van belang dat er stabiliteit en rust voor [minderjarige] komt. De GI schaart zich achter het verzoek van de Raad.
De tante brengt, samengevat, naar voren dat er in de afgelopen periode veel op haar af is gekomen. Naast het overlijden van de moeder, haar zus, heeft zij nu de zorg voor twee kinderen én is zij verhuisd. Dat pleegzorg nu is betrokken, ervaart zij als helpend. Hoewel het met [minderjarige] goed gaat, ziet de tante dat hij na het contact met de vader uitingen laat zien van onrust. [minderjarige] reageert direct op veranderingen. Wat de onderliggende reden daarvan is, is niet bekend. Het is belangrijk om hierover te blijven schakelen met pleegzorg, de GI en de therapeut van [minderjarige] . Waar in het raadsrapport is opgenomen dat de tante zich volledig in het verzoek van de Raad kan vinden, is daar nu een kleine verandering in gekomen. Zij staat op zich achter de voogdij door de GI, maar heeft moeite met het tempo waarin de GI vader in het leven van [minderjarige] introduceert. Dat ligt in de visie van tante op dit moment te hoog, ook gezien de reactie van [minderjarige] . De tante zou op termijn het liefst zelf met de voogdij over [minderjarige] zijn belast, eventueel samen met de vader van [minderjarige] als hij die rol op kan pakken en dat in het belang van [minderjarige] is, zeker nu er steeds meer rust en stabiliteit ontstaat.
6. De beoordeling
Op grond van artikel 1:253g van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek van de Raad, indien van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun kind(eren) alleen uitoefent, bepalen dat de overlevende ouder met gezag of een derde met de voogdij wordt belast. De moeder oefende alleen het gezag uit over [minderjarige] . De moeder is overleden.
Uit de overlegde stukken en de zitting is gebleken dat op het moment van het overlijden van de moeder geen gezaghebbende ouder beschikbaar was die de beslissingen over [minderjarige] kan nemen. De rechtbank heeft daarop de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] . De vraag die aan de rechtbank voorligt is of de GI met de voogdij over [minderjarige] moet worden belast. De rechtbank oordeelt als volgt.
De rechtbank is het met de Raad eens dat het gezien de huidige omstandigheden passend en in het belang van [minderjarige] is dat de GI als neutrale en professionele derde wordt belast met de voogdij over [minderjarige] . De rechtbank weegt daarin het volgende mee.
[minderjarige] heeft in zijn jonge leven veel ingrijpends meegemaakt. Niet alleen is hij zijn moeder verloren, maar ook is hij terechtgekomen in een nieuwe gezinssituatie bij de tante en haar dochter, zijn nichtje. Daarnaast heeft [minderjarige] in de opvoedsituatie bij de moeder onveiligheid meegemaakt en was de biologische vader niet bij [minderjarige] betrokken. In het leven van [minderjarige] speelt dus veel. De GI heeft hierop inmiddels een spel- en traumatherapeut voor [minderjarige] ingezet.
De vader heeft aangegeven een grotere rol in het leven van [minderjarige] te willen spelen. Gelet op de (vanuit het verleden) emotioneel belaste relatie tussen de vader en de familie van de moeder, acht de rechtbank het van belang dat de GI als neutrale derde onderzoekt welke rol de vader op termijn in het leven van [minderjarige] kan gaan spelen. Hoewel de rechtbank het contact tussen de vader en [minderjarige] ondersteunt, moet er wel aandacht blijven voor de reactie van [minderjarige] daarop. De GI kan dit als voogd en professional blijven monitoren. Daarnaast moeten er in de komende periode nog praktische zaken worden afgewikkeld en dient het systeem van [minderjarige] te worden ondersteund in het proces rondom het introduceren van de vader in het leven van [minderjarige] . Met de Raad, de GI en de tante is de rechtbank het eens dat de uitvoering van de voogdij in de toekomst idealiter in het netwerk wordt belegd. Daarvoor is het echter nu nog te vroeg.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de Raad in het belang van [minderjarige] toewijzen. De rechtbank heeft zich ervan vergewist dat de GI zich schriftelijk en ter zitting bereid heeft verklaard om met de voogdij over [minderjarige] te worden belast.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing, ondanks een eventueel hoger beroep, meteen uitgevoerd kan worden.
7. De beslissing
De rechtbank:
belast de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, met de voogdij over het minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Bollen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vos als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.