2. De feiten
Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen hebben een relatie met elkaar gehad.
- uit hun relatie zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2021.
- Genoemde kinderen zijn door de man erkend.
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over die minderjarigen.
- De minderjarigen verblijven bij de vrouw.
- Sinds medio september 2025 is er minimaal contact tussen de man en de kinderen, vanaf 10 december 2025 heeft de man helemaal geen contact meer met de kinderen gehad.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt nu, samengevat:
- bepaling dat voortaan aan haar alleen het gezag over de minderjarigen toekomt.
4. De beoordeling
Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Ingevolge artikel 1:253n lid 2 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van laatstgenoemde bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over minderjarigen aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders de kinderen klem of verloren zouden raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is.
De vrouw legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. De relatie van partijen is als turbulent te beschrijven, waarvan de kinderen meermaals getuige zijn geweest. Op 9 september 2024 heeft de man een eenzijdig auto-ongeluk gehad in [plaats 1] . [minderjarige 1] zat bij de man (onveilig) in de auto en heeft door het ongeluk een breuk in zijn nek en ruggetje opgelopen. Begin 2025 is de situatie tussen partijen een aantal malen geëscaleerd en is Veilig Thuis en [hulpverlening 1] betrokken geraakt. De man is sinds 13 september 2025 vertrokken naar Spanje in de omgeving van [plaats 2] . Sinds juni 2025 is vader actief op social media, met name op TikTok. Op basis van de geplaatste beelden vermoedt moeder dat sprake is van frequent en intensief drugsgebruik, mogelijk duidend op een drugsverslaving. Moeder maakt zich zorgen over de stabiliteit van vader. Het contact tussen [minderjarige 1] en vader is sinds het vertrek van vader naar Spanje sporadisch geweest. Vader vraagt niet naar dochter [minderjarige 2] . Op 8 december 2025 is de man weer teruggekeerd naar Nederland, waar hij bij zijn terugkomst is aangehouden door de koninklijke marchaussee. Hij heeft twee dagen in detentie gezeten. Op 10 december 2025 is de man weer vrijgelaten met een locatie- en contactverbod met de vrouw. Sindsdien heeft hij geen contact meer gehad met de kinderen. Als gevolg van het ongeval ondervindt [minderjarige 1] aanzienlijke mentale klachten. Ook [minderjarige 2] vertoonde gedragsveranderingen, met name woede-aanvallen. Middels een kort geding procedure heeft de vrouw vervangende toestemming verkregen voor het inschakelen van therapie voor beide kinderen. Voor de vrouw is het van belang om eenhoofdig gezag te verkrijgen over de kinderen. Gezien de ernst van de situatie, waaronder de kwalificatie van intieme terreur door de Reclassering en het verhoogd risico op ernstig geweld, is gezamenlijk ouderlijk gezag ook niet mogelijk en praktisch onuitvoerbaar. De vader kan in zijn huidige toestand, die gekenmerkt wordt door structurele instabiliteit (geen vaste woon- en of verblijfplaats, geen stabiel inkomen en leefsituatie en zijn drugsgebruik), niet op verantwoorde wijze invulling geven aan het ouderlijk gezag. Op 6 januari 2026 heeft de strafzitting plaatsgevonden in de zaak van de man in verband met de mishandeling tijdens de relatie van partijen. Er is vonnis uitgesproken, maar de man is in hoger beroep gegaan. De man heeft verder geen actieve rol in het leven van de kinderen. Hij is niet betrokken bij school, ontwikkeling of belangrijke momenten en heeft geen initiatief genomen tot contact met de kinderen. De man heeft eerder geen toestemming verleend voor noodzakelijke hulpverlening voor de kinderen. De vrouw maakt zich daarnaast zorgen over de beschikbaarheid van de man als de kinderen bij hem zouden zijn, nu hij 10-12 uur per dag live streamt op social media. Hij gaat hier ook onverantwoord mee om (naaktfoto’s van zichzelf posten) en maakt met iedereen ruzie. Verder laat hij zich negatief uit over de vrouw en kinderen. De situatie van de man brengt de kinderen onvoldoende rust, stabiliteit en veiligheid. Er is een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken indien het gezamenlijk gezag voortduurt.
In het geval dat de Raad onderzoek gaat doen, dan is het verzoek om de volgende punten mee te nemen:
de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
de risico’s in het contact met de man;
de haalbaarheid van gezamenlijk gezag.
Voor de vrouw is het belangrijk dat de nadruk ligt op een veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie.
Door en namens de man is eerst ter zitting gereageerd op de standpunten van de vrouw. De vrouw heeft volgens de man de aangifte van mishandeling gedaan om de verkeerde redenen. Verder heeft de man een andere lezing over de door de vrouw gedane aangifte en de uitspraak van de rechter zoals deze in de strafzaak is gedaan. Na het uiteengaan van partijen hebben zij, met hulpverlening, een voorlopig ouderschapsplan getekend. In augustus 2025 is hij inderdaad heel bekend geworden op social media. De man heeft destijds met de vrouw afgesproken dat het fijn zou zijn als de kinderen bij haar verblijven en hij voor de rust en veiligheid naar Spanje zou verhuizen. Zijn activiteit op social media is een inkomstenbron om de schulden van het gezamenlijke bedrijf van partijen af te lossen. Zijn livestreams op social media vormen fictie en zijn geen werkelijkheid. De man wil niets liever dan zijn kinderen zien, maar dat is lastig gelet op het contact- en straatverbod dat geldt. De man mag zich dan ook niet bij de school van de kinderen begeven. Hij krijgt wel informatie vanuit de school. Al met al heeft de man zich erg onmachtig gevoeld en hij heeft niet geweten hoe hij met de huidige complexe situatie om moet gaan, ook in verband met het hoger beroep in de strafzaak. De man heeft in overeenstemming met de [hulpverlening 1] / [hulpverlening 2] een brief geschreven aan de kinderen. Doordat er al langere tijd geen contact bestaat tussen hem en de kinderen, kunnen de kinderen het gevoel krijgen dat het hun schuld is. De kinderen hebben echter nergens schuld aan. De man geeft er de voorkeur aan dat een onderzoek door de Raad wordt gedaan naar het ouderlijk gezag en de zorgregeling tussen hem en de kinderen.
De rechtbank overweegt als volgt. Er bestaat nu reeds een half jaar minimaal tot geen contact tussen de man en de kinderen. Ondanks hulpverlening in het vrijwillig kader is het niet mogelijk gebleken om uitvoering te geven aan een zorgregeling. Wat er ook zij van het contact- en straatverbod met de vrouw, tot aan de zitting is niet gebleken van enig initiatief vanuit de man om in contact te komen met zijn kinderen. De man heeft evenmin contact gezocht met de advocaat van de vrouw, de school van de kinderen en de betrokken hulpverlening ( [hulpverlening 2] ) om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen van de kinderen. Verondersteld kan worden dat de man hiervan niet meer op de hoogte is. De kinderen vertonen voorts beide, als gevolg van het auto-ongeluk, de turbulente relatie van partijen en nadien het einde van de relatie van partijen, in negatieve zin gedragsveranderingen. Middels een kort geding procedure, waarbij de man niet is verschenen ter zitting, is aan de vrouw vervangende toestemming verleend om therapie voor beide kinderen in te schakelen. Ook naar aanloop van de huidige zitting, heeft de man weinig verantwoordelijkheid genomen of initiatief getoond ondanks dat de rechtbank hem op verschillende manieren heeft proberen te bereiken. De advocaat van de vrouw heeft de man ook op de hoogte gehouden van de onderhavige procedure. Ter zitting heeft de man verklaard dat hij de berichten wel ontvangen heeft, maar daar niet op heeft gereageerd. Daar komt bij dat de man pas daags voor de zitting contact heeft gezocht met een advocaat, die zich op de dag van de zitting heeft gesteld namens de man. Ter zitting heeft de man uiteindelijk akkoord gegeven op het aanvankelijk gedane verzoek van de vrouw voor toestemming om met de kinderen op vakantie te gaan (waarop de vrouw dat verzoek ter zitting ingetrokken heeft). Gelet op al het voorgaande is de rechtbank, met de Raad, van oordeel dat de man zijn ouderlijke verantwoordelijkheid niet heeft genomen. Uit het hiervoor geschetste blijkt dat de man al langere tijd geen uitvoering aan zijn ouderlijk gezag geeft. Daarnaast lijkt hij niet in te zien wat voor effect de gebeurtenissen op de kinderen hebben en wat zij daarin nodig hebben. Hij lijkt niet aan te kunnen sluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Van de vrouw kan in de huidige situatie niet verwacht worden dat zij het ouderlijk gezag samen met de man uit blijft oefenen, nu dit praktisch onuitvoerbaar is gebleken. In emotioneel opzicht kan dit evenmin van de vrouw worden verwacht, mede gelet op de kwalificatie van intieme terreur. Het is dan ook in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de vrouw alleen wordt belast met het ouderlijk gezag. Zij is de hoofdopvoeder en de stabiele factor voor de kinderen. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden toegewezen.
De rechtbank geeft de man mee, zoals hem ook ter zitting is voorgehouden, om initiatief te tonen en contact op te nemen met hulpverleningsorganisatie [hulpverlening 2] . Deze organisatie is reeds betrokken bij de kinderen en de vrouw. Zij kunnen kijken of het in het belang van de kinderen is om te komen tot een vorm van contactherstel en eventueel in de toekomst (begeleide) omgang.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat het gezag over de minderjarigen
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2021.
voortaan aan de vrouw alleen toekomt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van mr. Mandemakers, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.