RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447425 / FA RK 26-2089
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [persoon 1] (via Teams), psychiater ambulant team;
de heer [persoon 2] , psychiater in opleiding;
[persoon 3] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 21 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Bij aanvang van de zitting zegt betrokkene dat hij niet wil dat zijn advocaat iets tijdens de zitting namens hem naar voren brengt. Betrokkene zegt dat er onder andere door [accommodatie] valsheid in geschrifte is gepleegd. Daarnaast wilde betrokkene vrijwillig opgenomen worden om iets te bewijzen en dat heeft hij nu gedaan. Als het moet wil betrokkene blijven, maar liever niet. Ten aanzien van het innemen van de medicatie zegt betrokkene dat het zijn recht is om dat te weigeren.
De psychiater in opleiding zegt dat betrokkene een schizofreniespectrumstoornis heeft en psychotisch is. Hiervoor heeft betrokkene al een aantal keer een zorgmachtiging gehad. De psychiater in opleiding vermoedt dat betrokkene de afgelopen tijd zijn medicatie niet goed heeft ingenomen. Hierdoor is hij ontregelt en is betrokkene opgenomen. Betrokkene heeft last van wanen die niet overeenkomen met de realiteit. De psychiater in opleiding vindt dat hier behandeling voor nodig is. Het duurt even voordat de psychose naar de achtergrond verdwenen is, daarom wordt eerst ingezet op tot rust komen. Er is nog even tijd nodig voordat betrokkene weer verder kan gaan met ambulante hulpverlening. De psychiater in opleiding vindt dat medicatie, beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en opnemen in een accommodatie noodzakelijk zijn. Insluiten is op dit moment niet nodig, maar omdat betrokkene af en toe erg geladen is, is insluiten op bepaalde momenten vanuit veiligheids-overwegingen wel nodig. Daarnaast is contact en hulpverlening via het FACT-team noodzakelijk als betrokkene met ontslag gaat.
De psychiater sluit zich aan bij hetgeen de psychiater in opleiding naar voren heeft gebracht. Hier voegt de psychiater nog aan toe dat betrokkene in het verleden is behandeld middels een zorgmachtiging. Betrokkene is vaker tegen het advies van de zorg in naar het buitenland vertrokken en gestopt met medicatie. Vervolgens bracht zijn familie hem dan weer terug. De psychiater zegt dat in het verleden ook is gebleken dat betrokkene vrijwillig geen medicatie inneemt; hij heeft altijd gezegd dat hij dat niet wil. De psychiater heeft geen reden om te veronderstellen dat het standpunt van betrokkene ten aanzien van de medicatie nu anders is.
De verpleegkundige sluit zich aan bij de psychiater en de psychiater in opleiding.
Gelet op het feit dat betrokkene niet wil dat zij namens hem het woord voert, zegt de advocaat dat zij niets kan zeggen namens betrokkene en dus ook geen standpunt kan innemen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene agressie over zichzelf afroept door zijn agressie richting materialen en naar derden. Zo heeft betrokkene in de thuissituatie met een glas gegooid, waardoor zijn moeder naar de badkamer is gevlucht. Betrokkene is erg oninvoelbaar en lijkt niet in te kunnen schatten hoe zijn gedrag op een ander kan overkomen. De psychotische klachten en paranoïde ideeën van betrokkene verergeren. Daarnaast heeft hij slaaptekort en vermijdt hij al geruime tijd zorg. Dit zorgt ook voor een risico op maatschappelijke teloorgang.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene betwist dit. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling daarover naar voren is gebracht.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, mede inhoudende contact houden met het ambulant team na ontslag uit de accommodatie;
- opnemen in een accommodatie.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘het verrichten van medische controles’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat dit niet noodzakelijk en voorzienbaar is.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit de stukken blijkt dat betrokkene niet vrijwillig opgenomen wil worden. Tijdens de zitting zegt betrokkene dat hij blijft als het moet, maar dit het liefste niet wil. Betrokkene is hierin ambivalent. Daarnaast heeft de psychiater in dit kader naar voren gebracht dat in het verleden is gebleken dat betrokkene niet bereid is vrijwillig medicatie in te nemen. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, mede inhoudende contact houden met het ambulant team na ontslag uit de accommodatie;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.