RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447336 / FA RK 26-2039
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Yeral;
mevrouw dr. [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
de heer [persoon 2] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Vught heeft de crisismaatregel op 20 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat er bij hem geen sprake is van een psychische stoornis en dat verplichte zorg niet nodig is. Hij geeft aan dat hij goed functioneert, een sterke band met zijn ouders heeft en dat zij hem goed kunnen ondersteunen als hij naar huis toe gaat. Betrokkene wil zo snel mogelijk naar huis terug gaan en stelt dat hij eventuele medicatie ook in de thuissituatie kan innemen.
De advocaat verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek en subsidiair bij toewijzing de verplichte zorg te beperken tot wat door de behandelaar noodzakelijk wordt geacht. De advocaat geeft aan dat betrokkene zich niet verzet tegen behandeling nu hij heeft aangegeven bereid te zijn vrijwillig mee te werken aan zorg en medicatie. Het ontbreken van ziektebesef betekent dan ook niet dat verplichte zorg gerechtvaardigd is.
De behandelaar stelt dat er bij betrokkene sprake is van psychotische kenmerken en oplopende agitatie. De behandelaar baseert dit op overdrachtsinformatie van een collega behandelaar en eigen observaties. Hoewel recente incidenten zijn uitgebleven, is er nog onvoldoende zicht op de onderliggende stoornis en ontbreekt het ziektebesef bij betrokkene. De huidige bereidheid tot behandeling wordt gezien als voortvloeiend uit de huidige verplichting. Voortzetting van de opname en medicatie wordt noodzakelijk geacht waarbij een ambulant traject op termijn wordt overwogen. Nu dit ambulante traject nog niet is opgestart, is het noodzakelijk dat betrokkene nog langer in de instelling kan blijven.
De verpleegkundige geeft aan dat controles zoals het doorzoeken van eigendommen of fouillering uitsluitend plaatsvinden als daar een concrete aanleiding voor is. Dit wordt niet structureel bij betrokkene toegepast. Er zijn op dit moment geen signalen die aanleiding geven tot zware maatregelen zoals insluiting.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene bij oplopende spanningen agressief kan reageren met risico op letsel bij anderen. Ook is er bij betrokkene sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag richting derden wat escalaties bij anderen kan uitlokken. Daarnaast is er een reëel risico op maatschappelijke teloorgang onder meer door de kans op herhaling van strafbaar gedrag. In het verleden hebben psychotische ontregelingen geleid tot ernstige dreiging en ingrijpende maatregelen en ook nu is er sprake van toenemende agitatie en grensoverschrijdend gedrag wat het risico op verdere escalatie vergroot.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een psychotisch toestandsbeeld. Betrokkene is ook bekend met eerdere psychotische decompensaties. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid – tijdens de opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen – het toelaten van het ambulante team en afspraken nakomen;
- opnemen in een accommodatie – zo kort mogelijk.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Vrijwillige zorg is thans niet haalbaar, nu betrokkene geen ziektebesef heeft en aangeeft alleen mee te werken vanwege de verplichting. Hij wil niet vrijwillig opgenomen blijven en een ambulant kader is nog niet gerealiseerd. Hierdoor ontbreekt de waarborg dat hij de noodzakelijke behandeling zonder juridisch kader zal voortzetten, zodat verplichte zorg aangewezen is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2026;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.