RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447416 / FA RK 26-2087
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene (telefonisch), bijgestaan door haar advocaat, mr. Yeral;
- mevrouw [persoon] , psychiater, behandelaar.
Uit artikel 6:1 Wvggz jo. artikel 7:8 lid 1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een crisismaatregel tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Bij aanvang van de zitting deelt de behandelaar mee dat betrokkene in het ziekenhuis is opgenomen vanwege een zorgelijk medisch toestandsbeeld. De advocaat geeft aan dat hij betrokkene eerder heeft bezocht maar dat zij toen amper aanspreekbaar was vanwege haar psychische toestandsbeeld. Tijdens de zitting heeft de behandelaar telefonisch contact opgenomen met betrokkene in het ziekenhuis. Getracht is een gesprek met betrokkene aan te gaan. Betrokkene bleek echter feitelijk niet in staat haar standpunt kenbaar te maken. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet in staat is gehoord te worden. De rechtbank heeft – met instemming van de advocaat van betrokkene en de behandelaar – de zitting voortgezet buiten de aanwezigheid van betrokkene.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Roosendaal heeft de crisismaatregel op 21 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene is feitelijk niet in staat haar standpunt kenbaar te maken. Tijdens het telefonisch contact reageert zij onsamenhangend en toont zij geen begrip van de situatie of de procedure.
De advocaat merkt na het telefoongesprek met betrokkene vanuit het ziekenhuis op dat de zitting zonder aanwezigheid van betrokkene kan worden voortgezet. Namens betrokkene merkt de advocaat op dat zij zich verzet tegen het verzoek. Dit blijkt volgens de advocaat ook uit het eerdere contact dat hij met haar heeft gehad. Om die reden verzoekt hij het verzoek af te wijzen waarbij hij zich voor het overige refereert aan het oordeel van de rechtbank.
De behandelaar geeft tijdens de zitting aan dat er bij betrokkene sprake is van een ernstig ontregeld toestandsbeeld passend bij een katatone toestand met vermoedelijk een onderliggende psychose. Betrokkene heeft gedurende langere tijd niet geslapen en niet gegeten of gedronken wat heeft geleid tot medische complicaties. De behandelaar heeft betrokkene dan ook laten opnemen in het ziekenhuis omdat medische zorg noodzakelijk is op dit moment. Betrokkene zal na de ziekenhuisopname intensieve zorg nodig hebben. Een voortzetting van de crisismaatregel is dan ook noodzakelijk volgens de behandelaar. Volgens de behandelaar is van vrijwillige medewerking geen sprake.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene ernstig ontregeld is, dat zij al geruime tijd nauwelijks slaapt en dat zij vrijwel niet drinkt en eet. Hierdoor is er een risico op ernstige medische complicaties ontstaan. Daarnaast is er sprake van extreme onrust, motorische agitatie en verbale agressie waarbij contact nauwelijks mogelijk is. Deze toestand leidt tot een aanzienlijk risico op verdere lichamelijke en psychische ontregeling en maakt dat zij niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een vermoeden van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 7 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.