RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446986 / FA RK 26-1838
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] , Somalië,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [persoon 1] , mentor;
mevrouw [persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde;
mevrouw [persoon 3] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft voor betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 10 mei 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene zegt dat ze de zorgmachtiging goed vindt. Ze heeft er geen last van. Betrokkene vindt het fijn om hier te wonen. Betrokkene vindt het niet nodig om iets aan haar gebit te doen.
De specialist ouderengeneeskunde zegt dat de zorgmachtiging is aangevraagd omdat het nodig is om het gebit van betrokkene te saneren. Er bestaan grote gezondheidsrisico’s wanneer dit niet gebeurd. Zo heeft betrokkene nu een verhoogd risico op infecties die heel makkelijk kunnen overslaan op haar hart, met levensgevaar tot gevolg. Dat wil de specialist ouderengeneeskunde voorkomen. De specialist ouderengeneeskunde zegt dat betrokkene het nut van deze behandeling niet ziet. Ze vindt haar gebit mooi en vindt alleen goed poetsen voldoende. Volgens de specialist ouderengeneeskunde komt deze beleving en visie ten aanzien van haar gebit voort uit de schizoaffectieve stoornis van betrokkene. Vanuit deze stoornis heeft betrokkene geheugenproblemen en kan ze zaken niet overzien. Inmiddels is betrokkene gewend aan de routine van de afdeling, maar nieuwe dingen zijn voor haar lastig. Volgens de specialist ouderengeneeskunde verblijft betrokkene hier graag en is de zorgmachtiging enkel nodig voor de behandeling voor haar gebit.
De verpleegkundige sluit zich aan bij de specialist ouderengeneeskunde. Ze voegt hier nog aan toe dat betrokkene niet uit zichzelf aan de verzorging van haar gebit, zoals poetsen, begint. Dit doet de verpleging.
De mentor sluit zich ook aan bij hetgeen de specialist ouderengeneeskunde en de verpleegkundige naar voren hebben gebracht. De mentor vindt de gezondheid van betrokkene erg belangrijk en hiervoor is het van belang dat haar gebit goed verzorgd wordt.
De advocaat zegt dat betrokkene het heel fijn vindt hier, ze krijgt goede verzorging en wil hier graag blijven wonen. Betrokkene vindt een zorgmachtiging en zorg voor haar gebit niet nodig. De advocaat pleit daarom voor afwijzing van het verzoek.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een andere gespecificeerde trauma- of stressorgerelateerde stoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in 2021 in het ziekenhuis is opgenomen vanwege decompensatie en alcoholgebruik. Bij betrokkene was sprake van katatonie met ernstige ondervoeding en orgaanfalen. Ook heeft betrokkene cognitieve schade waardoor zij niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Ze heeft continue sturing en begrenzing nodig. Daarnaast heeft betrokkene zorg en behandeling nodig om haar gebit te saneren omdat er anders ernstige gezondheidsrisico’s bestaan.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht, waardoor de verwachting is dat betrokkene zich zonder zorgmachtiging opnieuw zal verwaarlozen, met mogelijk levensgevaarlijke situaties tot gevolg. Betrokkene weigert de noodzakelijke behandeling voor haar ernstige gebitsproblemen. Daarom is verplichte zorg nodig.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Ten aanzien van de verzochte vorm van verplichte zorg ‘het verrichten van medische controles’ oordeelt de rechtbank dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat deze niet noodzakelijk is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 april 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.