ECLI:NL:RBZWB:2026:457

ECLI:NL:RBZWB:2026:457

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer BRE 25/5365
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

NTB handhavingsverzoek

Uitspraak

[eiser 1] en [eiser 2], uit [plaats], eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eisers hebben ingesteld, omdat het college volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun handhavingsverzoek (aanvraag) van 25 april 2025 dat ziet op de geluidsoverlast die eisers ervaren van de warmtepomp van hun buren op het [adres].

Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep kennelijk gegrond?

3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eisers hebben de aanvraag ingediend op 25 april 2025. In de wet is geen termijn opgenomen waarbinnen het college op deze aanvraag moet beslissen. In zo’n geval geldt een beslistermijn van acht weken. Het college had dus uiterlijk op 19 juni 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het college moest beslissen is dan ook voorbij.

Eisers hebben het college op 7 augustus 2025 in gebreke gesteld en het college heeft de ingebrekestelling op 11 augustus 2025 ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan, maar het college heeft geen besluit genomen. Eisers hebben op 14 oktober 2025 beroep ingesteld.

Het college heeft in het verweerschrift erkend dat niet tijdig is beslist.

Is er aanleiding om als rechtbank zelf een besluit te nemen?

4. Eisers hebben de rechtbank verzocht om zelf een besluit te nemen, in plaats van het college op te dragen alsnog een besluit te nemen, omdat zij een zeer langdurig traject verwachten, zelfs als de rechtbank een besluit zou afdwingen. De rechtbank ziet hierin echter geen aanleiding om zelf te beslissen, omdat deze procedure (beroep tegen niet tijdig beslissen) zich daarvoor niet leent. Eerst moet er nu een inhoudelijk besluit van het college komen op het handhavingsverzoek van eisers. Daarna kan eventueel bezwaar en beroep worden ingesteld. In die procedures moeten ook de buren van eisers (als derde-belanghebbenden) worden betrokken. Als eisers de uitkomst van die procedures niet kunnen afwachten, kunnen zij eventueel een verzoek om een voorlopige voorziening indienen.

Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd?

5. Omdat het college nog steeds geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.

In zijn verweerschrift van 19 november 2025 stelt het college pas een besluit te kunnen nemen als er een geluidmeting is gedaan in opdracht van de gemeente. Bij brief van 27 november 2025 heeft het college laten weten dat de warmtepomp eerder, in het kader van de vergunningverlening en het daartegen ingediende bezwaarschrift, is beoordeeld door de geluidsdeskundige van de gemeente met behulp van de rekentool WPAC en dat hieruit is gebleken dat de buitenunit voldoet aan de geluidnorm. In dit standpunt van het college ziet de rechtbank geen aanleiding een langere termijn te geven.

Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?

6. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast?

7. Eisers hebben verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Als een bestuursorgaan een besluit niet op tijd neemt, moet het bestuursorgaan een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden.

Het college heeft (de hoogte van) de dwangsom niet vastgesteld. De rechtbank doet dit op grond van artikel 8:55c van de Awb nu alsnog. De rechtbank constateert dat uit de stukken blijkt dat de ingebrekestelling op 11 augustus 2025 is ontvangen en dat sinds twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling meer dan 42 dagen zijn verstreken. De rechtbank oordeelt dan ook dat de bestuurlijke dwangsom het maximale bedrag van € 1.442,- bedraagt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen, het college twee weken krijgt om alsnog een besluit te nemen en dat het college de onder 5. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist. De rechtbank stelt ook de door het college al verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-.

9. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden. Eisers hebben geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eisers moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 27 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Breeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?