[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. M.M.A. Neven),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld, omdat de inspecteur volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar met dagtekening 23 september 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2022 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.26.01.
2. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
4. Het bezwaarschrift is gericht tegen de aanslag van 11 september 2025. De inspecteur moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is.De inspecteur had dus uiterlijk op 4 december 2025 moeten beslissen. Belanghebbende heeft de inspecteur op 15 januari 2026 in gebreke gesteld. De inspecteur heeft op 17 maart 2026 op de ingebrekestelling gereageerd, maar nog geen uitspraak op bezwaar gedaan. Belanghebbende heeft vervolgens op 27 maart 2026 beroep ingesteld, omdat de inspecteur niet op tijd heeft beslist op het bezwaar.
Welke beslistermijn moet aan de inspecteur worden opgelegd?
5. In het verweerschrift stelt de inspecteur dat hij op korte termijn zal beslissen op het bezwaarschrift. Omdat de inspecteur tot op heden – voor zover bij de rechtbank bekend – nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de inspecteur dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de inspecteur dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
Welke dwangsom wordt aan de inspecteur opgelegd?
6. De rechtbank bepaalt dat de inspecteur een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de inspecteur. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
De inspecteur heeft een bestuurlijke dwangsom toegekend
7. De inspecteur heeft op 17 maart 2026 aan belanghebbende een dwangsom toegekend ter hoogte van één keer het maximale bedrag van € 1.442,- voor belanghebbende en zijn fiscaal partner gezamenlijk, omdat sprake is van samenhangende besluiten. De rechtbank acht dat juist. Belanghebbende heeft hiertegen ook geen gronden aangevoerd.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat belanghebbende gelijk krijgt, de inspecteur de onder 5. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de inspecteur de onder 6. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
9. Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding voor zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 233,50 omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van twee samenhangende zaken, omdat het bezwaarschrift, de ingebrekestelling, de dwangsombeschikking en het beroepschrift van belanghebbende en zijn fiscaal partner (BRE 26/1979) nagenoeg identiek zijn en door de inspecteur en de rechtbank gelijktijdig zijn behandeld. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier.
griffier rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.