ECLI:NL:RBZWB:2026:468

ECLI:NL:RBZWB:2026:468

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 11766048 \ CV EXPL 25-2127 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Huurder gebruikt in haar woning regelmatig lachgas en veroorzaakt geluidsoverlast. De politie komt meerdere keren na klachten en in het kader van onderzoek in haar woning. De burgemeester heeft het voornemen om de woning te sluiten, maar laat het na bezwaar van huurder aanvankelijk bij een waarschuwing. Na nieuwe incidenten sluit zij alsnog de woning voor drie maanden. In deze procedure gaat het om de vraag of Thuisvester de huurovereenkomst op grond van de burgemeesterssluiting terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden. De kantonrechter oordeelt van wel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11766048 \ CV EXPL 25-2127

Vonnis van 14 januari 2026

in de zaak van

STICHTING THUISVESTER,

gevestigd en kantoorhoudende te Oosterhout,

eisende partij,

hierna te noemen: Thuisvester ,

gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken,

tegen

[huurder] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [huurder] ,

gemachtigde: mr. P.F.M. Gulickx.

De zaak in het kort

Thuisvester verhuurt een woning aan [huurder] . Zij gebruikt regelmatig lachgas en veroorzaakt geluidsoverlast. De politie komt meerdere keren na klachten en in het kader van onderzoek in haar woning. De burgemeester heeft het voornemen om de woning te sluiten, maar laat het na bezwaar van [huurder] aanvankelijk bij een waarschuwing. Na nieuwe incidenten sluit zij alsnog de woning voor drie maanden. In deze procedure gaat het om de vraag of Thuisvester de huurovereenkomst op grond hiervan terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden. De kantonrechter oordeelt van wel.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 augustus 2025

- de mondelinge behandeling van 25 november 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

- Thuisvester verhuurt met ingang van 13 december 2023 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] in [hierna: het gehuurde]. De huur bedraagt € 514,54 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

Op de huurovereenkomst zijn de ‘Algemene huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte’ [verder: de AV] van toepassing.

- In 2024 heeft [huurder] een paar keer de huur niet volledig (op tijd) betaald.

- De politie heeft tijdens een bezoek aan de woning naar aanleiding van overlastmeldingen op 31 augustus 2024 geconstateerd dat er minimaal 10 lachgascilinders van 2 kg in de woning aanwezig waren. Op 13 september 2024 is er in verband met overlastmeldingen bij de politie en de eerdere controle een nader onderzoek geweest in het gehuurde door een handhavingsmedewerker van de gemeente Zundert, de wijkagent en een medewerker van Thuisvester . In de woning werden 84 lege lachgascilinders gevonden en zwarte ballonnetjes waarmee lachgas geïnhaleerd kan worden.

- Naar aanleiding van dit huisbezoek heeft Thuisvester op 4 oktober 2024 een brief gestuurd aan [huurder] . Daarin heeft zij gemaakte afspraken over gedrag en het niet meer gebruiken van lachgas in de woning bevestigd. Ook heeft zij [huurder] verzocht te laten weten welk bedrag zij in een betalingsregeling kan betalen om de huurachterstand in te lopen.

- Eind oktober 2024 is er nog enkele keren contact geweest over het terugbetalen van de huurachterstand, waarbij Thuisvester ook in een e-mail heeft gewaarschuwd dat bij niet betalen het dossier zou worden overgedragen aan een advocaat met het doel de huurovereenkomst via een gerechtelijke procedure te beëindigen.

- Op 12 november 2024 is Thuisvester op huisbezoek geweest bij [huurder] . De medewerkers troffen in de woning [huurder] en haar zus en diverse gebruikte lachgasballonnen.

- Op 21 januari 2025 heeft de burgemeester van de gemeente Zundert per brief aan Thuisvester laten weten dat zij in verband met het aangetroffen lachgas het voornemen had om de gehuurde woning te sluiten op basis van het handelen in strijd met de Opiumwet. In de brief staan onder meer de volgende bevindingen:

Aangetroffen goederen

Op 11 november 2024 zijn vijf zichtbare lachgascilinders aangetroffen, door de woning verspreid lagen lege ballonnen en werden minimaal 30 lege lachgascilinderdozen aangetroffen. De inhoud van deze flessen betrof 2000 gram. De flessen waren voorzien van een spuittuit, wat duidde op dat de flessen waren gebruikt. Twee van de vijf lachgascilinders waren leeg, de overige zijn gewogen. Het gewicht gedeeld over deze drie lachgascilinders was 2505 gram.

De politie heeft tijdens een bezoek aan de woning naar aanleiding van overlastmeldingen uit de directe omgeving op 31 augustus 2024 geconstateerd dat er minimaal 10 lachgascilinders van 2kg in de woning aanwezig waren. Naar aanleiding hiervan is op 13 september 2024 opnieuw een bestuurlijke controle uitgevoerd. Tijdens deze controle is opnieuw een grote hoeveelheid aan lachgascilinders aangetroffen, namelijk een 84 lege flessen. […] helaas zijn hierna alsnog lachgascilinders aangetroffen binnen de woning.

[…] De klachten die de politie en wij als gemeente hebben ontvangen staan in relatie tot het gebruik van lachgas binnen de woning en lopen uiteen van aanloop van de distributeur van de lachgas tot geluidsoverlast door geschreeuw vanuit de woning. Aan de hand van de klachten is de politie verschillende keren bij de woning geweest, waar zij de geluidsoverlast zelf ook hebben geconstateerd.

- De burgemeester heeft in maart 2024 aan Thuisvester laten weten dat zij vanwege de persoonlijke omstandigheden van [huurder] de woning niet zal sluiten.

- Na nieuwe geluidsoverlastmeldingen en aangetroffen lachgas in het gehuurde, heeft de burgemeester per brief van 29 oktober 2025 aan Thuisvester laten weten dat zij alsnog heeft besloten om de woning vanaf 13 november 2025 voor drie maanden te sluiten. In de brief staan onder meer de volgende bevindingen:

24 augustus 2025

Meerdere meldingen van geluidsoverlast. Het geluid van klappende ballonnen en het neerzetten van tanks werd gehoord. Ook zou er geschreeuw en ruzie gehoord zijn. Door politie kwam ter plaatse en hoorde mensen praten en muziek. […]

25 augustus 2025

Melding geluidsoverlast. De avond ervoor was politie ter plaatse, echter was er nog steeds overlast gaande middels vallende cilinders, schreeuwen en klappende ballonen. Politie kwam hierna ter plaatse en hoorde daadwerkelijk het geluid van het opblazen van ballonen. Nadat politie zich kenbaar had gemaakt, werd na vijf minuten, na continu aanroepen door politie, de deur geopend door [huurder] . [huurder] weigerde zichzelf te legitimeren, waarna haar een proces-verbaal werd aangezegd voor het niet tonen van haar identiteitsbewijs en de geluidsoverlast. [huurder] ontkende dat er sprake zou zijn van lachgasgebruik en geluidsoverlast. […]

28 augustus 2025

Politie ontving opnieuw een melding van een buurtbewoner. Er zou recent een levering zijn geweest van lachgas. Politie ging hierna ter plaatse en hoorde vanaf de buitenzijde een sissend geluid van een leeglopende ballon. Tevens hoorde politie bij de voordeur het geluid van een ballon die werd geïnhaleerd. Politie trachtte hierna binnen te komen met een machtiging tot binnentreden op grond van artikel 96 Wetboek van Strafvordering en artikel 9 lid 1 onder b van de Opiumwet. […] Politie vorderde de overgifte van alle verdovende middelen. [huurder] verklaarde dat er geen softdrugs in de woning aanwezig was. In de woning trof politie kapotte zwarte ballonen aan op de grond. [huurder] verklaarde dat deze waren bedoeld voor haar jarige zusje [naam] . Echter opende politie een kledingkast waarin eerder nog geen lachgas lag, maar nu wel twee cilinders gevuld met lachgas. Achter op de hoofdleuning waar [naam] zat werd onder een deken gezien dat er nog een lachgascilinder lag en tot slot werd er nog één aangetroffen op de vensterbank. De politie had de volgende constateringen:

• Op 3 van de 4 cilinders zat condensvorming.

• Op 1 van de 4 cilinders zat ijsvorming.

• In de woning werden naast de 4 cilinders met doos nog 5 lege lachgasdozen aangetroffen.

• Op de spuittuut van 2 van de 4 dozen met lachgas zat nog een restant van 3 ballonen.

[…] In totaal werd er een nettogewicht van 3140 gram, verdeeld over 3 cilinders, aangetroffen. [huurder] kreeg twee processen verbaal voor het bezit van softdrugs en de geluidsoverlast van lachgas die door de politie buiten de woning was waargenomen.

4 september 2025

Melding geluidsoverlast van lachgascilinders en tevens ook geschreeuw en ‘au’ hoorbaar. Politie ging hierna ter plaatse. Aldaar werd de voordeur opengedaan door [naam] . Politie gaf aan dat ze zich zorgen maakte, gezien de aard van de melding. Echter wilde [naam] politie niet binnenlaten. Ondanks dit, is politie toch ter hulpverlening naar binnen gegaan, omdat er nog iemand in de woning was die niet goed reageerde op vragen die [naam] aan deze persoon stelde. […] Toen politie binnenkwam lagen er meerdere lachgascilinders en ballonnen verspreid door de woonkamer. [naam] nam hierna terug plaats op de bank en terwijl politie tegen haar praatte gebruikte [naam] lachgas. De andere persoon in de woning betrof [huurder] . [huurder] zat eveneens met een lachgascilinder en gebruikte ook lachgas, terwijl ze in gesprek was met de politie. De televisie stond hard aan in de woning, wat de geluidsoverlast kon verklaren. In de slaapkamer werd nog een lachgascilinder met een ballon eraan aangetroffen. In overleg met de Officier van Dienst van de politie werden de cilinders in beslag genomen. […] In totaal werden er negen cilinders in beslag genomen. Van deze cilinders werd een weeg Proces-Verbaal opgemaakt, waarna bleek dat er in totaal 1940 gram (netto) aan lachgas werd aangetroffen.

5 september 2025

Melding geluidsoverlast van lachgascilinders. Politie kwam ter plaatse en zag middels een kier bij het raam en zag een vrouw met een lachgasballon aan haar mond. […]

- Op 12 november 2025 heeft Thuisvester per e-mailbericht aan de gemachtigde van [huurder] laten weten dat zij de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst inroept per datum en moment van de feitelijke sluiting van het gehuurde door de burgemeester de volgende ochtend.

- [huurder] heeft inmiddels bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester en een kort geding gestart om het besluit te schorsen.

3. Het geschil

Thuisvester vordert – samengevat – de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden te verklaren en het gehuurde te ontruimen. Daarnaast vordert zij betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen. De buitengerechtelijke ontbinding heeft Thuisvester gegrond op het besluit van de burgemeester om de gehuurde woning te sluiten op basis van overtreding van de Opiumwet.

Voor zover dit besluit van de burgemeester geen stand zal houden en enkel als die voorwaarde intreedt, vordert Thuisvester ontbinding van de huurovereenkomst. De ontbinding baseert zij op tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst door [huurder] . Volgens Thuisvester handelt [huurder] in strijd met de huurovereenkomst en bijbehorende afspraken, doordat er al langere tijd sprake is van een huurachterstand, zij ondanks waarschuwingen geluidsoverlast veroorzaakt, een handelshoeveelheid lachgas gebruikt en zij haar zus zonder toestemming heeft laten inwonen in het gehuurde.

[huurder] voert verweer. Ze betwist dat op dit moment nog sprake is van overlast of een huurachterstand. Zij werkt aan haar herstel en heeft daarvoor haar woning nodig.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Beoordeling van de buitengerechtelijke ontbinding

Thuisvester heeft een ontbindingsrecht op grond van artikel 7:231 lid 2 BW

De kantonrechter stelt voorop dat een verhuurder op grond van artikel 7:231 1id 2 BW (Burgerlijk Wetboek) de bevoegdheid heeft om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden als een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester is gesloten. De woning van [huurder] is op last van de burgemeester drie maanden gesloten op deze grond. Dat betekent dat Thuisvester bevoegd was om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, zoals zij per e-mailbericht van 12 november 2025 heeft gedaan. Daarop is niet van invloed dat [huurder] gebruik maakt van de bestuursrechtelijke rechtsgang tegen dit besluit en dat deze nog niet is afgerond.

Toetsingskader bij het gebruikmaken van het ontbindingsrecht

De kantonrechter moet vervolgens wel beoordelen of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Thuisvester gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot ontbinding (6:248 lid 2 BW). Bij de beantwoording van die vraag is van groot belang dat [huurder] als gevolg van de ontbinding de woning moet ontruimen. Ontruiming vormt een inmenging in het recht op respect voor de woning dat een bewoner heeft en dat wordt beschermd door artikel 8 EVRM. Een inbreuk op dat woonrecht moet een proportionele maatregel vormen. De kantonrechter moet dus beoordelen of Thuisvester met de ontbinding van de overeenkomst (met tot gevolg ontruiming van de woning) een proportionele maatregel nam en of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is dat zij gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot ontbinding.

Thuisvester heeft niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid gehandeld

Bij de beoordeling weegt de kantonrechter mee dat Thuisvester als toegelaten instelling op grond van artikel 19 Woningwet ook de zorg heeft voor de leefbaarheid van de woonomgeving van haar (overige) huurders. Drugsgebruik en drugshandel zorgen vaak voor overlast en zijn factoren die (andere vormen van) criminaliteit kunnen aantrekken. Daarmee kunnen zij de woonomgeving in negatieve zin beïnvloeden. Daarom heeft Thuisvester in beginsel een zwaarwegend belang om daartegen op te willen treden.

[huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij, al dan niet samen met haar zus, in het gehuurde regelmatig lachgas heeft gebruikt. Het gaat daarbij om hoeveelheden die veel groter zijn dan wat wettelijk is toegestaan. Dat blijkt ook uit het feit dat de politie verspreid over meerdere bezoeken in de periodes september 2024 tot en met januari 2025 en augustus en september 2025 in totaal zo’n 100 lachgascilinders met een inhoud van twee kilo per stuk in het gehuurde heeft aangetroffen. Weliswaar heeft [huurder] betwist dat zij door het gebruik van het lachgas geluidsoverlast heeft veroorzaakt, maar uit de overgelegde brieven van de burgemeester blijkt voldoende dat de politie niet alleen meldingen hierover heeft ontvangen van omwonenden, maar ook zelf de geluidsoverlast heeft geconstateerd. Zo schrijft de burgemeester in haar brief van 21 januari 2025: “Aan de hand van de klachten is de politie verschillende keren bij de woning geweest, waar zij de geluidsoverlast zelf ook hebben geconstateerd. […] Omwonenden meldden dat ze niet aan hun nachtrust toekomen en wakker worden van het geluid dat vanuit de woning komt.” Ook in haar brief van 29 oktober 2025 vermeldt de burgemeester dat de politie naar aanleiding van meldingen in het gehuurde is geweest en zelf geluidsoverlast (in combinatie met lachgasgebruik) heeft geconstateerd, in ieder geval op 25, 27 en 28 augustus en 4 september 2025. [huurder] heeft nog het verweer gevoerd dat de woning gehorig is. De geluidsoverlast gaat echter verder dan het horen van alledaagse leefgeluiden die buren tot op zekere hoogte van elkaar moeten verdragen. Daarom gaat de kantonrechter aan dit verweer voorbij.

[huurder] heeft aangevoerd dat zij een groot belang heeft bij behoud van haar woning. Zij wil werken aan het verwerken van haar trauma’s die volgens haar de reden zijn van het lachgasgebruik en daarvoor is volgens [huurder] het behoud van haar woning noodzakelijk. Zij kan niet terecht bij familie of vrienden. Ter onderbouwing van haar wil om te verbeteren, heeft [huurder] een eigen verklaring en een verklaring van Novadic, beide zonder datum, overgelegd. Daarnaast heeft zij een verklaring van Novadic van 13 november 2025 overgelegd waarin is aangegeven dat de behandeling van [huurder] op dit moment niet kan worden gestart, omdat zij dakloos is.

De kantonrechter heeft geconstateerd dat de overgelegde verklaringen zonder datum horen bij het bezwaar dat [huurder] heeft ingediend tegen de voorgenomen sluiting door de burgemeester van januari 2025. Naar aanleiding van dit bezwaar heeft de burgemeester de woning destijds niet gesloten, maar [huurder] wel gewaarschuwd dat dit alsnog kon gebeuren als [huurder] in herhaling zou vallen. Daarnaast blijkt uit de correspondentie die Thuisvester heeft overgelegd dat ook Thuisvester [huurder] vanaf september 2024 meerdere keren heeft gewaarschuwd en dat afspraken zijn gemaakt voor verbetering. Ondanks deze waarschuwingen en afspraken is [huurder] in augustus en september 2025 in herhaling gevallen en heeft de burgemeester de woning alsnog gesloten. Op grond van de ernst van de geconstateerde feiten en de gegeven waarschuwingen is de kantonrechter van oordeel dat niet gezegd kan worden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid evident onaanvaardbaar is dat Thuisvester gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid de huurovereenkomst per 13 november 2025, de dag van de sluiting, te ontbinden.

Het belang van Thuisvester weegt zwaarder dan het belang van [huurder]

Dat [huurder] belang heeft bij behoud van haar woning is duidelijk. [huurder] is als huurder echter verantwoordelijk voor wat zich in het gehuurde afspeelt. Toch heeft zij ondanks waarschuwingen en toezeggingen om haar gedrag te verbeteren weer lachgas gebruikt en overlast veroorzaakt. Weliswaar heeft [huurder] tijdens de mondeling behandeling aangegeven dat zij werkt aan verbetering, maar zij heeft niet, althans onvoldoende onderbouwd dat de situatie nu anders is dan de vorige keer dat zij aan verbetering werkte en dat er voldoende uitzicht is op blijvende verbetering. Daarnaast blijkt ook niet dat zij belang heeft bij behoud van specifiek het gehuurde als haar woning. Het gebruik van lachgas en de terugval in gebruik vonden overigens juist in die woning plaats, zodat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet aannemelijk is dat specifiek het gehuurde een beschermde omgeving voor haar vormt. Daarnaast verblijft [huurder] op dit moment in een doorstroomwoning. Niet is duidelijk waarom haar verblijf daar in de weg staat aan de behandeling van [huurder] .

De kantonrechter is daarom van oordeel dat het belang van [huurder] niet opweegt tegen het belang van Thuisvester bij de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

De huurovereenkomst is ontbonden en de woning moet ontruimd worden

Op grond hiervan zullen de door Thuisvester gevorderde verklaring voor recht dat de huurovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en de daaraan verbonden ontruiming van de woning worden toegewezen.

Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat het zeer lastig zal zijn om tijdens de burgemeesterssluiting de woning (verder) te ontruimen. De burgemeesterssluiting is nog een feit. Daarom zal de ontruimingstermijn op zeven dagen na opheffing daarvan worden gesteld.

Beoordeling van de voorwaardelijke vordering tot ontbinding

Thuisvester heeft een voorwaardelijke vordering ingesteld, inhoudende ontbinding van de huurovereenkomst voor het geval de voorwaarde intreedt dat het besluit van de burgemeester om de woning te sluiten geen stand zal houden.

De voorwaardelijke ontbinding wordt afgewezen

De huurovereenkomst is rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden. De privaatrechtelijke gevolgen daarvan blijven ook in stand als het onderliggende sluitingsbevel in een bestuursrechtelijke procedure wordt vernietigd. Dat betekent dat de huurovereenkomst ontbonden blijft ook als het besluit van de burgemeester geen stand zal houden. Daarom wijst de kantonrechter deze vordering wegens gebrek aan belang af.

Beoordeling van de overige vorderingen

[huurder] moet de hoofdsom betalen

Thuisvester heeft betaling van de huurachterstand en facturen voor afrekening en kosten van buitensluiten gevorderd. [huurder] heeft niet betwist dat in verband hiermee sprake is van een betalingsachterstand die tot en met november 2025 berekend is op een bedrag van € 2.828,12. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.

Thuisvester vordert ook vergoeding van rente en kosten.

Ambtshalve toetsing rente- en incassokostenbeding: geen oneerlijk beding

De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).

In verband met de gevorderde rente en incassokosten bevat artikel 15 van de AV een relevant beding. De kantonrechter heeft dit beding getoetst en is van oordeel dat dit geen oneerlijk beding is.

[huurder] moet ook de incassokosten en wettelijke rente betalen

Thuisvester vordert een bedrag van € 369,27 aan buitengerechtelijke kosten. Dit bedrag zal worden toegewezen, omdat uit de overgelegde stukken voldoende blijkt dat door de gemachtigde van Thuisvester werkzaamheden zijn verricht om betaling van de vordering buiten rechte te krijgen en aan de eisen van artikel 6:96, leden 2 tot en met 6 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan.

[huurder] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en facturen. Dat betekent dat zij in verzuim is. Daarom moet zij wettelijke rente betalen. Thuisvester heeft in haar dagvaarding wettelijke rente gevorderd over de gehele achterstand inclusief rente en kosten. Voor zover de wettelijke rente gevorderd wordt over de incassokosten, wijst de kantonrechter deze toe vanaf het moment van dagvaarden, omdat Thuisvester niets heeft genoemd over het moment waarop zij deze kosten heeft betaald. De kantonrechter kan op basis van de door Thuisvester overgelegde informatie niet vaststellen of in de in het totaalbedrag opgenomen verschenen rente ook de rente van het laatste jaar vóór de dagvaarding is begrepen. Daarom zal de kantonrechter de wettelijke rente over het overige toewijzen vanaf het moment van verzuim.

Betaling van huur en gebruiksvergoeding wordt toegewezen

Thuisvester wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van de maandelijkse huur, een bedrag van € 514,54 per maand, te rekenen vanaf de maand december 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.

De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad toegewezen

Thuisvester verzoekt om de veroordeling, gemotiveerd, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [huurder] heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek.

Bij de beoordeling hiervan, moet de kantonrechter de belangen van partijen tegen elkaar afwegen. Uitgangspunt is dat een veroordeling in principe uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd als het belang van [huurder] bij behoud van de bestaande toestand (zolang niet op het door haar ingestelde rechtsmiddel is beslist) of haar belang bij zekerheidstelling, ook met dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van Thuisvester . De kantonrechter ziet in wat [huurder] heeft aangevoerd geen aanleiding om de belangenafweging op dit punt anders te beoordelen dan wat hiervoor is overwogen. Dat betekent dat niet afgeweken wordt van het uitgangspunt en de kantonrechter het vonnis zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren.

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Thuisvester worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

145,45

- griffierecht

514,00

- salaris gemachtigde

542,00

(2 punten × € 271,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.336,45

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] buitengerechtelijk is ontbonden per 13 november 2025,

veroordeelt [huurder] om binnen 7 dagen na het eindigen van de burgemeesterssluiting het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Thuisvester zijn, en de sleutels af te geven aan Thuisvester ,

veroordeelt [huurder] om te betalen aan Thuisvester :

- een bedrag van € 2.828,12 aan kosten en achterstallige huur tot en met november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf het moment van verzuim tot het moment van volledige betaling,

- een bedrag van € 369,27 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van dagvaarding tot het moment van volledige betaling,

- een verbruiksvergoeding ter hoogte van de huurprijs van € 514,54 per maand, te rekenen vanaf de maand december 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt,

veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.336,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?