ECLI:NL:RBZWB:2026:4687

ECLI:NL:RBZWB:2026:4687

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer BRE 26/2684
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

voorlopige voorziening, beslag, voorzieningenrechter onbevoegd

Uitspraak

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker inzake het door het UWV gelegde loonbeslag.

Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?

Met het besluit van 12 november 2025 heeft het UWV aan verzoeker meegedeeld dat hij een bedrag moet terugbetalen. Het bezwaar dat verzoeker tegen dit besluit heeft ingediend is met het besluit van 26 februari 2026 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit bij de rechtbank (zaaknummer 26/1940).

Het UWV heeft op 16 april 2026 loonbeslag gelegd bij de werkgever van verzoeker. Verzoeker heeft vervolgens aan de voorzieningenrechter gevraagd de tenuitvoerlegging van dit beslag te schorsen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker zijn verzoek heeft gekoppeld aan de beroepszaak tegen het terugvorderingsbesluit. Met het terugvorderingsbesluit is echter niet het loonbeslag gelegd. Zoals ook al in de brief van 15 mei 2026 van de griffier aan verzoeker is meegedeeld, is voor het leggen van een loonbeslag een dwangbevel noodzakelijk. In de brief van 16 april 2026 die het UWV aan de werkgever heeft gestuurd wordt ook melding gemaakt van die dwangbevelen.

Is de voorzieningenrechter bevoegd?

In artikel 4:116 van de Awb is bepaald dat een dwangbevel een executoriale titel oplevert. Ingevolge artikel 8.4, eerste lid, onder b, van de Awb kan geen beroep (en dus ook geen bezwaar) worden ingesteld tegen een dwangbevel. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is te oordelen over het door het UWV gelegde loonbeslag. Verzoeker zal zich met zijn verzoek tot schorsing van het loonbeslag tot de civiele rechter moeten wenden.

De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoeker een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Het verzoekschrift kan daarom niet doorgestuurd worden naar de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter zal zich onbevoegd verklaren.

Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is, zal het door verzoeker betaalde griffierecht aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl..

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.J.M. van Hees

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand