ECLI:NL:RBZWB:2026:47

ECLI:NL:RBZWB:2026:47, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-01-2026, 11497695 \ CV EXPL 25-313

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer 11497695 \ CV EXPL 25-313
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Bergen op Zoom

Samenvatting

Geschil over verricht meerwerk. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat zij gedaagde heeft gewezen op een prijsverhoging vanwege meerwerk. De vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer: 11497695 \ CV EXPL 25-313

Vonnis van 7 januari 2026

in de zaak van

[eiser] B.V.,

gevestigd te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. G.A. van Gorcom,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. P.A.M. Seck.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 april 2025 en de daarin genoemde stukken;

- de aanvullende producties 10 tot en met 13 van [eiser] ;

- de aanvullende producties 14 tot en met 17 van [eiser] ;

- de aanvullende productie 9 van [gedaagde] ;

- de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ter zitting is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] heeft [gedaagde] op 20 maart 2024 een offerte toegezonden voor een bedrag van € 39.205,50 incl. btw voor het aanleggen van een betonnen oprit, looppad en vloer (hierna samen: ‘de betonvloer’). [gedaagde] heeft de offerte dezelfde dag digitaal ondertekend. Deze offerte is opgesteld op basis van de door [gedaagde] toegezonden afmetingen.

In de offerte staat het volgende opgenomen:

Meerwerk

Tijdens de inmeetafspraak bij u op locatie, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, meten we het aantal m2 en de dikte na. Als het aantal m2 of de dikte afwijkt van de offerte dan wordt dit naar u gecommuniceerd en doorberekend. Voor extra m2 berekenen wij de eerder geoffreerde prijzen door. Voor extra dikte berekenen wij € 3,00 per m2, per cm dikte incl. btw.’

Op 19 april 2024 is een medewerker van [eiser] ter plaatse geweest, waarbij het werk en de planning met [gedaagde] zijn besproken. Er is tijdens dit gesprek een inmeetformulier ingevuld, waarop afmetingen van het poolhuis, de oprit en het pad van het poolhuis bij ‘Constatering na bezoek op locatie’ zijn ingevuld.

[eiser] heeft in de week van 13 tot en met 17 mei 2024 de werkzaamheden uitgevoerd.

[eiser] heeft op 16 mei 2024 een werkbon aan [gedaagde] toegezonden, waarin meerwerk van in totaal 65,5 m2 is opgenomen. Deze werkbon is niet door [gedaagde] ondertekend.

3. Het geschil

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, na vermindering van eis, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 12.437,58, vermeerderd met de contractuele rente van 2% per maand, dan wel de wettelijke rente vanaf 30 mei 2024, alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 918,05, en de proceskosten, beide te vermeerderen met wettelijke rente.

[eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] akkoord is gegaan met de offerte, waarop de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze voorwaarden zijn met de offerte meegezonden. De offerte is gebaseerd op door [gedaagde] doorgegeven afmetingen, zijnde 145 m2 voor de oprit en 12 m2 voor het looppad. Bij het gesprek van 19 april 2024 is de maatvoering van de betonvloer niet besproken, omdat het vaststellen van de definitieve hoogtes en het opstellen van het afschotplan wegens omstandigheden meer tijd in beslag heeft genomen. Partijen zijn vervolgens mondeling overeengekomen dat de definitieve maatvoering van de betonvloer pas zou worden vastgesteld op het moment dat de wapening wordt aangebracht. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden bleek dat er 65,5 m2 meer beton moest worden gestort dan in de offerte was opgenomen. Dit is met [gedaagde] besproken. De werkbon met het meerwerk is per e-mail aan [gedaagde] toegezonden. [gedaagde] heeft niet op de werkbon gereageerd, waardoor het werk is doorgegaan. [gedaagde] dient voor het meerwerk te betalen, gelet op het meerwerkbeding in de ondertekende offerte.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert aan dat partijen een vast bedrag van € 39.205,50 incl. btw zijn overeengekomen. [eiser] heeft vervolgens op de afspraak van 19 april 2024 een inmeetformulier ingevuld. Op dit formulier staat opgenomen onder ‘Constatering na bezoek op locatie’:

“Poolhuis 36,00 m2 gem. dikte: 10, rond 8 wapening

Oprit 145,00 m2 gem. dikte: 20, dubbele wapening

Pad poolhuis 12,00 m2 gem. dikte totaal: 15”.

Nadat de werkzaamheden zijn aangevangen, heeft op 16 mei 2024 een medewerker van [eiser] [gedaagde] geïnformeerd dat hij niet weet hoe het bedrijf aan het aantal vierkante meters van de inmeetbon is gekomen. Hij gaf aan de vloeroppervlakte nog eens te willen meten en dit te overleggen met kantoor. In het daaropvolgende telefoongesprek is niet gesproken over eventuele extra vierkante meters, noch over meerkosten. [gedaagde] heeft diezelfde dag onaangekondigd een tweede inmeetbon ontvangen, waarop extra oppervlakte in rekening is gebracht, zonder nadere toelichting. [gedaagde] heeft nooit akkoord gegeven voor meerwerk. [eiser] heeft haar informatieverplichtingen geschonden. Ook heeft de tweede inmeting te laat plaatsgevonden, namelijk pas na aanvang van de werkzaamheden, terwijl de inmeting voorafgaand aan de werkzaamheden dient plaats te vinden. Er is dan ook sprake van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [eiser] . [gedaagde] wil niets meer aan [eiser] betalen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De overeenkomst tussen partijen

Partijen zijn het erover eens dat zij op 20 maart 2024 een overeenkomst hebben gesloten ten bedrage van € 39.205,50. Tussen partijen kan in het midden blijven of de algemene voorwaarden al dan niet van toepassing zijn. In de overeenkomst is een beding over meerwerk opgenomen, zoals uiteengezet onder randnummer 2.2. Ook staat vast dat [eiser] uiteindelijk 65,5 m2 meer betonvloer heeft gestort en afgewerkt.

Prijsverhoging bij meerwerk: het wettelijk kader

Partijen zijn het er niet over eens of [gedaagde] nog een bedrag van € 12.437,58 aan meerwerk aan [eiser] moet betalen. [eiser] stelt dat partijen hebben afgesproken dat de definitieve maatvoering van de betonvloer pas zou worden bepaald op het moment dat de wapening wordt aangebracht. Volgens [gedaagde] zijn partijen een vast bedrag overeengekomen en heeft [eiser] geen meerwerk en bijkomende kosten besproken.

Artikel 7:755 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’) bepaalt over meerwerk (onder meer) het volgende: In geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk kan de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Het is aan [eiser] , die zich op de rechtsgevolgen beroept (betaling van € 12.437,58), om voldoende onderbouwd te stellen en (zo nodig) te bewijzen dat sprake is van meerwerk en dat zij [gedaagde] tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging.

Uit de wetgeschiedenis blijkt dat met deze bepaling is beoogd duidelijk te maken dat toestemming tot meerwerk niet zonder meer toestemming tot een prijsverhoging impliceert. In dat opzicht heeft de wetgever de opdrachtgever bescherming willen bieden. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het aan de opdrachtgever is om, nadat hij tijdig door de aannemer is gewezen op de noodzaak van een prijsverhoging of indien hij die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen, desgewenst contact op te nemen met de aannemer. Er kan dan worden gesproken over de omvang van de prijsverhoging en vervolgens kan de opdrachtgever beslissen of hij de gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk wil opdragen.

Tijdig wijzen op prijsverhoging onvoldoende door [eiser] onderbouwd

[eiser] voert aan dat partijen mondeling zijn overeengekomen dat de definitieve inmeting van de betonvloer pas zou plaatsvinden op het moment dat de wapening wordt aangebracht. [gedaagde] betwist dit. Uit de door [eiser] overgelegde stukken blijkt niet dat partijen nadere (afwijkende) afspraken hebben gemaakt. Op de ondertekende offerte staat duidelijk door [eiser] vermeld dat het aantal m2 en de dikte van de betonvloer voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden zal worden nagemeten. Op de inmeetafspraak van 19 april 2024 is een formulier door [eiser] ingevuld. Op dit formulier zijn onder ‘constatering na bezoek op locatie’, afmetingen ingevuld bij de verschillende ruimtes. Ook uit dit formulier blijkt niet dat deze afmetingen onjuist zijn of dat deze afmetingen na aanvang van de werkzaamheden nog definitief moeten worden vastgesteld.

Daar komt bij dat toen bleek dat er 65,5 m2 extra beton moest worden gestort wat niet binnen de gemaakte afspraak viel, [eiser] [gedaagde] kenbaar had moeten maken dat dit een prijsverhoging tot gevolg had. Onvoldoende is gebleken dat [eiser] aan [gedaagde] heeft laten weten dat er sprake is van meerwerk en dat dit een prijsverhoging (incl. het bijbehorende bedrag) tot gevolg heeft. Uit de overgelegde werkbon kan dit niet worden afgeleid, nu deze niet door [gedaagde] is ondertekend. Ook blijkt niet uit de getuigenverklaringen van de medewerkers van [eiser] dat zij [gedaagde] hebben gewezen op de uit het meerwerk voortvloeiende prijsverhoging en de hoogte van dit bedrag. Het had op de weg van [eiser] gelegen duidelijk over meerwerk in de richting van [gedaagde] te communiceren. Dat is niet gebeurd.

[eiser] is, ondanks dat [gedaagde] de werkbon niet heeft ondertekend, doorgegaan met het uitvoeren van de werkzaamheden. Doordat [eiser] [gedaagde] er niet van op de hoogte heeft gesteld dat sprake is van meerwerk en dat dit een prijsverhoging tot gevolg heeft, heeft [gedaagde] niet met [eiser] kunnen overleggen over de omvang van de prijsverhoging om vervolgens te beslissen of zij het aantal extra m2 door [eiser] wel wilde laten uitvoeren. Zoals hiervoor overwogen (randnummers 4.3 en 4.4) is dat nu juist de ratio achter art. 7:755 BW. Het gevolg is dat [eiser] geen verhoging van de prijs kan vorderen.

Conclusie: afwijzing vordering

Op grond van het voorgaande is de conclusie dat [eiser] onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat zij [gedaagde] heeft gewezen op een prijsverhoging vanwege meerwerk. Dat betekent dat aan bewijslevering niet wordt toegekomen en dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

812,00

(2 punten × € 406,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

947,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiser] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?