ECLI:NL:RBZWB:2026:4701

ECLI:NL:RBZWB:2026:4701

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer C/02/447188 / FA RK 26-1950
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Rechterlijke machtiging voor drie maanden verleend. Dient te worden gekeken naar minder ingrijpende alternatieven, het levenstestament van betrokkene en de bereidheid van betrokkene om hulp daadwerklijk duurzaam te accepteren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/447188 / FA RK 26-1950

Datum uitspraak: 28 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

dhr. [persoon 1] , verpleegkundige;

mw. [persoon 2] , zorgadviseur;

mw. [persoon 3] , dochter.

2. Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3. De standpunten

Betrokkene erkent dat hij vasculaire dementie heeft. Zijn geheugen is echter nog goed en hij kan alles doen wat hij voorheen ook deed. In de thuissituatie had betrokkene een klok en een medicatierol, dit werkte goed. Betrokkene is nu ruim een maand opgenomen, terwijl hij in eerste instantie slechts een paar dagen zou worden opgenomen vanwege problemen met zijn katheter.

De verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat betrokkene het liefst naar huis wil, maar wel goed is in de samenwerking. In vergelijking met de aanvang van de opname en het verblijf, gaat het nu best goed met betrokkene. Hij heeft nog een mate van regie over zijn eigen leven. Op goede dagen kan betrokkene zelfstandig de algemeen dagelijkse levensverrichtingen uitvoeren, op slechte dagen heeft hij daar meer hulp bij nodig. Ook heeft hij veel sturing nodig in zijn dag- en nachtritme. In het geval betrokkene weer terug naar huis zal gaan heeft hij hulp en ondersteuning nodig. Betrokkene lijkt dit overigens zelf ook in te zien. De verpleegkundige erkent dat een goede basis er voor kan zorgen dat betrokkene beter tot functioneren komt.

De zorgadviseur heeft toegelicht dat betrokkene is eerste instantie is opgenomen naar aanleiding van lichamelijke problemen en een delierachtig beeld. Betrokkene verzette zich daartegen, maar is uiteindelijk akkoord gegaan. Om die reden is er geen inbewaringstelling verzocht. Gezien wordt dat hij profiteert van de aanwezige structuur, duidelijkheid en begeleiding. In de thuissituatie is er een groot risico dat betrokkene opnieuw het overzicht en inzicht zal verliezen, waardoor hij in paniek kan raken. Voorheen deed hij dan een beroep op zijn echtgenote en dochter. Hierdoor is veel boosheid en onbegrip ontstaan. De echtgenote is inmiddels zelf ook opgenomen en de dochter is overbelast geraakt. Voorafgaande aan de opname is geprobeerd om meer hulp voor betrokkene in te zetten. Vanuit het vasculaire beeld wijst betrokkene echter hulp af, hij wil zelf de regie behouden maar kan geen adequate inschatting meer maken van wat nodig is. Dit wordt ook op de afdeling gezien waar betrokkene er niet goed mee om kan gaan als dingen anders lopen dan hij wenst, dit uit zich bijvoorbeeld in verbale agressie. Vooral bij aanvang van de opname en het verblijf toonde betrokkene verzet. Dit is inmiddels afgenomen, al wil betrokkene wel nog steeds naar huis.

De dochter heeft naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in hetgeen in de stukken is beschreven. Tussen woord en daad zit bij betrokkene een grote discrepantie. Mede hierdoor is de dochter overbelast geraakt.

De advocaat van betrokkene merkt allereerst op dat gelet op het verzet tijdens de aanvang van de opname en het verblijf een inbewaringstelling had moeten worden verzocht. Dat dit niet is gebeurd is een schending van artikel 29 Wzd. Voorts voert de advocaat van betrokkene namens hem aan dat er geen sprake is van ernstige nadeel. Bovendien is onvoldoende gekeken naar minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De situatie is anders dan een aantal weken geleden. In de thuissituatie kan hulp worden ingezet, betrokkene is bereid die hulp te accepteren. Hierover is onvoldoende met betrokkene gesproken. Ook is geen kennis genomen van het levenstestament, terwijl juist hierin staat wat betrokkene wenst als hij een grotere zorgbehoefte krijgt. Betrokkene wil weliswaar het liefst naar huis, maar verzet zich feitelijk niet tegen de opname en het verblijf, zo wijst hij zorg niet af. De advocaat van betrokkene verzoekt gelet op het vorengaande primair om het verzoek af te wijzen. Subsidiair dient de machtiging in duur te worden beperkt tot twee maanden. Zo is er tijd om te kijken hoe de zorg in de thuissituatie kan worden ingezet en het levenstestament daarin te betrekken.

4. De beoordeling

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene op de afdeling niet altijd voldoende in staat is om de algemeen dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Ook is hij verbaal agressief als dingen anders gaan dan hij voor ogen had. In de thuissituatie zal betrokkene, in ieder geval op dit moment, volledig op zichzelf zijn aangewezen. Zijn echtgenote is opgenomen en het netwerk is overbelast geraakt en afgehaakt vanwege verbale agressie vanuit betrokkene. Betrokkene zal dan naar verwachting en net als eerder het geval was onvoldoende in staat zijn zonder extra hulp om zelfstandig in zijn basisbehoeften te voorzien.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene krijgt 24-uurs begeleiding en ondersteuning in een veilige gestructureerde woonomgeving.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft nog steeds duidelijk en herhaaldelijk aan dat hij terug wil naar huis. Dat betrokkene in samenwerking is en zich niet tegen de zorg als zodanig verzet, doet niets af aan het verbale verzet dat hij toont tegen de opname en het verblijf.

Er zijn op dit moment geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Zoals gezegd zal betrokkene op dit moment in de thuissituatie volledig op zichzelf zijn aangewezen. Dit is niet wenselijk. De rechtbank ziet echter ook dat door de opname en het verblijf van de echtgenote van betrokkene, de situatie wezenlijk is veranderd. Betrokkene heeft weliswaar eerder thuiszorg en hulp geweigerd, maar geeft nu aan hier wel voor open te staan. Onduidelijk is of hij de hulp ook daadwerkelijk zal accepteren, maar de rechtbank is van oordeel dat dit beter moet worden onderzocht. Ook is geen kennis genomen van het levenstestament van betrokkene terwijl het op zijn minst van belang van is om de wensen en behoeften van betrokken mee te wegen bij eventueel nemen beslissingen.

De rechtbank zal de machtiging daarom voor de duur van drie maanden verlenen en het resterende deel van het verzoek afwijzen. Dit geeft de behandelaren voldoende tijd om te bezien of en welke mindere bezwarende alternatieven er nog zijn en of betrokkene bereid is om die hulp daadwerkelijk duurzaam te accepteren. Daarnaast moet kennis worden genomen van het levenstestament. De rechtbank verwacht dat bij een eventueel nieuw verzoek om een rechterlijke machtiging inzichtelijk wordt gemaakt hoe naar het vorengaande is gekeken en welke afwegingen er zijn gemaakt.

5. De beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 juli 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. van Noort, griffier en op schrift gesteld op 1 mei 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. van Noort

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand