2. De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 1998 in de gemeente Etten-Leur met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.
3. De verzoeken
De man verzoekt, samengevat,
- echtscheiding;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking.
De vrouw verzoekt, samengevat,
- echtscheiding;
- vaststelling van een door de man aan haar te betalen onderhoudsbijdrage van € 1.586,= per maand;
- bepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking.
4. De beoordeling
Op uitdrukkelijk verzoek van de man zal de rechtbank bij voorrang beslissen op het verzoek tot echtscheiding. De vrouw heeft verklaard daartegen geen bezwaar te hebben.
Het verzoek tot echtscheiding ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed.
De beslissing over de nevenvoorzieningen zal worden aangehouden. Daarbij wordt opgemerkt dat de rechtbank op korte termijn de verhinderdata van partijen en advocaten zal opvragen. Op de te plannen zitting zal enkel het verzoek van de vrouw tot vaststellen van partneralimentatie worden behandeld. Over de overige nevenvoorzieningen, te weten het huurrecht en opneming van het convenant en addendum in de beschikking, blijkt uit de stukken dat partijen al overeenstemming hebben bereikt.
5. De beslissing
De rechtbank
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1998 in de gemeente Etten-Leur;
houdt de beslissing voor het overige aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.