RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[eiser], uit [plaats], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Samenvatting
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2813 en 25/5116
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaken tussen
en
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
[naam 1] (gemachtigde: drs. [gemachtigde]) en
[naam 2].
1. Deze uitspraak gaat over twee beslissingen op bezwaar van 7 april 2025 (bestreden besluiten). De bezwaren van eiser waren gericht tegen twee beslissingen op twee aanvragen van zijn meerderjarige kinderen over het wijzigen van hun geslachtsnaam. Zij willen de achternaam van hun moeder aannemen. Eiser is het niet eens met de geslachtsnaamwijzigingen en heeft daartegen beroep ingesteld.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris in redelijkheid heeft kunnen beslissen om de aanvragen toe te wijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De staatssecretaris heeft gereageerd met een verweerschrift. Derde-partijen hebben ook schriftelijk gereageerd.
De rechtbank heeft de beroepen van eiser op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, namens de staatssecretaris mr. T.C. Tesselhof en de gemachtigde van [naam 1]. [naam 1] en [naam 2] zijn niet ter zitting verschenen.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
Kan het verweerschrift worden toegelaten?
3. Eiser vindt dat het verweerschrift niet mag worden toegelaten omdat het verweerschrift te laat is binnengekomen bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het verweerschrift kan worden toegelaten. Eiser heeft gelijk dat het verweerschrift te laat is ontvangen door de rechtbank, maar in dit geval kan het verweerschrift toch worden toegelaten. De goede procesorde wordt hierdoor namelijk niet geschonden. In het verweerschrift staat weinig nieuwe informatie en de termijnoverschrijding is niet groot.
Inhoudelijke beoordeling
4. De rechtbank baseert haar beslissing onder meer op de wettelijke regels die van toepassing zijn. Deze regels staan in de bijlage bij deze uitspraak. Verder heeft de rechtbank gekeken naar wat in de rechtspraak over soortgelijke zaken is gezegd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris in redelijkheid tot zijn besluiten heeft kunnen komen. Ten eerste is aan de formele eisen voldaan. Derde-partijen hebben als meerderjarige verzocht om wijziging van hun geslachtsnaam. Hun moeder, mevrouw [naam 3], heeft daarmee ingestemd en er is geen discussie over dat de verzorging en opvoeding door haar enige tijd gedurende de minderjarigheid heeft geduurd. Eiser en de moeder zijn ook sinds 2006 uit elkaar.
De rechtbank volgt de belangenafweging van de staatssecretaris. Aan de ene kant staat dat eiser binding met zijn kinderen wilt behouden via een gedeelde achternaam. Aan de andere kant staat dat de derden-partijen meerderjarig zijn en dan worden zij geacht om de gevolgen van een naamswijziging te kunnen overzien. Aan dit laatste heeft de staatssecretaris in redelijkheid meer gewicht mogen toekennen.
Eiser meent dat de naamwijzigingsverzoeken door manipulatie van mevrouw [naam 3] zouden zijn ingegeven. De staatssecretaris heeft geen aanwijzingen van bijvoorbeeld dwang door mevrouw [naam 3] of dat de naamswijzigingen op een andere manier niet in het belang zijn van derde-partijen. De rechtbank volgt de staatssecretaris hierin. De staatssecretaris heeft bij de beoordeling van de verzoeken ook niet dieper op het verleden tussen eiser, zijn ex-partner en de kinderen in hoeven te gaan en daar onderzoek naar hoeven doen.
Ter zitting heeft eiser gezegd dat het hem niet gaat om de naamswijzigingen, maar dat hij niet wilt dat zijn naam door het slijk wordt gehaald. De rechtbank heeft in het dossier gelezen en op zitting van eiser gehoord dat er veel is gebeurd in het verleden. Eiser heeft daar veel verdriet van en is daar boos over. Omdat de rechtbank moet beslissen aan de hand van het toetsingskader, heeft wat eiser hierover heeft gezegd geen invloed op de beslissing van de rechtbank. De rechtbank kan in deze procedure ook geen uitspraak doen over erfeniskwesties.
Conclusie en gevolgen
5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de besluiten van de staatsecretaris om de naamswijzigingen aan de koning voor te dragen in stand blijven. Omdat de beroepen ongegrond zijn, krijgt eiser het griffierecht niet terug.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A. de Kraker, griffier. Het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Bijlage: wettelijk kader
Artikel 7, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de geslachtsnaam op verzoek kan worden gewijzigd bij koninklijk besluit. Het vijfde lid van artikel 7, van Boek 1 van het BW bepaalt dat nadere regels worden gesteld over de gronden waarop de geslachtsnaamswijziging kan worden verleend, de wijze van indiening en behandeling van verzoeken. Deze algemene maatregel van bestuur is het Besluit geslachtsnaamwijziging.
Artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geslachtsnaamswijziging bepaalt dat een meerderjarige kan verzoeken om de geslachtsnaam te wijzigen in een geslachtsnaam van de ouder wiens naam het kind niet heeft, indien deze ouder na de ontbinding van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de verbreking van de buitenhuwelijkse samenleving met de andere ouder gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek de minderjarige heeft verzorgd en opgevoed en indien de verzorging en opvoeding enige tijd gedurende de minderjarigheid hebben geduurd.