ECLI:NL:RBZWB:2026:4714

ECLI:NL:RBZWB:2026:4714

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer C/02/426956 / FA RK 24-4437
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Aanhouding in afwachting van verloop voorlopige omgangsregeling en ouderschapsbemiddelingstraject

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/426956 / FA RK 24-4437

datum uitspraak: 28 april 2026

nadere beschikking betreffende wijziging omgangsregeling

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank onbekend adres,

advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag,

tegen

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [plaats 1] .

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2016, hierna: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2019, hierna: [minderjarige 2] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het nadere procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 14 februari 2025 en alle daarin genoemde stukken;

- het e-mailbericht van de Raad van 26 februari 2025;

- de raadsrapportage van 31 maart 2025;

- het gewijzigde verzoek, ontvangen op 16 april 2025;

- het gewijzigde verzoek met bijlagen, ontvangen op 19 maart 2026;

- het F9-formulier van mr. Meershoek van 15 april 2026.

Het verzoek is mondeling behandeld op 30 maart 2026. Bij die behandeling zijn de de man en de vrouw met haar advocaat verschenen. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.

2. De nadere beoordeling

De rechtbank verwijst naar de beschikking van 14 februari 2025. In deze beschikking is overwogen dat de rechtbank nog geen beslissing zal nemen op de verzoeken van de vrouw tot wijziging en nakoming van de omgangsregeling omdat de rechtbank zich op dat moment onvoldoende geïnformeerd achtte. De rechtbank heeft daarom de Raad verzocht een onderzoek in te stellen en heeft de zaak in afwachting van de rapportage van de Raad voor de duur van zes maanden aangehouden. Tot die tijd blijft de omgangsregeling gelden zoals die tussen partijen is vastgelegd in de beschikking van 21 maart 2023, met dien verstande dat de man in de weekenden dat hij omgang heeft de minderjarigen bij de vrouw ophaalt op zaterdagmorgen en terugbrengt op zondagavond, zoals nu tussen partijen informeel is afgesproken.

Uit de raadsrapportage van 31 maart 2025 volgt - kort samengevat - dat de Raad adviseert de omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen als volgt te verdelen: eenmaal per twee weken in het weekend vanaf zaterdag 12:00 uur tot zondag 19:00 uur bij de man, waarbij geldt dat de man de minderjarigen ophaalt en terugbrengt. De Raad acht deze omgangsregeling in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] omdat deze regeling de afgelopen maanden al wordt gehanteerd en goed verloopt en omdat het beter tegemoet komt aan het werk- en privéleven van de man. De regeling is duidelijk voor de minderjarigen en het is voor de vrouw haalbaar om uitvoering te geven aan deze regeling, waarbij zij er voor open staat om in overleg met de man extra omgangsmomenten te plannen. Deze flexibiliteit vanuit de vrouw maakt dat er ruimte is dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de man vaker kunnen zien wanneer dit mogelijk is, hetgeen de Raad zowel de minderjarigen als de man gunt.

Aan de orde is thans het gewijzigde verzoek van de vrouw om de omgangsregeling zoals die in de beschikking van 21 maart 2023 is vastgesteld en in de beschikking van 14 februari 2025 is gewijzigd, op te schorten en te bepalen dat er voorlopig geen omgang tussen de man en de minderjarigen zal plaatsvinden.

De vrouw kon zich aanvankelijk vinden in de adviezen van de Raad, maar inmiddels is de situatie dusdanig veranderd dat zij het vaststellen van enige omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen niet langer in het belang van de minderjarigen acht. Partijen hebben enige tijd uitvoering gegeven aan een regeling waarbij de minderjarigen eenmaal per twee weken van zaterdag 12:00 uur tot zondag 19:00 uur bij de man verbleven, zoals ook door de Raad is geadviseerd. Aanvankelijk werd deze regeling door beide partijen goed nakomen, maar sinds december 2025 is er geen omgang meer geweest tussen de man en de minderjarigen. Nadat de vrouw de minderjarigen uit coulance enige tijd naar [plaats 2] heeft gebracht, heeft zij de man na het ingaan van een nieuwe dienstregeling verzocht de minderjarigen voortaan weer op te halen in [plaats 3] . De man was hier niet toe bereid en heeft de minderjarigen niet meer bij de vrouw opgehaald. Dit terwijl door de rechtbank nadrukkelijk was overwogen dat de man degene was die de minderjarigen zou moeten ophalen en brengen. Dit is inmiddels de zoveelste keer dat de omgang (tijdelijk) stil komt te liggen omdat de man zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Daarbij merkt de vrouw op dat er ook andere kwesties zijn op basis waarvan zij meent dat de omgang met de man niet langer in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is, onder andere doordat de minderjarigen meermaals zijn geconfronteerd met een nieuwe relatie aan de zijde van de man, die vervolgens verbroken wordt waarna de minderjarigen niet meer over de toenmalige partner mogen spreken. Ook merkt de vrouw dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man niet langer hun vrijheid hebben om van beide ouders te houden. In de tussentijd gaat het ook niet goed met de minderjarigen. De vrouw ziet dat alle onrust omtrent de omgang met de man zijn weerslag op hen heeft. Al met al meent de vrouw dat de onrustige omgang tussen de man en de minderjarigen zoals die al jarenlang plaatsvindt niet langer in hun belang is. Het is duidelijk dat het de man niet structureel lukt om het contact tussen hem en de minderjarigen vorm te geven en hierin een rustige en stabiele situatie te creëren met alle gevolgen van dien voor de minderjarigen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben rust en structuur nodig en de vrouw is er niet van overtuigd dat de man dit kan bieden. Daarvoor moet hij eerst aan zichzelf werken, zoals de vrouw ook heeft gedaan.

De man heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds een discussie met de vrouw over het ophalen van de minderjarigen in december 2025 niet meer gezien. Sindsdien is de man geblokkeerd door de vrouw, waardoor hij geen mogelijkheid meer heeft gehad om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te zien of te spreken. De vader zou het heel erg vinden als wordt bepaald dat er voorlopig geen omgang zal plaatsvinden. Ook vindt hij het vervelend dat hij steeds wordt neergezet als slechte vader. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn namelijk graag bij de man en hij is altijd goed voor hen geweest. De man zou de omgangsregeling met de minderjarigen zoals geadviseerd door de Raad graag per direct hervatten en is bereid de minderjarigen in [plaats 3] op te halen.

De Raad licht toe dat het erg schadelijk is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als zij geen contact hebben met de man. Het is in het belang van de minderjarigen dat de omgangsregeling zoals is geadviseerd in de raadsrapportage wordt nagekomen, waarbij het aan de man is om de minderjarigen op te halen en terug te brengen. Verder vindt de Raad het belangrijk dat partijen gaan starten met een ouderschapsbemiddelingstraject. Er is op dit moment namelijk geen communicatie tussen partijen, terwijl het wel belangrijk is dat zij bepaalde zaken kunnen bespreken. Gelet op de reisafstand, zal daarbij gezocht moeten worden naar een constructie waarbij de man op enig moment via een digitale verbinding aanwezig kan zijn tijdens de gesprekken.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting, blijkt dat de minderjarigen en de man elkaar al langere tijd niet hebben gezien. Hoewel de omgangsregeling aanvankelijk positief verliep, heeft een discussie over het halen en brengen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ertoe geleid dat de omgangsregeling sinds december 2025 geen doorgang heeft gevonden. Gebleken is dat de communicatie tussen partijen sindsdien moeizaam verloopt. Met de Raad vindt de rechtbank het van belang dat partijen gaan werken aan het verbeteren van de onderlinge oudercommunicatie zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onbelast contact kunnen hebben met beide ouders. Door beide partijen is verklaard dat zij bereid zijn te werken aan hun onderlinge communicatie middels een ouderschapsbemiddelingstraject. De vrouw heeft toegezegd dat zij de gemeente zal benaderen om te informeren naar de mogelijkheden voor een bemiddelingstraject.

Omdat het in afwachting van het verloop en de uitkomst van het bemiddelingstraject van belang is dat de omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen wordt hervat, hebben partijen overeenstemming bereikt over een voorlopige omgangsregeling. Zij zijn overeengekomen dat het contact tussen de man en de minderjarigen wordt hervat met één contactmoment per maand van zaterdag 12:00 uur tot zondag 19:00 uur. Partijen hebben daarbij afgesproken dat de man de minderjarigen ophaalt van en terugbrengt naar het station in [plaats 3] . Voorts heeft de man toegezegd dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tijdens deze omgangsmomenten niet in contact zullen komen met de vrienden van de man waar de zorgen van de vrouw op zien.

Uit het bericht van 25 april 2026 van mr. Meershoek volgt dat partijen overeen zijn gekomen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] 18 april, 16 mei, 27 juni en 25 juli 2026 bij de man zullen verblijven. De rechtbank zal deze afspraken vastleggen in deze beschikking en vaststellen dat de man en de minderjarigen gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- zaterdag 18 april 2026 12:00 uur tot zondag 19 april 2026 19:00 uur;

- zaterdag 16 mei 2026 12:00 uur tot zondag 17 mei 2026 19:00 uur;

- zaterdag 27 juni 2026 12:00 uur tot zondag 28 juni 2026 19:00 uur;

- zaterdag 25 juli 2026 12:00 uur tot zondag 26 juli 2026 19:00 uur.

Daarbij geldt dat de man de minderjarigen telkens ophaalt van en terugbrengt naar het station in [plaats 3] .

Omdat het verloop van de voorlopige omgangsregeling en de uitkomsten van het ouderschapsbemiddelingstraject van belang zijn voor de beoordeling van het gewijzigde verzoek van de vrouw, zal de rechtbank het verzoek aanhouden voor de duur van vier maanden, te weten tot dinsdag 28 juli 2026. Aan mr. Meershoek wordt verzocht om de rechtbank uiterlijk op die datum te informeren over het verloop van de voorlopige omgangsregeling en het bemiddelingstraject, alsmede om het gewenste verdere procesverloop kenbaar te maken.

5. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de man en de minderjarigen voorlopig, totdat definitief is beslist, in het kader van de omgangsregeling gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de wijze zoals in rechtsoverweging 2.8 is omschreven;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de (definitieve) beslissing over het verzoek aan tot dinsdag 28 juli 2026 PRO FORMA, in afwachting van schriftelijk bericht van mr. Meershoek over het verloop van de voorlopige omgangsregeling en het bemiddelingstraject, alsmede om het gewenste verdere procesverloop kenbaar te maken, zoals hiervoor onder rechtsoverweging 2.9 is overwogen.

Deze beschikking is gegeven door mr. de Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 in aanwezigheid van mr. van der Meer, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. de Beer

Griffier

  • mr. van der Meer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand