ECLI:NL:RBZWB:2026:4715

ECLI:NL:RBZWB:2026:4715

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer C/02/445804 / KG ZA 26-116
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Straat- en contactverbod.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/445804 / KG ZA 26-116

Vonnis in kort geding van 28 april 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. N. Heijkant,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats 1] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. A.Ch. Osté.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 maart 2026 met producties 1 tot en met 9;- de conclusie van antwoord van 20 april 2026 met productie;- de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit hun huwelijk zijn drie kinderen geboren, van wie er nog twee minderjarig zijn.

De echtscheidingsbeschikking is op of omstreeks 8 december 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3. De vordering en de standpunten van partijen

De vrouw vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

I. de man primair te verbieden om na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zich te bevinden en te begeven in een straal van 600 meter te rekenen vanaf de woning van de vrouw, gelegen te [plaats 1] aan het [adres] ,

althans subsidiair de man te verbieden om na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zich te bevinden en te begeven op de navolgende wegen van de gemeente Dongen, alsmede het gebied dat binnen deze wegen ligt:

de [straat 1] ,

de [straat 2] ,

de [straat 3] ,

de [straat 4] ,

de [straat 5] vanaf de kruising met de [straat 4] ,

althans meer subsidiair een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen regio, locatie en/of afstand;

II de man te verbieden om na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zich te bevinden en te begeven op de [straat 6] in [plaats 1] ;

III. de man te verbieden vanaf het tijdstip van betekening van dit vonnis op enigerlei wijze, noch in persoon noch via communicatiemiddelen (zoals doch niet uitsluitend via telefoon, sms, e-mail of via sociale media dan wel op internet), direct dan wel indirect via derden, contact op te nemen met de vrouw;

IV de man te verbieden vanaf het tijdstip van betekening van dit vonnis op enigerlei wijze, noch in persoon noch via communicatiemiddelen (zoals doch niet uitsluitend via telefoon, sms, e-mail of via sociale media, dan wel op internet) zich op enigerlei wijze beledigend, grievend dan wel onnodig kwetsend uit te laten over de vrouw;

V alles op straffe van een door de man aan de vrouw te verbeuren dwangsom van

€ 500,00 per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat de man na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis nalaat volledig aan de veroordelingen onder I tot

en met IV gevolg te geven;

VI een en ander met veroordeling van de man in de kosten van dit geding en alle overige kosten tot tenuitvoerlegging van dit vonnis, nakosten daaronder begrepen.

De vrouw legt aan haar vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag.

Het huwelijk van partijen kenmerkte zich vanaf het begin door huiselijk geweld en agressie van de man jegens haar. Meerdere incidenten hebben destijds geleid tot fors lichamelijk letsel en psychische klachten. In april 2023 heeft zij een verzoek tot echtscheiding ingediend. Gedurende de echtscheidingsprocedure bleef de man haar dagelijks lastig vallen. Ook na de echtscheiding heeft de man zijn onrechtmatige gedrag onverminderd voortgezet: hij houdt haar (al dan niet door contact op te nemen met de kinderen) continu in de gaten, hij rijdt meermaals per week zowel overdag als ’s-nachts langs haar woning, hij achtervolgt haar, hij belt haar anoniem (soms tien keer achter elkaar) en laat meerdere voicemailberichten achter (in augustus 2025 bijna 100), hij wacht haar op bij de woning van haar vrienden (onder wie haar beste vriendin [persoon] ) en hij heeft haar meerdere keren bedreigd, waarbij hij heeft aangegeven haar te zullen doden als zij een nieuwe partner zou krijgen. De vrouw heeft van ieder incident een melding gemaakt bij de politie en de casusregie van de gemeente. Ondanks haar vele meldingen wordt niet adequaat ingegrepen, althans sorteert het geen effect op de man. Tijdens het stopgesprek dat de politie op 4 november 2025 met de man heeft gevoerd, heeft de man aangegeven dat hij niet zal stoppen en dat hij naar haar adres zal blijven komen onder het motto ‘dat hij zicht wil hebben op het welzijn van zijn kinderen’. Vervolgens heeft hij haar in december 2025 achtervolgd naar [plaats 2] . Ook nadat haar advocaat hem in februari 2026 heeft aangeschreven, blijft hij haar lastigvallen en contact met haar zoeken. Eind februari 2026 heeft hij haar achtervolgd naar België. Hij belde veelvuldig, beschuldigde haar ervan een nieuwe relatie te hebben en zei dat hij hen allebei ‘zou gaan pakken’. De man is ook daadwerkelijk naar de desbetreffende persoon gegaan, die op dat moment werkzaam was in zijn winkel, en heeft deze persoon met de dood bedreigd. In maart 2026 heeft de man haar twee keer achtervolgd, zowel naar [plaats 2] als naar [plaats 3] . De situatie is zo ernstig en ingrijpend dat zij zich niet veilig voelt in haar eigen huis. Zij ervaart voortdurend angstgevoelens, stress en spanningen en zij trekt zich thuis terug. Als zij buiten is, is zij altijd alert. Als gevolg van de aanhoudende psychische klachten die zij ondervindt door het gedrag van de man is zij volledig arbeidsongeschikt geworden. Sinds 2025 is zij onder behandeling bij een psycholoog. Om haar trauma’s te kunnen verwerken moet er rust komen. Zij kan niet toekomen aan de verwerking van haar trauma’s als de man haar blijft lastigvallen. Tijdens de zitting heeft de vrouw haar standpunt zoals ingenomen in de stukken gehandhaafd en heeft zij ten aanzien van de proceskosten opgemerkt, dat zij ermee instemt dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.

De man voert verweer. De man concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw, stellende dat zij geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Subsidiair concludeert de man tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.

De man betwist dat sprake is geweest van geweld en vernieling. Volgens hem was er tijdens het huwelijk enkel sprake van onenigheid tussen partijen, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot een echtscheiding. De man erkent dat hij in het begin naar de woning van de vrouw kwam. Als reden daarvoor geeft de man aan dat de vrouw mensen over de vloer had die drugs gebruikten en hij wilde niet dat de kinderen hiermee werden geconfronteerd. Volgens de man heeft hij vijf maanden geleden voor het laatst contact met de vrouw gehad. Hij is haar in maart 2026 wel twee keer gevolgd, maar hij heeft op dat moment geen contact met haar gezocht. Hij betwist dat hij de vrouw opzoekt en in de gaten houdt en dat hij de vriendin van de vrouw opzoekt. Bovendien ligt er een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie (OM) waar hij zich aan houdt. Er is geen reden voor een ruimer straatverbod en voor een contactverbod. Er zijn geen voldoende ernstige feiten en de vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een reële dreiging van actueel en toekomstig onrechtmatig handelen is. Volgens de man zijn de fysieke en psychische klachten van de vrouw niet aan hem te wijten, maar zijn het eigenschappen van de vrouw die zij al had toen hij haar leerde kennen. Voor het geval wel een straat- en/of contactverbod wordt opgelegd, verzoekt de man dat straatverbod te beperken tot de straten zoals genoemd in de strafbeschikking van het OM en om de verboden op te leggen voor maximaal een jaar, te rekenen vanaf 9 april 2026 (gelijk aan de strafbeschikking van het OM). Tot slot voert de man verweer tegen de gevorderde dwangsom, in die zin dat hij verzoekt de dwangsom te matigen. Tijdens de zitting heeft de man ten aanzien van de proceskosten opgemerkt, dat hij ermee instemt dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering volgt uit de aard van de vorderingen.

Straat- en contactverbod

Een straat- en contactverbod zoals de vrouw vordert, is een ingrijpende maatregel die inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid, waaronder begrepen het recht dat iedereen heeft om zich vrij te verplaatsen. Een straat- en contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. Het is daarbij aan de vrouw om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in voldoende mate aannemelijk geworden, dat de vrouw door de man op hinderlijke en zelfs bedreigende wijze wordt lastiggevallen, waardoor zij in haar persoonlijke levenssfeer wordt aangetast. De man stelt dat hij de laatste tijd geen contact meer heeft gezocht met de vrouw, maar uit de stukken en de verklaringen van partijen ter zitting blijkt het tegenovergestelde. Zo heeft de man in november 2025 tijdens het stopgesprek met de politie aangegeven dat hij contact zal blijven zoeken met de vrouw, heeft hij de verklaring van de vrouw dat hij haar in februari 2026 heeft achtervolgd naar België en haar en een derde (telefonisch) heeft lastiggevallen niet betwist en heeft hij erkend dat hij de vrouw in maart 2026 nog twee keer heeft achtervolgd. Het opleggen van een straat- en contactverbod is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook gerechtvaardigd.

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is, of de vrouw belang heeft bij het opleggen van een (civielrechtelijk) straatverbod, aangezien in de strafbeschikking al een straat- en contactverbod is opgelegd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vrouw voldoende belang heeft bij oplegging van een dergelijk straatverbod. Ten eerste is de strafbeschikking nog niet onherroepelijk. Daarnaast geldt het straatverbod, zoals opgenomen in de strafbeschikking, voor slechts twee straten rond de woning van de vrouw. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van de vrouw om zich vrijelijk te kunnen bewegen in een groter gebied rondom haar woning (dan waarvoor in de strafbeschikking een straatverbod is opgelegd) zwaarder weegt dan het belang van de man om zich in die omgeving te kunnen begeven. Gesteld noch gebleken is dat hij belang heeft om in die buurt te zijn/verblijven. De kinderen van partijen (13, 17 en 21 jaar) gaan zelf op de fiets of met de auto naar de man en hebben ieder een eigen telefoon zodat zij en de man, indien dat al nodig zou zijn, afspraken kunnen maken waar hij hen ophaalt.

Tot slot moet worden beoordeeld voor welke straten en/of welk gebied het straatverbod moet worden opgelegd. De primaire vordering van de vrouw om de man te verbieden zich te bevinden en te begeven in een straal van 600 meter te rekenen vanaf de woning van de vrouw is moeilijk te handhaven en zal om die reden worden afgewezen. Ten aanzien van de subsidiaire vordering overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De man heeft als bezwaar tegen oplegging van het verbod, zoals gevorderd door de vrouw, aangevoerd dat het enkele grote doorgaande wegen omvat die leiden naar het centrum van [plaats 1] en/of doorgaande wegen die [plaats 1] verbinden met onder meer [plaats 4] , [plaats 5] en [plaats 2] . Rekening houdend met zowel het belang van de vrouw om zich vrijelijk te kunnen bewegen in de omgeving van haar woning en het belang van de man om zich vrijelijk te kunnen verplaatsen naar dorpen en steden rondom [plaats 1] , zal de subsidiaire vordering worden toegewezen, in die zin dat de buiten [plaats 1] gelegen plaatsen en winkels in het centrum wel bereikbaar blijven, zodat de man een verbod zal worden opgelegd om zich te begeven in de volgende straten en het gebied binnen deze straten:

- de [straat 7] ,

- de [straat 1] vanaf de kruising met de [straat 7] tot de kruising met de [straat 5] ,

- de [straat 5] vanaf de kruising met de [straat 1] tot de kruising met de [straat 4] ,

- de [straat 4] vanaf de kruising met de [straat 5] tot de kruising van de [straat 8] ,

- de [straat 8] vanaf de kruising met de [straat 4] tot aan de kruising met de [straat 9] ,

een en ander zoals aangegeven op de aan dit vonnis gehechte plattegrond.

Het gebied waarvoor het straatverbod voor de man om zich daarin te bevinden dan wel op te houden zal gelden, zal worden beperkt tot een gebied in de woonomgeving van de vrouw, zoals hiervoor omschreven. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende grond om de man te verbieden zich te bevinden in de [straat 6] , zijnde de straat waar de vriendin van de vrouw woont. De daartoe strekkende vordering van de vrouw zal worden afgewezen.

Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 4.3 is overwogen, zal het gevorderde contactverbod worden toegewezen.

In verband met de eisen van proportionaliteit zullen de verboden voor de duur van twaalf maanden worden opgelegd, te rekenen vanaf de datum van betekening van dit vonnis.

Verbod om zich op enigerlei wijze beledigend, grievend dan wel onnodig kwetsend uit te laten over de vrouw

De vrouw vordert tevens de man te verbieden zich op enigerlei wijze beledigend, grievend dan wel onnodig kwetsend uit te laten over de vrouw. Ook ten aanzien van deze vordering moet de voorzieningenrechter alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. De vrouw heeft echter niet, althans onvoldoende, gesteld en onderbouwd dat de man zich op dit moment beledigend, grievend dan wel onnodig kwetsend uitlaat over haar. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

Dwangsom

De gevorderde dwangsom zal gezien het verweer van de man, in redelijkheid, worden beperkt en gematigd als volgt.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De voorzieningenrechter zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door de vrouw. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing. De gevorderde uitvoerbaarheid op de minuut zal worden afgewezen, nu een grosse zal worden verstrekt zodat de vrouw geen belang heeft bij uitvoerbaarheid op de minuut.

Proceskosten

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De voorzieningenrechter begrijpt dat de vrouw tevens vergoeding van nakosten wenst, maar ingevolge artikel 8 van het liquidatietarievenbesluit bestaat in geval van proceskostencompensatie geen aanspraak op vergoeding van nakosten. Ook deze vordering zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

verbiedt de man gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in de volgende straten en het gebied binnen deze straten:

- de [straat 7] ,

- de [straat 1] vanaf de kruising met de [straat 7] tot de kruising met de [straat 5] ,

- de [straat 5] vanaf de kruising met de [straat 1] tot de kruising met de [straat 4] ,

- de [straat 4] vanaf de kruising met de [straat 5] tot de kruising van de [straat 8] ,

- de [straat 8] vanaf de kruising met de [straat 4] tot aan de kruising met de [straat 9] ,

allen gelegen te [plaats 1] , een en ander zoals aangegeven op de aan dit vonnis gehechte plattegrond;

verbiedt de man gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per sms, via e-mail, via derden of anderszins contact op te nemen met de vrouw;

veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de hoofdveroordelingen onder 5.1 en 5.2 voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Oomes, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 in tegenwoordigheid van mr. Bishop-van Kollenburg, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Bishop-van Kollenburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand