ECLI:NL:RBZWB:2026:4745

ECLI:NL:RBZWB:2026:4745

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer BRE 26/2540 VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Uitspraak op verzoek voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Uitspraak

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college inzake zijn klacht over een onjuiste terinzagelegging van openbare stukken over het TAM-ontwerp omgevingsplan [plan] te [plaats].

Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Voorgeschiedenis

2. Verzoeker heeft met de e-mail van 18 december 2025 en de brief van 7 januari 2026 een klacht ingediend bij (een medewerker van) het college. Toen een reactie uitbleef, heeft verzoeker het college in gebreke gesteld.

Op 24 maart 2026 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn klacht. De rechtbank heeft aan dit beroep het zaaknummer BRE 26/1997 toegekend.

Op 1 mei 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waarbij de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard van het beroepschrift kennis te nemen.

Op 30 april 2026 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank zich in de uitspraak van 1 mei 2026 onbevoegd heeft verklaard van het beroepschrift kennis te nemen, omdat tegen het niet tijdig beslissen op een klacht geen beroep open staat.

Bij uitspraak van 2 juni 2026 heeft de rechtbank het verzet van verzoeker tegen de uitspraak van 1 mei 2026 ongegrond verklaard. Dit betekent dat de onbevoegd verklaring in de uitspraak in stand blijft.

Nu de rechtbank niet bevoegd is in de hoofdzaak, is niet voldaan aan de voorwaarden in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. De voorzieningenrechter is daarom (ook) kennelijk niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter is kennelijk niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 29 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand