beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/ 446365 FA RK 26-1512
datum uitspraak: 30 april 2026
beschikking
in de zaak van
[partij 1] ,
en
[partij 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: partijen,
advocaat mr. M.J.W. Jongenelen te Roosendaal.
over de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , hierna te noemen
[minderjarige] .
1. Het procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 23 maart 2026 ontvangen gemeenschappelijk verzoek met bijlagen.
2. De feiten
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.
De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen zijn van rechtswege belast met het gezag over [minderjarige] .
3. Het verzoek
Partijen verzoeken bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. om te bepalen dat tussen partijen een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken geldt zoals opgenomen in artikel 5 van het ouderschapsplan ,inclusief de daarbij behorende bijlage I van het ouderschapsplan;
II. het ouderschapsplan van 5 maart 2026 op te nemen in de verzochte beschikking.
4. De beoordeling
Partijen hebben inmiddels hun relatie verbroken. Zij hebben de afspraken over de zorg voor [minderjarige] vastgelegd in een ouderschapsplan dat door hen beiden is ondertekend op 5 maart 2026. Zij verzoeken de rechtbank gezamenlijk om dit ouderschapsplan op te nemen in de beschikking en om te bepalen dat de gemaakte afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zoals opgenomen in artikel 5 van het ouderschapsplan inclusief de daarbij behorende bijlage I van het ouderschapsplan, geldt. De rechtbank zal deze verzoeken toewijzen nu deze haar niet onrechtmatig voorkomen en deze in het belang van [minderjarige] worden geacht.
Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kind gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.
5. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 in aanwezigheid van mr. Busselaar, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.