ECLI:NL:RBZWB:2026:481

ECLI:NL:RBZWB:2026:481

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 23/12275, 23/12276, 23/12277, 23/12278, 23/12279 ,23/12280
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Naheffingsaanslagen parkeerbelasting, gegrond.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema verbonden aan Bezwaartegenverkeersboetes.nl),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda (P1), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 oktober 2023.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd:

met aanslagnummer [aanslagnummer 1] , dagtekening 14 maart 2023; en

met aanslagnummer [aanslagnummer 2] , dagtekening 30 maart 2023; en

met aanslagnummer [aanslagnummer 3] , dagtekening 4 april 2023 en

met aanslagnummer [aanslagnummer 4] , dagtekening 5 april 2023; en

met aanslagnummer [aanslagnummer 5] , dagtekening 6 april 2023; en

met aanslagnummer [aanslagnummer 6] , dagtekening 10 april 2023.

De heffingsambtenaar heeft bij afzonderlijke beschikkingen de bezwaren van belanghebbende tegen de zes naheffingsaanslagen ongegrond verklaard (hierna: de uitspraak-beschikkingen). Belanghebbende is daartegen door middel van één beroepschrift in beroep gekomen bij de rechtbank. De rechtbank heeft éénmaal griffierecht geheven.

De rechtbank heeft, ondanks een daartoe gedane uitnodiging, geen verweerschrift van de heffingsambtenaar ontvangen.

De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Tijdens deze zitting zijn de bovengenoemde zaken gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: mr. I.N.D.J. Rissema, de gemachtigde van belanghebbende.

De heffingsambtenaar is zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. De heffingsambtenaar is door de griffier onder vermelding van plaats en tijdstip via de digitale portal uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu is gebleken dat de zittingsuitnodiging via de digitale portal aan de heffingsambtenaar is bezorgd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze en

tijdig is aangeboden. Bevestiging daarvoor blijkt ook uit het nadere stuk dat van de zijde van de heffingsambtenaar is ingediend, waarin melding wordt gemaakt van de zitting.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de auto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto).

De auto stond op de hiervoor genoemde data geparkeerd in een parkeervak aan de [straat] in [plaats] .

De gemeente Breda heeft op enig moment voorafgaand aan het parkeren aan belanghebbende een parkeervergunning verstrekt voor het parkeren met de auto op/rond de [straat] in [plaats] . Parkeervergunningen in de gemeente Breda zijn een jaar geldig en moeten door de gebruiker ervan zelf verlengd worden. Dat gaat niet automatisch.

De gemeente Breda heeft op 29 december 2022 een factuur verzonden van € 96 voor het voldoen van de kosten voor een nieuwe jaartermijn van de bestaande parkeervergunning van belanghebbende.

Belanghebbende heeft op 9 januari 2023 een betalingsherinnering ontvangen voor de hiervoor genoemde factuur. De termijn voor het doen van de betaling liep tot 7 dagen na de dagtekening, dus tot en met 26 januari 2023.

Naar aanleiding van een controle, zijn aan belanghebbende de bovengenoemde naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.

Op 27 november 2023 heeft de invorderingsambtenaar van de gemeente Breda een vooraankondiging tot loonvordering aan belanghebbende gestuurd voor de invordering van de (onbetaald gebleven) naheffingsaanslagen. De gemachtigde van belanghebbende heeft per e-mailbericht van 29 november 2023 gereageerd op dit bericht van de invorderingsambtenaar. Per datum 30 november 2023 heeft de invorderingsambtenaar (eveneens per e-mail) op het bericht van de gemachtigde van belanghebbende gereageerd en daarbij de afschriften van de uitspraak-beschikkingen gevoegd.

Gedurende de bezwaarfase heeft de heffingsambtenaar geconstateerd dat het kostenelement van de naheffingsaanslagen tot een onjuist bedrag is rekening is gebracht, namelijk € 5 te hoog.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht en tot de juiste bedragen aan belanghebbende zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van belanghebbende en moeten de naheffingsaanslagen worden vernietigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Vooraf: ontbreken van de op het geding betrekking hebbende stukken

De rechtbank constateert dat de heffingsambtenaar, ondanks daar op te zijn gewezen, zijn verplichting tot het overleggen van de op het geding betrekking hebbende stukken niet is nagekomen. De vraag welke formele gevolgen dit heeft, behoeft echter geen bespreking, gelet op het oordeel ten aanzien van de naheffingsaanslagen zelf.

Vooraf: ontvankelijkheid van het beroep

Wat wel beoordeling behoeft, is de ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank heeft aan belanghebbende een nadere toelichting gevraagd, vanwege het tijdverloop tussen de uitspraken op bezwaar van 23 oktober 2023 en de dagtekening van het beroepschrift, 22 december 2023.

Belanghebbende voert aan dat de uitspraken op bezwaar niet op de juiste manier aan belanghebbende bekend zijn gemaakt, waardoor de beroepstermijn pas later is aangevangen en voorts dat belanghebbende binnen zes weken na het bekend worden met de uitspraken op bezwaar beroep heeft ingesteld.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is. Uit de tekst van de uitspraak-beschikkingen blijkt dat de heffingsambtenaar de bedoeling heeft gehad om de uitspraak-beschikkingen per e-mail aan de gemachtigde van belanghebbende bekend te maken. Onduidelijk is of dit ook daadwerkelijk is gebeurd. Belanghebbende stelt dat dat niet het geval is. Weliswaar is in de aanhef het juiste mailadres van gemachtigde vermeld, maar de heffingsambtenaar heeft geen verzendadministratie overgelegd waaruit blijkt dat de berichten ook daadwerkelijk (digitaal) verzonden zijn.

Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat zij pas op 27 november 2023, als gevolg van de loonvorderingsberichten, op de hoogte raakte van de (het bestaan van de) uitspraak-beschikkingen.

De rechtbank oordeelt dat het risico voor het ontbreken in het dossier van een verzendadministratie voor rekening van de heffingsambtenaar komt. Het moet er voor worden gehouden dat de uitspraken op bezwaar later bekend zijn gemaakt dan de dagtekening. Ook de stelling van belanghebbende dat zij pas op 27 november 2023 bekend is geworden met de uitspraak-beschikkingen is onweersproken gebleven.

Alles tezamen genomen acht de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende zich voldoende heeft ingespannen om tijdig beroep in te stellen. Danwel omdat de beroepstermijn later is aangevangen en belanghebbende daarvan uitgaande tijdig beroep heeft ingesteld, danwel omdat de eventuele overschrijding verschoonbaar is en belanghebbende alles in het werk heeft gesteld om tijdig beroep in te stellen.

Toetsingskader van de rechtbank

4. Op grond van artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet en het gelijkluidende artikel 1, aanhef en onder a, van de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023 (de Verordening) van de gemeente Breda wordt onder parkeren verstaan: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden belastingen geheven ten aanzien van (in algemene bewoordingen weergegeven):

- straatparkeren;

- de aanvraag van een parkeervergunning.

Beroepsgronden belanghebbende

5. Dit geschil heeft betrekking op de vraag of belanghebbende voor het parkeren van haar auto de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan, in de vorm van het hanteren van een van kracht zijnde parkeervergunning. Belanghebbende voert aan dat zij tijdig de verlenging van haar parkeervergunning heeft gerealiseerd doordat zij voor het einde van de betaaltermijn het verschuldigde bedrag heeft voldaan. Tot de gedingstukken behoort een foto van de online bankomgeving van de bank van belanghebbende, waarop te zien is dat op 26 januari 2023 een betaling is gedaan aan de gemeente Breda voor het bedrag van de betalingsherinnering op het rekeningnummer van de betalingsherinnering.

De heffingsambtenaar heeft geen verweerschrift ingebracht waarin op de beroepsgronden wordt gereageerd. De stellingen in beroep zijn daarom onweersproken gebleven. Ook indien de tekst van de uitspraken op bezwaar tot uitgangspunt wordt genomen, blijven de beroepsgronden onweersproken. De tekst van de uitspraken op bezwaar is inconsistent, sluit niet aan bij de feiten en is innerlijk tegenstrijdig. Zo worden de verschillende vormen van parkeervergunningen door elkaar gehaald, worden verschillende bedragen genoemd en wordt melding gemaakt van het vervallen van de parkeervergunning per 10 maart 2023 die geen enkele koppeling kent met de wel beschikbare feiten in het dossier.

De rechtbank heeft meermaals getracht telefonisch in contact te komen met de organisatie die de gemeente vertegenwoordigt in parkeerbelastingzaken. Blijkens openbare bronnen heeft de gemeente haar bevoegdheden met betrekking tot de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemandateerd aan Invoned. Deze organisatie heeft op haar beurt de bevoegdheden met betrekking tot de heffing van parkeerbelastingen via onder-mandaat overgedragen aan P1 On Street uit Voorburg (hierna: P1). P1 blijkt telefonisch niet tot nauwelijks bereikbaar, geeft geen gevolg aan terugbelverzoeken en is zonder berichtgeving aan de rechtbank niet ter zitting verschenen.

De rechtbank oordeelt op basis van het voorgaande dat de heffingsambtenaar, gelet op de door belanghebbende ingenomen en met bewijsmiddelen onderbouwde

stellingen, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De naheffingsaanslagen moeten daarom vernietigd worden.

Onduidelijk is gebleven of belanghebbende de bedragen van de naheffingsaanslagen heeft betaald. Ook is onduidelijk gebleven of de terugbetaling van zes maal € 5 heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal daarom in het dictum (zie ‘Beslissing’) daarover een zinsnede opnemen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. De uitspraken op bezwaar en de naheffingsaanslagen parkeerbelasting moeten worden vernietigd.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden.

Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In de uitspraak op bezwaar staat vermeld dat belanghebbende in de bezwaarfase heeft verzocht om een vergoeding van de kosten en dat een hoorzitting heeft plaatsgevonden. Belanghebbende heeft daarom recht op 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 666. Ten aanzien van de beroepsfase heeft belanghebbende recht op 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld welk gewicht toekomt aan deze (groep van) zaken. Enerzijds geldt de beleidsregel van toepassing van een factor van 1,5 voor samenhangende zaken. Anderzijds weegt mee dat de werkzaamheden per zaak gering waren (en met name administratief van aard worden geacht te zijn geweest) en slechts een zeer beperkt partijdebat heeft plaatsgevonden. De reikwijdte van de vergoeding strekt van € 1.200 tot (wegingsfactor 0,25, samenhang-factor 1,5) tot € 1.600 (wegingsfactor 0,5, geen samenhang-factor).

Alles tegen elkaar afwegend, indachtig het feit dat het Besluit bedoelt een tegemoetkoming in de kosten te geven en met gebruik making van artikel 2 tweede lid van het Besluit, stelt de rechtbank de kostenvergoeding vast op € 1.500.

Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?