ECLI:NL:RBZWB:2026:4834

ECLI:NL:RBZWB:2026:4834

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 26/2493
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

VOVO

Uitspraak

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.

Aan verzoeker is over het jaar 2018 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Verzoeker heeft verzocht om ambtshalve vermindering van de aanslag, welk verzoek is afgewezen. Tegen de afwijzingsbeschikking heeft verzoeker bezwaar gemaakt, waarna de inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Tegen die uitspraak op bezwaar heeft verzoeker beroep aangetekend bij de rechtbank.

Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om:

- schorsing van de invordering van de aanslag;

- te bepalen dat geen verdere invorderingsmaatregelen genomen mogen worden;

- een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht, totdat op het beroep in de hoofdzaak is beslist;

- vergoeding van immateriële schade in verband met de duur van de procedure;

- restitutie van reeds (door verrekening) op de aanslag betaalde bedragen, onder vergoeding van invorderingsrente; en

- directe afdoening van de hoofdzaak, met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Karakter voorlopige voorziening

2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ook wel bodemprocedure genoemd, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Daarbij gelden als voorwaarden dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepsprocedure loopt (vereiste van connexiteit) en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.

De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker stelt dat sprake is van onverwijlde spoed omdat de ontvanger de invordering onverkort voortzet, waaronder het nemen en aankondigen van dwangmaatregelen, waardoor verzoeker wordt geconfronteerd met directe financiële druk en dreigende verdere invordering. Volgens verzoeker leidt dit tot aanzienlijke en mogelijk onomkeerbare financiële schade, terwijl de rechtmatigheid van de aanslag nog niet door de rechter is beoordeeld. Verder zouden verzoeker en zijn gezin stress, spanning en psychische druk ervaren door de hoogte van de aanslag en de dreigende invordering daarvan.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, voor zover het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zou strekken tot (tijdelijke) schorsing van de aanslag, gelet op de in 1.1 bedoelde beroepsprocedure, voldaan aan het vereiste van connexiteit.

Voor zover verzoeker verzoekt tot schorsing van de aanslag, dient hij aannemelijk te maken dat en in hoeverre de aanslag onmiskenbaar lichtvaardig of onrechtmatig is opgelegd.

Verzoeker heeft gemeld dat hij zijn werkzaamheden in 2018 volledig in Brazilië heeft verricht, waarbij het economische werkgeverschap in Brazilië lag en het heffingsrecht aan Brazilië toekomt.

De voorzieningenrechter acht het door verzoeker aangevoerde geen reden de aanslag als apert lichtvaardig of onrechtmatig te beoordelen. In het kader van deze voorlopige voorziening is een verdergaande beoordeling van de aanslag niet mogelijk. De voorzieningenrechter zal het verzoek tot schorsing van de aanslag, als kennelijk ongegrond, afwijzen.

Een deel van de verzoeken van verzoeker zien op de rechtmatigheid van eventueel te nemen invorderingsmaatregelen dan wel de terugbetaling (onder vergoeding van invorderingsrente) van reeds (door verrekening) op de aanslag betaalde bedragen. De rechter in belastingzaken is onbevoegd daarover te oordelen. Vragen over de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen dienen te worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De voorzieningenrechter zal zich in zoverre dan ook onbevoegd verklaren.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek tot vergoeding van immateriële schade, evenals een verzoek tot vergoeding van invorderingsrente, pas in de bodemprocedure ter beoordeling voorligt.

De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen reden tot het onmiddellijk doen van uitspraak in de hoofdzaak.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Uitgesproken op 27 mei 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I. van Wijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/1120
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand