ECLI:NL:RBZWB:2026:4835

ECLI:NL:RBZWB:2026:4835

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 02-264225-25 en 02-229829-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Noodweer, vrijspraak voor zware mishandeling (primair) en mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (subsidiair), benadeelde partij niet-ontvankelijk, mishandeling, geheel voorwaardelijke werkstraf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team jeugd

Zittingsplaats: Breda

parketnummers: 02-264225-25 en 02-229829-25 (gev ttz)

vonnis van de meervoudige kamer van 2 juni 2026

in de strafzaak tegen de minderjarige

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2009,

wonende aan [woonadres] ,

raadsman mr. R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 19 mei 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

02-229829-25: op 31 augustus 2025 [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, ten laste gelegd in twee verschillende juridische varianten;02-264225-25: op 11 augustus 2025 [benadeelde 2] heeft mishandeld.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [benadeelde 1] heeft mishandeld met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, zoals subsidiair ten laste gelegd.

De mishandeling van [benadeelde 2] acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen op basis van de aangifte en de getuigenverklaringen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van de mishandeling van [benadeelde 1] is de verdediging met de officier van justitie van mening dat verdachte niet de opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verdediging is verder van mening dat sprake was van een noodweersituatie ten aanzien van het subsidiaire feit, waardoor verdachte van dat feit moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de mishandeling van [benadeelde 2] stelt de verdediging vast dat [benadeelde 2] verklaart dat zij twee klappen heeft gekregen van verdachte. Niet is vastgesteld of de aangeefster pijn of letsel heeft bekomen. Daarnaast is er geen ondersteunend bewijs voor haar verklaring. [getuige 1] verklaart alleen over een duw en [getuige 2] verklaart over een duw en een klap, maar niet of en hoe [benadeelde 2] door die klap zou zijn geraakt. Op grond van deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat verdachte [benadeelde 2] tegen het hoofd zou hebben geslagen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en

opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

02-229829-25

De rechtbank gaat op basis van het dossier en (met name op basis van) de beelden van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Op 31 augustus 2025 heeft op de Markt in Oosterhout een woordenwisseling plaatsgevonden tussen verdachte en meerdere omstanders over het rijgedrag van verdachte met zijn scooter over de op dat moment drukbezochte Markt. Hierbij zijn dreigende woorden geuit tegen verdachte, is geprobeerd zijn telefoon af te pakken en is hij bij zijn helm gegrepen. Verdachte is geduwd en geslagen en van zijn scooter afgetrokken. Verdachte heeft vervolgens twee klappen uitgedeeld aan [benadeelde 1] die daardoor op de grond valt en roerloos blijft liggen.

Primair: zware mishandeling

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet de opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, om [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Dit betekent dat verdachte van het primaire feit zal worden vrijgesproken.

Subsidiair: Mishandeling

Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde mishandeling is door de verdediging een beroep op noodweer gedaan. Voor een geslaagd beroep op noodweer is, ingevolge artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), vereist dat de verdediging is gericht tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het eigen lijf of een anders lijf, eerbaarheid of goed.

Indien door of namens verdachte een beroep wordt gedaan op noodweer, moet de rechtbank allereerst beoordelen of de feitelijke toedracht, zoals door verdachte aan het verweer ten grondslag is gelegd, aannemelijk is geworden. De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de door verdachte geschetste toedracht een beroep op noodweer rechtvaardigt. Meer concreet moet de rechtbank de vraag beantwoorden of het door verdachte begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging - waarin de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit besloten liggen - tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt. Op grond van het dossier is voldoende aannemelijk geworden dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waartegen verdediging geboden was. De aanleiding voor het voorval was gelegen in het rijgedrag van verdachte, hetgeen al eerder kwaad bloed had gezet bij omstanders. Toen verdachte korte tijd later opnieuw met zijn scooter over de Markt reed, is hij op zijn gedrag aangesproken. Daarbij is hij door meerdere omstanders omsingeld. Verdachte werd bedreigd, geduwd en geslagen. Ook is er geprobeerd zijn telefoon af te pakken en is hij bij zijn helm vastgepakt door [benadeelde 1] . In de geweldpleging is hij van zijn scooter getrokken. Verdachte heeft hierop [benadeelde 1] met zijn vuisten geslagen omdat hij degene was die op dat moment de uitweg voor verdachte blokkeerde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte met zijn handelen de grenzen van de proportionaliteit niet overschreden, nu zijn geweldshandelingen primair een reactie waren op de voorafgaande aanvallende handelingen van meerdere omstanders, waaronder [benadeelde 1] . Dat de verdachte zich aan de situatie had kunnen onttrekken, is niet vast komen te staan.

Nu hierdoor de wederrechtelijkheid aan het tenlastegelegde komt te ontvallen, zal verdachte van de tenlastegelegde mishandeling worden vrijgesproken.

02-264225-25

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte aangeefster [benadeelde 2] heeft mishandeld door haar te duwen en te slaan tegen het hoofd. [benadeelde 2] geeft aan dat zij tweemaal is geslagen door verdachte en dat hij van haar is afgetrokken door vrienden om erger te voorkomen. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte aangeefster heeft geduwd en dat hij verdachte heeft moeten tegenhouden omdat verdachte erg boos was. [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte [benadeelde 2] heeft geduwd en geslagen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 11 augustus 2025 te Oosterhout [benadeelde 2] heeft mishandeld, door die [benadeelde 2]- te duwen tegen het lichaam, en - te slaan tegen het hoofd;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf, te weten een werkstraf van 120 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat vrijspraak dient te volgen voor alle tenlastegelegde feiten en heeft gelet daarop geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de aard en de

ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan.

De rechtbank houdt verder rekening met de persoon en met de omstandigheden van

verdachte.

Verdachte heeft [benadeelde 2] geduwd en tegen het hoofd geslagen. Dergelijk handelen brengt gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg, temeer nu het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden gedurende een uitgaansavond in het centrum van Oosterhout.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij sinds voornoemd feit voor een andere strafbaar feit is veroordeeld. In deze zaak is dan ook artikel 63 Sr van toepassing.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 31 december 2025 en de toelichting daarop ter zitting. Er zijn weinig tot geen zorgen op de verschillende leefgebieden. Er zijn voldoende beschermende factoren die de kans op recidive verkleinen. Nu verdachte in korte tijd tweemaal in aanraking is gekomen met de politie voor geweldsfeit ziet de Raad aanleiding om het advies ter zitting aan te passen. Zij verzoekt, bij een bewezenverklaring, verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen.

De rechtbank slaat bij het bepalen van de strafmaat verder acht op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS. Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een mishandeling met een enkele klap 20 uur taakstraf vastgesteld. De rechtbank zal deze taakstraf echter geheel voorwaardelijk opleggen, gelet op de impact en stress die de verdenking van parketnummer 02-229829-25 op verdachte heeft gehad.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 20 uur met een proeftijd van 1 jaar passend en geboden is.

7. De benadeelde partij

02-229829-25:

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 79.347,71.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 300 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 02-229829-25 primair en subsidiair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

02-264225-25: mishandeling;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 10 dagen;

- bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij

02-229829-25:

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. de Jong, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. C.H.M. Pastoors, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van R. Rozendaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand