Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-130790-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 2 juni 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag 1] 1986 in [geboorteplaats] ,
nu gedetineerd in [verblijfplaats] ,
raadsvrouw: mr. R.T.K. Davidse, advocaat in Middelburg.
1. Het onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.C. Fimerius en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Kort en feitelijk weergegeven komt de verdenking erop neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 1 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 met de minderjarige [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), die toen nog geen 16 jaar was, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen bij [slachtoffer] ; feit 2: in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 juni 2024 met de minderjarige [slachtoffer] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl [slachtoffer] aan de zorg, opleiding en/of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd; feit 3: in de periode van 3 april 2004 tot en met 17 juni 2025 kinderporno heeft vervaardigd, in zijn bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt; feit 4: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 17 juni 2025 opzettelijk en wederrechtelijk seksueel beeldmateriaal van [slachtoffer] en andere minderjarigen heeft vervaardigd.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft gelet op de bekennende verklaring van verdachte ten aanzien van feiten 1 en 4 geen bewijsverweer gevoerd en refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feiten 2 en 3 is aangevoerd dat de pleegperiode moet worden ingekort. Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, refereert de verdediging zich ten aanzien van het overige eveneens aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feiten 1 en 2
Onder feiten 1 en 2 is kort gezegd ten laste gelegd dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] , die mede bestonden uit het seksueel binnendringen.
De feiten kunnen bewezen worden verklaard gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier. Daarom zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage II van dit vonnis.
Ten aanzien van de pleegperiode zoals ten laste is gelegd onder feit 2 overweegt de rechtbank dat zowel uit de verklaringen van [slachtoffer] als uit de verklaringen van verdachte blijkt dat verdachte in 2022 tweemaal een massage heeft gegeven aan [slachtoffer] . [slachtoffer] was tijdens die massages naakt, maar had wel een handdoek over zijn geslachtsdelen. Uit die verklaringen blijkt ook dat er voor mei 2023 geen ontuchtige handelingen tussen [slachtoffer] en verdachte hebben plaatsgevonden.
De vraag is of de handelingen die in 2022 tussen [slachtoffer] en verdachte hebben plaatsgevonden, te weten de twee massages, als ‘ontuchtig’ moeten worden aangemerkt. Van een ontuchtige handeling als bedoeld in de wet is sprake indien het een handeling betreft van seksuele aard die in strijd is met de geldende sociaal-ethische norm. Als niet gelijk uit de uiterlijke verschijningsvorm van de handeling duidelijk naar voren komt dat deze een seksueel karakter draagt, komt het aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval. Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn onder meer de verhouding tussen de betrokkenen en de context waarbinnen de handeling zich voltrok. De wijze van aanraking en het lichaamsdeel dat is aangeraakt, kunnen daarbij relevant zijn. Niet doorslaggevend is of de dader met de handeling zelf ontuchtige bedoelingen had.
Hoewel verdachte in zijn omgang met [slachtoffer] de grenzen van zijn rol als verzorgende volwassene heeft overschreden, zijn uit het dossier geen feiten of omstandigheden gebleken die in de context waarin de massages zouden hebben plaatsgevonden kunnen worden aangemerkt als handelingen van seksuele aard. [slachtoffer] heeft over de massages of seksuele intenties van verdachte in die periode niets verklaard. Verdachte heeft verklaard dat het ging om ‘gewone’ massages waarbij geen intieme delen van [slachtoffer] werden aangeraakt. Die handelingen zijn dus niet in strijd met de geldende sociaal-ethische norm en verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging gedeeltelijk worden vrijgesproken. Gelet op het voorgaande zoekt de rechtbank ten aanzien van de pleegperiode van feit 2 aansluiting bij de verklaring van verdachte, waaruit volgt dat de eerste seksuele handelingen tussen hem en [slachtoffer] hebben plaatsgevonden rond mei 2023. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen dat het feit heeft plaatsgevonden in de periode van 1 mei 2023 tot en met 30 juni 2024, het moment dat het seksueel contact volgens zowel [slachtoffer] als verdachte is beëindigd.
Feiten 3 en 4
Onder feiten 3 en 4 is ten laste gelegd dat verdachte kinderporno heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad en dat verdachte heimelijke opnames heeft gemaakt in de kleedkamers van de voetbalclubs waar hij training gaf. De kinderporno en de heimelijke opnames zijn bij verdachte aangetroffen en hij heeft ook bekend dat hij veel van het materiaal zelf heeft gemaakt en in zijn bezit heeft gehad. De feiten kunnen bewezen worden verklaard gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier. Daarom zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage II van dit vonnis.
Over de pleegperiode van feit 3 is op basis van het dossier onvoldoende vast is komen te staan dat verdachte in 2004 al in het bezit was van kinderporno. Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf ongeveer 2010 actief op zoek is gegaan naar kinderporno en dit is gaan verzamelen. Deze datum kan dan ook als begindatum van de bewezen verklaarde periode worden aangemerkt en verdachte zal daarom gedeeltelijk worden vrijgesproken van de overige ten laste gelegde periode. De periode eindigt op 17 juni 2025, de datum waarop de laatste gegevensdragers van verdachte in beslag zijn genomen. Verdachte heeft 15 jaar lang met regelmaat foto’s en filmpjes gemaakt van blote jongens in de kleedkamers van voetbalclubs en heeft ook op het internet kinderporno verzameld. Die kinderporno heeft hij opgeslagen en gerubriceerd. Daarmee staat vast dat hij ook een gewoonte heeft gemaakt van het maken en het in bezit hebben van kinderporno.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
feit 1
in de periode van 1 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 te [geboorteplaats] met een aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2010, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht;
feit 2
hij meermalen in de periode van 1 mei 2023 tot en met 30 juni 2024 in Nederland (telkens) ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2010, door die [slachtoffer] te (tong)zoenen en de penis van die [slachtoffer] te betasten en in de mond te nemen en die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis te laten betasten;
feit 3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 juni 2025 in Nederland, meermalen,
(in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2024, artikel 240bWetboek van Strafrecht) afbeeldingen en - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 juni 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, te weten [slachtoffer] en anderen waren betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten afbeeldingen en video’s,
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de penis en/of vinger/hand en/of een voorwerp en/of een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand, door die persoon
(toonmap #06, #10, #11, #12, #13)
en
het geslachtsdeel en/of de billen van die personen met vinger/hand en/of met de penis en/of met de mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of die personen het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met vinger/hand aanraakt
(toonmap #01, #04, #08, #15, #16)
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(toonmap #02, #03, #05, #09, #14, #17, #18)
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;
feit 4
meermalen in de periode van 1 januari 2020 tot en met 17 juni 2025 in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk afbeeldingen van seksuele aard, te weten foto's en video's van [slachtoffer] en minderjarige personen waarop te zien is dat deze [slachtoffer] en minderjarige personen naakt zijn en hun geslachtsdelen en billen duidelijk waar te nemen waren, heeft vervaardigd.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 7 jaren met aftrek van het voorarrest. Daarnaast vordert zij oplegging van de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (hierna: GVM). Verder vordert de officier van justitie als bijkomende straf een beroepsverbod om werkzaamheden in relatie tot minderjarigen uit te oefenen voor de duur van 10 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de volgende omstandigheden. Verdachte heeft een blanco strafblad. In detentie heeft hij zelf het initiatief genomen om behandeling op te starten. Het recidiverisico wordt door de psycholoog ingeschat als laag tot laag-matig. Verdachte heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en staat open voor langdurige begeleiding en controle. De ontuchtige handelingen met [slachtoffer] zijn uiteindelijk door verdachte gestopt. De verdediging acht verder een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden en een langere proeftijd meer aangewezen dan een GVM.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten Verdachte heeft gedurende ongeveer 15 jaar kinderporno gemaakt. Als voetbaltrainer van jeugdteams van diverse voetbalclubs had hij toegang tot kleedkamers waar jonge jongens zich omkleedden en douchten. Verdachte kon stiekem foto’s en video’s maken met behulp van een speciale app waarbij het scherm van zijn telefoon zwart bleef. In totaal zijn ongeveer 500 tot 600 jongens van ongeveer 10 tot 14 jaar hiervan slachtoffer geworden. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze jongens. Hij heeft zijn positie, rol en verantwoordelijkheid als voetbaltrainer misbruikt om zijn eigen seksuele gevoelens te bevredigen. Namens de ouders van twaalf gefilmde jongens is ter zitting gebruikgemaakt van het spreekrecht. Daaruit komt naar voren dat een voetbalclub bij uitstek een veilige en vertrouwde omgeving behoort te zijn, terwijl dat hier niet het geval is geweest. De kleedkamer van een voetbalclub hoort de plaats te zijn waar (jonge) spelers onderling ongedwongen als teamspelers plezier moeten kunnen maken. Zij moeten zich kunnen verheugen op de wedstrijd die aanstaande is en achteraf met elkaar daarop terugkijken. De ongedwongenheid en het plezier zijn door het handelen van verdachte ernstig en, zo mag worden aangenomen, blijvend beschadigd. Ook is uit de spreekrechtverklaring gebleken hoezeer de gebeurtenissen de gezinnen heeft beïnvloed. Het handelen van verdachte heeft impact gehad op de spelers en daarmee ook op de betrokken gezinnen. Het heeft ook in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt.
Verdachte heeft ook kinderporno gedownload. Uiteindelijk zijn op de in beslag genomen gegevensdragers van verdachte (inclusief de door hem gemaakte kinderporno) in totaal 27.801 foto’s en 2.728 video’s aangetroffen, waarbij een deel van de gedownloade kinderporno betrekking heeft op vergaande seksuele handelingen. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan het in stand houden van de vraag naar kinderporno. Daarmee is hij indirect betrokken bij het misbruik van kinderen.
Verder heeft verdachte ongeveer een jaar lang meerdere keren ontucht gepleegd met [slachtoffer] en seksuele foto’s en video’s van hem gemaakt. Eén keer is het zover gekomen dat [slachtoffer] verdachte heeft gepijpt, waarna verdachte heeft ingezien dat zijn gedrag moest stoppen.
Verdachte was de basisschoolleraar van [slachtoffer] in groep 8. Na de overgang van [slachtoffer] naar de middelbare school hielden zij contact. Verdachte bood aan [slachtoffer] te blijven ondersteunen. De ouders van [slachtoffer] vertrouwden verdachte en lieten hem toe in het gezinsleven. Dit vertrouwen heeft verdachte uiteindelijk ernstig misbruikt, zoals ook blijkt uit hun spreekrechtverklaringen.
Verdachte heeft zich alleen maar laten leiden door zijn eigen seksuele behoeften. Hij heeft de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] ernstig geschonden en zijn seksuele ontwikkeling doorkruist. In de periode waarin de ontucht plaatsvond was [slachtoffer] (ongeveer) 13 jaar oud en verdachte (ongeveer) 37 jaar oud, een aanzienlijk leeftijdsverschil. Het is een feit van algemene bekendheid dat door seksueel misbruik de normale seksuele en persoonlijke ontwikkeling van een jong slachtoffer ernstig kan worden geschaad en een slachtoffer daarvan langdurige en ernstige psychische klachten kan ondervinden. Dat dat ook in deze zaak het geval is, blijkt uit de spreekrechtverklaring van [slachtoffer] . Hij heeft verteld dat de gebeurtenissen nog altijd veel impact op hem hebben. Naast mentale klachten worstelt [slachtoffer] tot aan de dag van vandaag ook nog altijd met het aangaan van vertrouwensrelaties en intimiteit. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij het vertrouwen dat [slachtoffer] in hem had en moest kunnen hebben, ernstig heeft beschadigd.
Samenloop Ten aanzien van het derde en vierde bewezen verklaarde feit is sprake van eendaadse samenloop. Het maken van seksuele foto’s en video’s van [slachtoffer] en andere minderjarigen valt ook onder het maken van kinderporno.
Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Buiten een verkeersovertreding is verdachte niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank houdt daar rekening mee.
Psychologisch onderzoek De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van klinisch [psycholoog] van 19 september 2025. Hieruit blijkt dat verdachte een pedofiele stoornis van het exclusieve type heeft en zich aangetrokken voelt tot jongens, meer specifiek in de leeftijd van 12 tot 15 jaar. Hier worstelt verdachte sinds zijn 16e mee. De psycholoog ziet echter geen aanleiding te adviseren tot een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid, omdat verdachte zich bewust was van de strafbaarheid van zijn gedrag. Hij heeft zichzelf willens en wetens in risicosituaties gebracht waarin hij intensief contact had met jonge jongens. Hij liet na om hulp te zoeken bij zijn pedofiele gevoelens en overschatte zijn zelfcontrole.
Het recidiverisico op een nieuw zedendelict met een minderjarige wordt zonder behandeling als laag tot laag-matig ingeschat. Belangrijke risicofactoren zijn de pedofiele stoornis van verdachte en het in gelegenheid zijn om in contact te komen met minderjarige jongens. Beschermend werkt dat verdachte uiteindelijk voldoende zelfcontrole heeft getoond door het misbruik van het slachtoffer zonder ingrijpen van buitenaf te stoppen. Ook zijn toegenomen inzicht in het feit dat het filmen van de jongens schadelijk is en zijn motivatie voor behandeling vormen beschermende factoren. Als verdachte opnieuw in nauwer contact komt met jongens uit zijn voorkeursleeftijd, kan het risico toenemen.
De psycholoog adviseert een specialistische ambulante behandeling gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag bij een forensische polikliniek gespecialiseerd in seksueel delictgedrag in te zetten. Gezien de relatief lage risicotaxatie is een intensieve klinische behandeling niet noodzakelijk. Het advies is om de ambulante behandeling vorm te geven binnen het kader van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden.
Reclasseringsadvies De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 23 april 2026. De reclassering schat het risico op recidive en op letsel als gemiddeld in. Het seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft zich niet incidenteel, maar over een zekere periode herhaaldelijk voorgedaan. Verdachte heeft zich daarnaast zowel in zijn rol als docent als in zijn functie als trainer/coach schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, waarbij meerdere slachtoffers betrokken waren. Dit onderstreept dat sprake is van een patroon dat interventie noodzakelijk maakt.
Het risico op onttrekken aan voorwaarden schat de reclassering laag in. Verdachte heeft zich coöperatief opgesteld en geeft expliciet aan bereid te zijn om mee te werken aan voorwaarden. Daarnaast toont verdachte inzicht in de ernst van de situatie. Hij heeft berouw geuit en spreekt over schuldgevoelens richting zijn slachtoffers. Verdachte wil verantwoordelijk nemen voor zijn handelen. Deze houding wordt door de reclassering als beschermende factor beschouwd.
De reclassering is positief ten aanzien van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een contactverbod met de slachtoffers, een dagbesteding, het vermijden van contact met minderjarigen, het vermijden van en de controle op digitale omgevingen betreffende seksueel kindermisbruik, een verbod om met minderjarigen te werken en het geven van openheid in (partner)relaties. Het advies is om te bepalen dat de voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf adviseert de reclassering de maatregel langdurig toezicht op te leggen. Dan kunnen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast worden na de eventuele gevangenisstraf. De reclassering verwacht dat de problematiek van verdachte langdurig zal blijven bestaan en een langdurig toezicht zal vragen. Als het reclasseringstoezicht op zijn einde loopt, wil de reclassering een milder kader achter de hand hebben om verdachte zijn problematiek in de gaten te houden. De kans op recidive kan zo worden beperkt.
Houding Verdachte heeft het plegen van de feiten op enig moment bekend. Op de zitting heeft hij oprecht spijt betuigd, ook in reactie op de verschillende spreekrechtverklaringen. Verdachte ziet in dat hij hulp nodig heeft. Hij heeft hij in detentie al stappen ondernomen om behandeling op te starten. Bovendien heeft hij met diverse slachtoffers vaststellingsovereenkomsten gesloten om daarmee (een deel van) de schadevergoedingen te regelen. Hiermee lijkt verdachte zijn verantwoordelijkheid te nemen. Bij het bepalen van de hoogte van de straf wordt hier in zijn voordeel rekening mee gehouden.
Straf
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de gevolgen die de feiten voor de slachtoffers hebben gehad, is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, met niets anders kan worden volstaan dan met oplegging van een gevangenisstraf van langere duur. Wel houdt de rechtbank rekening met de voornoemde omstandigheden en zal daarom een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Alles afwegende is de rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest passend en geboden is. De rechtbank zal deze straf aan verdachte opleggen. Bij een gevangenisstraf van meer dan 4 jaren is een voorwaardelijk strafdeel niet mogelijk. Daarom kunnen ook geen bijzondere voorwaarden worden gesteld. Als aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering wordt verleend, kunnen dan wel bijzondere voorwaarden worden gesteld.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Maatregel Naast de gevangenisstraf zal de rechtbank ook een zogeheten GVM aan verdachte opleggen. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om aan verdachte na afloop van de gevangenisstraf vrijheidsbeperkende of gedragsbeïnvloedende maatregelen op te leggen als dat in verband met dan bestaande risico’s noodzakelijk is. Gelet op het rapport van de psycholoog en het reclasseringsadvies kan het recidiverisico toenemen in bepaalde situaties. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. Deze is noodzakelijk omdat de verwachting is dat de problematiek van verdachte langdurig zal blijven bestaan en een langdurig toezicht zal vragen.
Beroepsverbod Als een verdachte bepaalde misdrijven in de uitoefening van een beroep pleegt, kan die verdachte van de uitoefening van dat beroep worden ontzet. Hier is sprake van. Verdachte heeft als (oud-)leraar en trainer van minderjarigen feiten gepleegd. De rechtbank vindt het van groot belang dat verdachte voor een langere periode niet meer in aanraking zal komen met minderjarigen in de uitoefening van zijn beroep, omdat functies met contact met minderjarigen een blijvend verhoogd risico meebrengen. De rechtbank zal daarom als bijkomende straf bepalen dat verdachte gedurende 10 jaren het beroep van leraar, trainer en/of een soortgelijke functie in relatie tot minderjarigen niet mag uitoefenen.
7. De schadevergoedingsmaatregelen
Schadevergoedingsmaatregel De schadevergoedingsmaatregel kan ten behoeve van het slachtoffer worden opgelegd indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer burgerlijk aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De maatregel kan ook worden opgelegd als het slachtoffer zich niet als benadeelde partij met een vordering tot schadevergoeding in het strafproces heeft gevoegd. Bij de beslissing over de schadevergoedingsmaatregel mag de rechter zich baseren op feiten en omstandigheden die tijdens de zitting aan de orde zijn gekomen. Het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel betekent dat het CJIB de inning van de schadevergoeding zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
Vaststellingsovereenkomsten
In deze zaak zijn een deel van de slachtoffers bijgestaan door mr. C.A.M. Dilven. Op 18 mei 2026 heeft de rechtbank van haar vaststellingsovereenkomsten ontvangen die tussen verdachte en (de wettelijke vertegenwoordigers van) de slachtoffers zijn gesloten. Verdachte is bij de totstandkoming van deze overeenkomsten bijgestaan door zijn raadsvrouw. In alle overeenkomsten is opgenomen dat de slachtoffers als gevolg van het handelen van verdachte schade hebben geleden. Daarnaast hebben verdachte en de slachtoffers de hoogte van de door de slachtoffers geleden schade vastgelegd. Ter zitting zijn de vaststellingsovereenkomsten besproken. Verdachte heeft daarbij zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid erkend ten opzichte van de slachtoffers die bij de overeenkomsten betrokken zijn. Ook heeft hij (nogmaals) ingestemd met de hoogte van de in de overeenkomsten vastgestelde schadebedragen. Verdachte en de slachtoffers verzoeken de rechtbank gezamenlijk de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ter hoogte van de overeengekomen bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Gelet op het conservatoir beslag heeft verdachte namelijk nog niet kunnen betalen.
Vaststellingsovereenkomst met de wettelijke vertegenwoordigers van [slachtoffer]
In deze overeenkomst staat dat [slachtoffer] materiële schade heeft geleden van € 1.600 en immateriële schade van € 20.000. Daarnaast staat dat de vader, de moeder en het zusje respectievelijk € 1.000, € 1.000 en € 500 immateriële schade hebben geleden. Verder is opgenomen dat de wettelijke rente loopt vanaf 16 juli 2023.
De rechtbank is van oordeel dat de genoemde bedragen ten behoeve van de betreffende slachtoffers de grenzen van aansprakelijkheid op grond van het burgerlijk recht niet overschrijden. De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel dan ook opleggen tot betaling van deze bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2023.
Vaststellingsovereenkomsten met de wettelijke vertegenwoordigers van de gefilmde jongens Verdachte heeft met de wettelijke vertegenwoordigers van zeven gefilmde jongens elk een afzonderlijke vaststellingsovereenkomst gesloten. In elke overeenkomst is vastgelegd dat de jongen immateriële schade heeft geleden van € 1.000. Verder is in alle overeenkomsten opgenomen dat de wettelijke rente loopt vanaf de datum van het vonnis.
Twee van de zeven gefilmde jongens komen niet voor in het strafdossier. Echter, verdachte heeft verklaard dat hij ook deze twee jongens heimelijk heeft gefilmd.
De rechtbank is van oordeel dat de in de overeenkomsten genoemde bedragen ten behoeve van de zeven gefilmde jongens de grenzen van de aansprakelijkheid op grond van het burgerlijk recht niet overschrijden. De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel dan ook opleggen tot betaling van deze bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2026.
BEM-clausule De rechtbank zal bepalen dat de schadevergoedingen die ten behoeve van de minderjarigen moeten worden betaald, zal worden gestort op bankrekeningen die ten behoeve van deze minderjarigen worden geopend met een BEM-clausule. Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarigen. Door de BEM-clausule kunnen de minderjarigen en hun wettelijke vertegenwoordigers slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarigen beschikken totdat zij achttien jaar oud zijn.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 38z, 55, 57, 240b (oud), 245, 252, 254 en 254a van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling plegen die bestaat uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;
feit 2 ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;
feit 3 (tot 1 juli 2024) een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, in eendaadse samenloop met feit 4;
en
(vanaf 1 juli 2024)een visuele weergave van seksuele aard/met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt;
feit 4 opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen, meermalen gepleegd, in eendaadse samenloop met feit 3;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Maatregel
- legt aan verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;
Bijkomende straf - ontzet verdachte van het recht het beroep van leraar, trainer en/of een soortgelijke functie in relatie tot minderjarigen uit te oefenen voor de duur van 10 jaren;
Slachtoffer [slachtoffer]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , € 21.600 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 juli 2023 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 130 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2010, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 1] - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 juli 2023 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
Slachtoffer [benadeelde 2]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 juli 2023 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
Slachtoffer [benadeelde 3] - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3] , € 500 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 juli 2023 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 5 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 3] te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 4] - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 4] , geboren op [geboortedag 3] 2014, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 5]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 5] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 5] , geboren op [geboortedag 4] 2011, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 6] - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 6] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 6] , geboren op [geboortedag 5] 2014, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 7] - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 7] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 7] , geboren op [geboortedag 6] 2010, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 8] - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 8] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 8] , geboren op [geboortedag 7] 2014, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 9]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 9] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 9] , geboren op [geboortedag 8] 2014, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
Slachtoffer [benadeelde 10]
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 10] , € 1.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 juni 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 10] , geboren op [geboortedag 9] 2011, te openen spaarrekening met een BEM-clausule.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter,
en mr. G.H. Nomes en mr. B. Akdikan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 te
Vlissingen en/of Texel, in elk geval in Nederland, met een aan zijn zorg,
opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer]
, geboren op [geboortedag 2] 2010, die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] , hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer]
geduwd/gebracht;
(art 245 Wetboek van Strafrecht)
2
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1
augustus 2022 tot en met 30 juni 2024 te Vlissingen , in elk geval in
Nederland,
(telkens) ontucht heeft gepleegd
met een aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde
minderjarige te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2010,
door die [slachtoffer] te masseren en/of te (tong)zoenen en/of de penis van
die [slachtoffer] te betasten en/of in de mond te nemen en/of die [slachtoffer]
zijn, verdachtes, penis te laten betasten;
(art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode van 3 april 2004 tot en met 17 juni 2025 te
Vlissingen , althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 3 april 2004 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b
Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende
afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk
de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of
schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of
zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking
van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 juni 2025, artikel 252 Wetboek
van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met
onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet
hadden bereikt, te weten [slachtoffer] en/of één of meer anderen
was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken
heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de
toegang heeft verschaft
te weten afbeeldingen en/of video’s,
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de penis
en/of vinger/hand en/of een voorwerp
en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met
een
penis en/of vinger/hand door die persoon
en/of
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een
vinger/hand, door die persoon
(toonmap #06, #10, #11, #12, #13)
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen
van die personen met vinger/hand en/of met de penis en/of met de
mond/tong wordt/worden aangeraakt
en/of
die personen het eigen geslachtsdeel, de eigen billen
en/of de eigen borsten met vinger/hand aanraakt
(toonmap #01, #04, #08, #15, #16)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in
een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze
van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de fotons/films
nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon
in beeld worden gebracht
(toonmap #02, #03, #05, #09, #14, #17, #18)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd
gemaakt;
(art. 240b lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art.
254 lid 1 sub c Wetboek van Strafrecht)
4
hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1
januari 2020 tot en met 17 juni 2025 in Vlissingen en/of andere plaatsen
in Zeeland, in elk geval in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk afbeeldingen van seksuele aard, te weten
foto's en/of video's van [slachtoffer] en/of minderjarige personen waarop
te zien is dat deze [slachtoffer] en/of minderjarige personen naakt zijn en/of
hun geslachtsdelen en/of billen duidelijk waar te nemen waren,
heeft vervaardigd;
(art 139h lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)