ECLI:NL:RBZWB:2026:4854

ECLI:NL:RBZWB:2026:4854

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 11860656 CV EXPL 25-3012
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Huur; ontbinding en ontruiming; overlast

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

zaak/rolnr.: 11860656 / CV EXPL 25-3012

vonnis d.d. 25 maart 2026

in de zaak van

STICHTING BEVELAND WONEN,

gevestigd te Goes,

eisende partij,

hierna te noemen: Beveland Wonen,

gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[bewindvoerder] B.V., in diens hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder],

gevestigd te [plaats 1] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [bewindvoerder] ,

gemachtigde: mr. I. Stolting.

1. De procedure

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 11 augustus 2025 met producties;

b. de conclusie van antwoord;

c. de aanvullende producties van Beveland Wonen van 6 februari 2026;

d. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling van 17 februari 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Beveland Wonen verhuurt aan [huurder] de woning aan het adres [adres] in [plaats 2] (hierna: het gehuurde).

In de tussen partijen geldende Algemene Huurvoorwaarden is onder meer het volgende bepaald:

“6.3 Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt. (…)

Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder (…)

Huurder is verplicht zijn voor- en achtertuin als sier- of moestuin te gebruiken en deze zodanig te onderhouden dat deze – naar het oordeel van verhuurder- een verzorgde indruk maakt en zal geen bomen, struiken of andere beplanting aanbrengen die overlast voor derden kunnen veroorzaken. (…)”

Beveland wonen heeft op 9 april 2022, 18 juli 2022, en 3 maart 2025 een melding ontvangen dat één van de ruiten van het gehuurde was gesneuveld.

Beveland Wonen heeft vanaf juli 2021 meldingen van omwonenden ontvangen van overlast die [huurder] in, buiten en vanuit de woning veroorzaakt.

Naar aanleiding van de meldingen van overlast is Beveland Wonen op 1 juli 2025 een buurtonderzoek gestart. Tien verschillende omwonenden hebben naar aanleiding van dit buurtonderzoek gemeld dat ze overlast van [huurder] ervaren.

Beveland Wonen heeft op 30 januari 2025 en 16 juli 2025 brieven aan [huurder] gestuurd waarin hij is gesommeerd om de (geluids)overlast te staken en gestaakt te houden.

Beveland Wonen heeft op 15 augustus 2024, 10 juni 2025, en 3 juli 2025 diverse brieven aan [huurder] gestuurd waarin hij is gesommeerd om zijn tuin beter te onderhouden.

3. Het geschil

Beveland Wonen vordert, samengevat, om bij vonnis, zoveel mogelijk bij voorraad:

de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden,

[bewindvoerder] te veroordelen om de woning aan het adres [adres] te [plaats 2] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen, te verlaten en met afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking van Beveland Wonen te stellen,

[bewindvoerder] te veroordelen in de proceskosten.

Aan haar vordering legt Beveland Wonen ten grondslag dat [huurder] zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst niet nakomt, omdat hij overlast veroorzaakt en omdat hij zich niet als een goed huurder gedraagt door de ruiten van het gehuurde te vernielen en door het gehuurde en de tuin te verwaarlozen. Beveland Wonen stelt dat de tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen rechtvaardigen.

[bewindvoerder] betwist dat er sprake is van overlast. [huurder] is met enige regelmaat onder invloed van drugs, maar hij zoekt daarvoor ook hulp. Hij heeft zichzelf op laten nemen met het doel om af te kicken. [bewindvoerder] ontkent niet dat [huurder] aansprakelijk is voor de vernieling van de ruiten, maar zij stelt dat dat onvoldoende is om ontbinding en ontruiming op te baseren. De tuin wordt door [huurder] samen met zijn ouders onderhouden en om de woning schoon te maken komt er periodiek een schoonmaakteam langs. In overleg met [zorgorganisatie] wordt gezocht naar een andere geschikte plaats om te wonen, maar die plek is nog niet gevonden en voor [huurder] zou het desastreus zijn als hij op straat terecht zou komen aangezien hij zijn best doet om clean te worden en te blijven. Indien er sprake is van een tekortkoming die de ontbinding zou rechtvaardigen, dan meent [huurder] dat er geen ontbinding zou moeten worden uitgesproken en dat de gevorderde ontruiming zou moeten worden afgewezen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.

4. De beoordeling

Geen goed huurderschap

Bij de beoordeling van de vraag of ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd is, wordt vooropgesteld dat een huurder op grond van artikel 7:213 BW verplicht is zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat de huurder zelf goed voor het gehuurde moet zorgen, maar ook dat hij zich zodanig gedraagt dat aan derden die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden geen overlast wordt bezorgd. Gedraagt de huurder zich niet als goed huurder, dan kan dat tot ontbinding van de huurovereenkomst leiden.

Dat [huurder] langere tijd – in ieder geval sinds 2021 – overlast aan omwonenden heeft veroorzaakt staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast. [bewindvoerder] betwist weliswaar dat er sprake is van overlast, maar Beveland Wonen heeft tien uitgebreide verklaringen van verschillende klagers overgelegd alsmede bestuurlijke rapportages en een grote hoeveelheid meldingen die gedaan zijn bij zowel Beveland Wonen als bij de politie. Uit deze stukken blijkt dat er regelmatig sprake is (geweest) van schreeuwen, muziek, agressie, verward gedrag, verwaarlozing van de woning en drugsoverlast. [bewindvoerder] heeft verder ook geen stukken in het geding gebracht die de kantonrechter redenen zouden geven om te twijfelen aan de door Beveland Wonen in het geding gebrachte verklaringen.

Beveland Wonen stelt voorts dat de tuin en het gehuurde verwaarloosd worden door [huurder] . Dit wordt door [bewindvoerder] betwist, maar de kantonrechter is van oordeel dat de verwaarlozing voldoende blijkt uit de foto’s van 30 juli 2025, 18 augustus 2025, 25 september 2025 en 20 januari 2026 die door Beveland Wonen zijn overgelegd. [bewindvoerder] stelt dat [huurder] hulp krijgt van zijn ouders en een FACT-team bij onderhoud van de tuin en het gehuurde, maar zij heeft dit verder niet onderbouwd en bovendien doet dat niets af aan de geconstateerde verwaarlozing.

Ook staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast dat [huurder] verantwoordelijk is voor het feit dat er 9 april 2022, 18 juli 2022 en op 3 maart 2025 een ruit van het gehuurde is vernield. [bewindvoerder] ontkent dit ook niet.

Gelet op het voorgaande is [huurder] zijn verplichting om zich als goed huurder te gedragen niet nagekomen. Het gaat om jarenlange geluidsoverlast en overlast door agressief en verward gedrag. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er sprake is van ernstige en structurele overlast door [huurder] . Daarbij komt dat er ook sprake is (geweest) van vernielingen en verwaarlozing van het gehuurde en de tuin. Dat zijn ernstige tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst.

De tekortkomingen rechtvaardigen ontbinding

Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen of de tekortkomingen van [huurder] van voldoende gewicht zijn om de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van de woning te rechtvaardigen. De kantonrechter vindt dat ook dit het geval is en neemt daarbij het volgende in aanmerking.

Volgens [bewindvoerder] is het vooral belangrijk dat [huurder] niet op straat terecht komt en dat ervoor gezorgd wordt dat hij begeleid blijft. [huurder] kampt met een verslaving en is de afgelopen jaren meermaals opgenomen geweest. [bewindvoerder] stelt dat het goed mogelijk is om afspraken te maken met [huurder] en dat hij open staat voor advies als hij zijn verslaving onder controle heeft, maar dat hij vaak een terugval krijgt als hij na de behandeling weer terug naar huis moet. [bewindvoerder] is een aanvraag voor mentorschap aan het voorbereiden zodat ze dan beter kunnen sturen op welke zorg hij krijgt.

Het belang van [huurder] om in de woning te blijven is groot en de gevolgen van het verlies van de woning zullen voor hem ingrijpend zijn, maar dat is onvoldoende om aan te nemen dat de door [huurder] veroorzaakte overlast de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt. Het mentorschap moet nog worden aangevraagd en bevindt zich daarom in een te pril stadium. Het geeft onvoldoende zekerheid dat het onvoorspelbare overlast gevende gedrag van [huurder] zal stoppen. Daarbij heeft [huurder] de afgelopen jaren voldoende kansen gehad om zijn gedrag te verbeteren en had [bewindvoerder] ook eerder mentorschap kunnen aanvragen. [bewindvoerder] stelt dat [huurder] zich onlangs vrijwillig door [zorgorganisatie] heeft laten opnemen, maar hij is al meerdere keren opgenomen geweest en die hulp heeft de overlast niet doen stoppen. Meerdere omwonenden zijn de afgelopen jaren ernstig in hun woongenot gestoord en één daarvan heeft zelfs verklaard te zijn verhuisd vanwege de overlast. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Beveland Wonen dan ook voldoende aangetoond dat voor de omwonenden een onhoudbare situatie is ontstaan. Gelet op de aard, ernst en lange duur van de overlast die [huurder] heeft veroorzaakt weegt zijn woonbelang onvoldoende op tegen het belang van Beveland Wonen om te zorgen voor een leefbare woonomgeving voor haar huurders en andere omwonenden.

Conclusie

De kantonrechter is van oordeel dat de tekortkomingen van [huurder] zo ernstig zijn dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen (ontruiming van de woning) rechtvaardigen. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal dus worden toegewezen. [bewindvoerder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen binnen een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis.

Proceskosten

[bewindvoerder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Beveland Wonen worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 149,09

- griffierecht € 135,00

- salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten x tarief € 217,00)

- nakosten € 108,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 826,59

5. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde gelegen aan het adres [adres] te [plaats 2] ;

veroordeelt [bewindvoerder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege [huurder] daarin bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Beveland Wonen te stellen;

veroordeelt [bewindvoerder] tot betaling van de proceskosten van € 826,59, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [bewindvoerder] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [bewindvoerder] ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand