RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
zaak/rolnr.: 11868819 / CV EXPL 25-3081
vonnis d.d. 25 maart 2026
in de zaak van
STICHTING BEVELAND WONEN,
gevestigd te Goes,
eisende partij,
hierna te noemen: Beveland Wonen,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] B.V., in diens hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder],
gevestigd te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. E.J. Overwater.
1. De procedure
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 25 augustus 2025 met producties;
b. de conclusie van antwoord met producties;
c. de aanvullende productie van [gedaagde] van 23 januari 2026;
d. de aanvullende productie van Beveland Wonen van 4 februari 2026;
e. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling van 17 februari 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[huurder] huurt van Beveland Wonen de woning aan het [adres].
In de algemene huurvoorwaarden zijn de volgende bepalingen opgenomen:
“6.3 Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt. (…)
Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder (…)
Huurder is verplicht de nodige maatregelen te nemen ter voorkoming van schade aan het gehuurde, in het bijzonder in geval van brand, storm, water en vorst. Huurder dient door welke oorzaak dan ook ontstane dan wel dreigende schade, alsmede gebreken aan het gehuurde onverwijld aan verhuurder te melden.”
Op 26 januari 2023 is er een klacht inzake overlast bij Beveland Wonen binnengekomen van klager 1.
Op 16 februari 2025 is er een klacht inzake overlast bij Beveland Wonen binnengekomen van klager 2.
Op 12 juni 2025 en op 2 juli 2025 zijn er klachten inzake overlast bij Beveland Wonen binnengekomen van klager 1.
Op 22 juli 2025 heeft [huurder] de ruiten van het gehuurde vernield en heeft hij meubilair naar buiten gegooid en in zijn tuin vernield. Hierover zijn ook klachten van klager 2 en klager 3 binnengekomen bij Beveland Wonen.
3. Het geschil
Beveland Wonen vordert na vermindering van eis, samengevat, om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden,
[gedaagde] en [huurder] te veroordelen om de woning aan het [adres] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen, te verlaten en met afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking van Beveland Wonen te stellen,
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
Aan haar vordering heeft Beveland Wonen ten grondslag gelegd dat [huurder] zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst niet is nagekomen omdat hij overlast veroorzaakt en omdat hij gehandeld heeft in strijd met artikel 6.3 van de algemene huurvoorwaarden door de ruiten van zijn huurwoning te vernielen. Beveland Wonen stelt dat de tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen rechtvaardigen.
[gedaagde] stelt dat [huurder] niet tekort is geschoten in het nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst. Er zijn maar weinig meldingen van overlast gedaan door buurtbewoners en er dus geen sprake is van ernstige en structurele overlast. [gedaagde] erkent dat [huurder] op 22 juli 2025 een deel van zijn meubilair naar buiten heeft gegooid en de ramen van zijn huurwoning heeft ingegooid, maar [gedaagde] stelt dat dit gedrag verband houdt met zijn psychische stoornis. Voor zover een tekortkoming vast zou komen te staan rechtvaardigt deze tekortkoming gelet op de bijzondere aard de ontbinding van de overeenkomst niet. De gevolgen van een ontbinding zouden voor [huurder] onaanvaardbaar zijn. Ook is volgens [gedaagde] de ontruimingstermijn te kort.
4. De beoordeling
Tekortkoming(en)
Bij de beoordeling van de vraag of ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd is, wordt vooropgesteld dat een huurder op grond van artikel 7:213 BW verplicht is zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat de huurder zelf goed voor het gehuurde moet zorgen, maar ook dat hij zich zodanig gedraagt dat aan derden die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden geen overlast wordt bezorgd. Gedraagt de huurder zich niet als goed huurder, dan kan dat tot ontbinding van de huurovereenkomst leiden.
Overlast
Beveland Wonen legt ter onderbouwing van de gestelde overlast zes verschillende anonieme klachten over van omwonenden in de periode van januari 2023 tot en met juli 2025. Daarnaast brengt Beveland Wonen nog een verklaring van klager 2 in het geding. De kantonrechter is van oordeel dat met die klachten de stelling dat [huurder] ernstige en structurele overlast veroorzaakt onvoldoende onderbouwd is en overweegt daarover het volgende.
De klachten dateren, voor zover bekend, van een vijftal data, te weten 26 januari 2023, 16 februari 2025, 12 juni 2025 en 2 en 22 juli 2025. [huurder] woont al sinds 2022 in de woning en op basis van deze zes klachten kan de kantonrechter niet vaststellen dat er sprake is van structurele overlast. Daarbij kan uit deze klachten niet opgemaakt worden op welke manier [huurder] overlast zou hebben veroorzaakt. Er is enkel geregistreerd dat er op die momenten een melding van overlast is gedaan bij Beveland Wonen. Weliswaar staat in -uitsluitend- de verklaring van klager 2 dat de overlast bestaat uit geluidsoverlast, het slaan met deuren en op muren, overlast van rook en het kapot gooien van glas en meubilair, maar hoe vaak de overlast voorkomt wordt niet gespecificeerd en van de andere klagers heeft Beveland Wonen geen soortgelijke verklaring ingediend. Op basis hiervan kan de kantonrechter niet vaststellen dat er sprake is van ernstige en structurele overlast.
Vernieling
[gedaagde] erkent dat [huurder] op 22 juli 2025 de ruiten van het gehuurde heeft vernield. Op grond van artikelen 6.3 en 6.15 van de algemene huurvoorwaarden is [huurder] verplicht om het gehuurde te gebruiken en onderhouden als een goed huurder en om de nodige maatregelen te nemen om schade aan het gehuurde te voorkomen. Naar het oordeel van de kantonrechter is om die reden de vernieling van de ruiten aan te merken als een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Dat de vernieling kan worden aangemerkt als een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst betekent echter niet dat dit ook de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Nu het om een eenmalig voorval gaat is de kantonrechter van oordeel dat deze tekortkoming op zichzelf geen ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. Het woonbelang van [huurder], afgezet tegen het belang van Beveland Wonen om het gehuurde te beschermen, dient te prevaleren. Overigens heeft [gedaagde] aangegeven de schade te zullen vergoeden; van Beveland Wonen is echter nog geen nota ontvangen.
Conclusie
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [huurder] in en om het gehuurde structurele en ernstige en structurele overlast heeft veroorzaakt voor omwonenden. De vernieling van de ruiten rechtvaardigt op zichzelf geen ontbinding van de huurovereenkomst. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
Beveland Wonen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden vastgesteld op € 434,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 217,00).
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Beveland Wonen in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 434,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.