ECLI:NL:RBZWB:2026:4877

ECLI:NL:RBZWB:2026:4877

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 02.054605.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling handel in harddrugs en aanwezig hebben cocaïne. Eendaadse samenloop. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf 12 maanden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02.054605.25

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 juni 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedag] 1991,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. P. Susijn, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in harddrugs (feit 1) en aan het aanwezig hebben van 78,19 gram cocaïne (feit 2).

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 20 augustus 2024 cocaïne, MDMA, 3-MMC en methamfetamine heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. Ook acht hij bewezen dat verdachte 77,58 gram cocaïne aanwezig heeft gehad op 20 augustus 2024.

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de verklaring van verdachte kan enkel een fors kortere pleegperiode bewezen worden verklaard. Uit het proces-verbaal van bevindingen waarin de Samsung A52 is uitgelezen, volgt niet dat verdachte steeds de gebruiker van de telefoon is geweest en dus in de eerder gelegen periode harddrugs heeft aangeboden. Bovendien kan op grond van die gesprekken niet worden vastgesteld dat de genoemde verdovende middelen daadwerkelijk zijn verkocht, afgeleverd, verstrekt of vervoerd. De verklaring van [persoon] kan gelet op de onbetrouwbaarheid daarvan niet als steunbewijs dienen. Voor feit 2 geldt dat verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Op grond van het dossier kan maximaal 77,58 gram cocaïne bewezen worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 20 augustus 2024 cocaïne, MDMA, 3-MMC en methamfetamine heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd.

De bij verdachte aangetroffen telefoon, de Samsung A52, bevat veel chatgesprekken in de periode van oktober 2023 tot augustus 2024 waaruit blijkt dat er werd gehandeld in verschillende soorten harddrugs.

Verdachte heeft voor het eerst ter zitting bekend dat hij deze telefoon ongeveer gedurende vier tot vijf weken voor zijn aanhouding in zijn bezit heeft gehad en dat hij deze telefoon in die periode heeft gebruikt voor – kort gezegd – de handel in cocaïne. Volgens verdachte had hij deze telefoon voor deze periode niet in gebruik.

De rechtbank stelt vast dat dit een telefoon met een dual simkaart betrof met telefoonnummers: [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , beide verbonden aan de naam ‘ [naam] ’. Uit het dossier leidt de rechtbank af dat met de naam ‘ [naam] ’ verdachte wordt bedoeld. In de telefoon stond achter deze naam dat hij de ‘owner’ van de telefoon is. Daarnaast is er een foto op de telefoon aangetroffen waarop het gezicht van verdachte zichtbaar is. De weinig gedetailleerde verklaring van verdachte dat een ander de telefoon eerder in gebruik had, is (in het licht van het een en ander) niet aannemelijk geworden. Daarbij wijst de rechtbank op de observaties die door de politie zijn gedaan op onder meer 27 juni 2024, waarbij het er zeer op lijkt dat verdachte vanuit zijn auto met verschillende personen contact maakt en vermoedelijk drugs bezorgd. De gedragingen van verdachte komen sterk overeen met de gedragingen van verdachte die de politie waarneemt op onder meer 17 juli, 1 augustus en 20 augustus 2024, zijnde data in de periode waarin verdachte bekent zich bezig te hebben gehouden met de handel in cocaïne.

Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat verdachte de gehele ten laste gelegde periode de gebruiker van de telefoon is geweest waarmee in harddrugs is gehandeld. Gelet op de informatie uit de telefoon is er niet slechts in cocaïne gehandeld maar tevens in MDMA 3-MMC en methamfetamine.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de gehele ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan de handel in de voornoemde soorten harddrugs.

Feit 2

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte op zitting, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 20 augustus 2024 cocaïne aanwezig heeft gehad.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er een hoeveelheid van 77,58 gram bewezen kan worden verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 20 augustus 2024 te Tilburg opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, MDMA, 3MMC en methamfetamine (crystal meth),telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2op 20 augustus 2024 te Tilburg opzettelijk aanwezig heeft gehad 77,58 gram, cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat kan worden volstaan met een fors lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist. Ook dan wordt voldaan aan de strafdoelen. Hoewel er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, zijn er inmiddels 21 maanden verstreken. Daarnaast is sprake van eendaadse samenloop.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich gedurende 11 maanden schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. Ook heeft hij cocaïne aanwezig gehad. Het is algemeen bekend dat harddrugs zoals cocaïne middelen zijn die voor gebruikers sterk verslavend zijn en ernstige schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers. Daarnaast gaat de handel in drugs veelal gepaard met andersoortige criminaliteit, waaronder delicten die harddrugsgebruikers plegen om aan hun harddrugs te komen, maar ook delicten tussen handelaren onderling. Verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. Kennelijk heeft verdachte zich om al deze gevolgen niet bekommerd en zich enkel laten leiden door eigen belang, in de vorm van financieel gewin. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte in 2023 eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Deze veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om zich wederom in te laten met Opiumwetfeiten. Daarnaast is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Verdachte heeft slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid genomen voor deze feiten. De proceshouding van verdachte komt de rechtbank berekenend voor. Het feit dat verdachte geen volledig inzicht heeft willen geven in zijn handelen, baart zorgen voor de toekomst en weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop, nu de feiten dateren uit 2023 en 2024.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS)-oriëntatiepunten en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met het feit dat sprake is van eendaadse samenloop bij het tenlastegelegde sub 2. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een lichtere sanctie. Zij bepaalt dat de tijd van het voorarrest in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen geldbedragen (€ 212,70 en € 780,00) worden verbeurd verklaard.

De geldbedragen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat de geldbedragen samenhangen met de bewezen verklaarde feiten en geen onderbouwde verklaring is gegeven, waardoor vastgesteld kan worden dat de geldbedragen anders dan door middel van het bewezen verklaarde strafbare feit (feit 1) zijn verkregen.

Teruggave aan verdachte

Ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp (een Vespa Piaggio met [kenteken] ) wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 55, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

De eendaadse samenloop van:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

en

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:

* 1 stuk geld (€ 212,70) (goednummer: PL2000-2024121251-2761794);

* 18 stuks geldbiljetten (€ 780,00) (goednummer PL2000-2024121251-2761804);

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

* Bromfiets Piaggio C38 met [kenteken] (goednummer: PL2000-2024121251-2749925).

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Combee, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. J van Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 juni 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 20 augustus 2024 te te Tilburg, in elk geval in Nederland,

opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, MDMA, 3MMC en/of methamfetamine (crystal meth),

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )

2

hij op of omstreeks 20 augustus 2024 te Tilburg, in elk geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 78,19 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Combee
  • mr. L.W. Louwerse
  • mr. J van Riet

Griffier

  • mr. S.B.H. van Overveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand