ECLI:NL:RBZWB:2026:4917

ECLI:NL:RBZWB:2026:4917

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer c/02/446148 KG ZA 26-135
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

In kort geding wordt het verwijderingsbesluit van de school van een leerling op het voortgezet onderwijs in verband met het gedrag van de moeder in stand gelaten. De wijze waarop de moeder zich tegen de school heeft gericht naar aanleiding van cijfers en de doorstroombeslissing ging te ver en heeft onder meer de werkrelatie van de school met de leerling en ouder onherstelbaar beschadigd.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/446148 / KG ZA 26-135

Vonnis in kort geding van 4 juni 2026

in de zaak van

[eiseres] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter [dochter] ,

te [plaats 1] ,

eiseres,

hierna te noemen: [eiseres]

advocaat: mr. S. Sabir,

tegen

VERENIGING ONS MIDDELBAAR ONDERWIJS

te Tilburg,

gedaagde,

hierna te noemen: OMO

advocaat: mr. C.J.J. Bottemanne en mr. N.J.A.P.B. Niessen

1. De zaak in het kort,

Tussen de school en de moeder van een leerlinge is een geschil ontstaan omtrent de beoordeling van de door de leerlinge gemaakte toetsen en het door de school gegeven schooladvies. De wijze waarop de moeder van de leerlinge zich daarbij heeft opgesteld heeft er uiteindelijk toe geleid dat de school de leerlinge van school heeft verwijderd. De moeder stelt zich op het standpunt dat de beslissing tot verwijdering van haar dochter als leerling onzorgvuldig is genomen.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 9,

- de conclusie van antwoord,

- de akte overlegging producties 1 t/m 35 van de zijde van OMO,

- de akte overlegging producties 36 t/m 42 van de zijde van OMO,

- de mondelinge behandeling van 21 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eiseres] , - de pleitnota van het OMO.

[eiseres] heeft, buiten haar advocaat om, ook zelf een aantal producties geplaatst in het digitaal dossier. Uit artikel 1.4 van het Procesreglement Kort Gedingen vloeit voort dat als een partij wordt bijgestaan door een advocaat, alleen de advocaat toegang mag hebben tot het digitaal dossier, wat betekent dat ook alleen de advocaat stukken in het digitaal dossier mag plaatsen. Na overleg met partijen heeft de voorzieningenrechter bepaald dat indien Mr. Sabir tijdens de mondelinge behandeling op deze stukken zal ingaan deze dan tot het procesdossier zullen behoren. Mr. Sabir heeft dat niet gedaan. Dit leidt ertoe dat deze stukken buiten beschouwing worden gelaten.

3. De ontvankelijkheid

[eiseres] heeft de vordering tegen OMO namens [dochter] ingesteld als haar wettelijk vertegenwoordiger. Omdat het hier niet gaat om (bewind over) het vermogen van de minderjarige is een machtiging van de kantonrechter niet vereist.

Naar aanleiding van de mededeling van [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling dat zij alleenstaande ouder is, heeft OMO verklaard haar verweer dat onduidelijk is of [eiseres] alleen het gezag heeft over de minderjarige en of zij [dochter] dus alleen kan vertegenwoordigen, niet langer te handhaven.

Dit alles leidt ertoe dat [eiseres] ontvankelijk is in haar vorderingen.

4. De feiten

[eiseres] is de moeder van [dochter] .

OMO is het bevoegd gezag van de [scholengemeenschap] , waar [dochter] tot 1 december 2025 stond ingeschreven. Zij volgde daar de twee jaar durende brugklas havo/vwo bij de locatie [school 1] te [plaats 1] , hierna: het [school 1] .

In maart 2024 is discussie ontstaan tussen het [school 1] en [eiseres] naar aanleiding van een onvoldoende beoordeling voor een toets Aardrijkskunde van [dochter] .

In juni 2024 heeft [dochter] aangegeven interesse te hebben voor het gymnasium.

Op 2 juli 2024 is in de rapportvergadering beslist dat [dochter] niet toelaatbaar is tot het gymnasium.

[eiseres] heeft aanhoudend en in toenemende mate in e-mails gevraagd om inzage in gemaakte toetsen, antwoord- en beoordelingsmodellen en correctiecriteria, omdat volgens [eiseres] de aan [dochter] gegeven cijfers niet aansloten bij de inhoud van het door haar gemaakte werk.

In oktober 2024 heeft [eiseres] zich gericht tot de Klachtencommissie OMO met een verzoek tot herbeoordeling van de toetsen. De directeur en uiteindelijk ook de rector hebben de klacht in behandeling genomen. Beiden hebben het standpunt ingenomen dat het beoordelen van een toets tot het professionele domein van de vakdocent behoort. De Klachtencommissie OMO heeft zich onbevoegd verklaard

De locatiedirecteur heeft op 22 januari 2025 aan [eiseres] bericht dat haar wijze

van communicatie ontregelend is. Aan [eiseres] zijn daarom onder meer de volgende beperkingen opgelegd in de communicatie met de school:

- de communicatie tussen [eiseres] en de school verloopt uitsluitend via de locatie-directeur,

- op de communicatie van [eiseres] zal hooguit eens in de twee weken per mail worden gereageerd,

- als de school op bepaalde kwesties inhoudelijk heeft gereageerd, zal daarop niet meer worden teruggekomen.

In mei 2025 is aan [dochter] voor het nieuwe schooljaar het schooladvies havo-3 gegeven. [eiseres] heeft daartegen bij e-mail van 10 mei 2025 bezwaar gemaakt en zij heeft verzocht het advies te heroverwegen en [dochter] in vwo 3 te plaatsen. Op 12 juni 2025 heeft hierover een gesprek plaatsevonden tussen [eiseres] met de locatiedirecteur en de leerjaarcoördinator. Het [school 1] heeft in dat gesprek uiteengezet hoe het schooladvies tot stand is gekomen. [eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat de resultaten van haar dochter over de hele linie zijn verbeterd, dat zij scheef wordt beoordeeld, dat de door [dochter] gemaakte toetsen herbeoordeeld moeten worden en dat zij vwo-advies behoort te krijgen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt.

Op 30 juni 2025 is [eiseres] verzocht het schoolgebouw van het [school 1] te verlaten nadat zij dit gebouw was ingelopen met het verzoek om verschillende toetsen in te zien. [eiseres] heeft het gesprek dat zij toen heeft gevoerd met de leerjaarcoördinator zonder diens toestemming opgenomen en geplaatst op een afgeschermd YouTube-kanaal.

[eiseres] heeft bij e-mail van die dag bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop zij is bejegend en zij heeft het [school 1] gewezen op haar verplichtingen ten aanzien van ouderrechten en toets-inzagen. Zij heeft het [school 1] verzocht te bewerkstelligen dat haar alsnog inzage wordt verleend in de toetsen van haar dochter met betrekking tot zeven door haar gevolgde vakken. Daarnaast heeft [eiseres] haar ongenoegen gemaild naar allerlei instanties, waaronder de Inspectie van het Onderwijs, de tiplijn van het Algemeen Dagblad en een politieke partij in de tweede kamer.

De rector van het [school 1] heeft naar aanleiding hiervan aan [eiseres] via e-mail van 30 juni 2025 bericht dat [eiseres] ondanks de communicatieafspraken die op 22 januari 2025 zijn gemaakt de school frequent blijft mailen, dat zij in die e-mails steeds dezelfde eisen stelt rondom de beoordeling van de toetsen van [dochter] , dat de inhoud van de e-mails steeds scherper wordt nu er gesproken wordt over ‘het onterecht benadelen” van [dochter] . en dat zij deze e-mails, waarin de namen van medewerkers staan vermeld, ook aan verschillende instanties heeft gestuurd, waarmee zij in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming handelt. Ook is [eiseres] verzocht de door haar geplaatste geluidsopname van het gesprek met de leerjaarcoördinator van het YouTubekanaal te verwijderen. De rector geeft aan te begrijpen dat [eiseres] als betrokken ouder haar dochter optimaal wil begeleiden en het beste met haar voorheeft, en dat ook de school zich maximaal wil inzetten om het beste uit [dochter] te halen, maar dat bij een goede begeleiding ook vertrouwen hoort. Omdat de school merkt dat er weinig vertrouwen is in de school om op dezelfde voet voort te gaan zijn aan [eiseres] twee opties voorgelegd: na de zomervakantie gaan de school en [eiseres] gezamenlijk met een mediator om tafel om te kijken hoe het vertrouwen tussen [eiseres] en de school hersteld kan worden of als [eiseres] van mening is dat dit vertrouwen niet hersteld kan worden staat het haar vrij op zoek te gaan naar een andere school voor [dochter] .

In reactie hierop geeft [eiseres] te kennen gegeven dat zij als wettelijk vertegenwoordiger gerechtigd is om kennis te nemen van alle onderwijs- en beoordelingsgegevens die betrekking hebbenop haar minderjarige dochter en heeft zij nogmaals om een gemotiveerde, schriftelijke toelichting gevraagd op de beoordelingscriteria die zijn gehanteerd en de wijze waarop de toetsresultaten hebben bijgedragen aan het uiteindelijke advies. Met betrekking tot de communicatie heeft zij het [school 1] gewezen op de inspanningsverplichting om constructief en zorgvuldig met ouders in gesprek te blijven over de onderhoudssituatie en geeft zij aan dat haar mails steeds gemotiveerd zijn en zien op wezenlijke onderwijskundige belangen van [dochter] . Ten slotte heeft zij aangegeven open te staan voor mediation, onder voorwaarde dat [dochter] het schooladvies vwo/gymnasium krijgt.

Op 31 juli 2025 heeft het docententeam definitief besloten dat [dochter] niet toelaatbaar is tot vwo3. [eiseres] heeft daartegen op 15 augustus 2025 bezwaar gemaakt bij [scholengemeenschap] , omdat volgens haar sprake is van een onjuiste of onzorgvuldige beoordeling van de door [dochter] gemaakte toetsen, waardoor haar eindbeoordeling lager is vastgesteld dan gerechtvaardigd is en dat bij een juiste beoordeling zij zou voldoen aan de criteria voor doorstroom naar vwo 3. Naar aanleiding van het ingediende bezwaar is [eiseres] uitgenodigd voor een gesprek op 4 september 2025. [eiseres] heeft aangegeven bij het gesprek aanwezig te zullen zijn als [dochter] (eventueel voorwaardelijk) per 1 september mag starten in vwo3.

In reactie hierop is namens het secretariaat [scholengemeenschap] aan [eiseres] bericht dat [dochter] in havo 3 is geplaatst en daar ook wordt verwacht, dat [eiseres] in het gesprek haar zienswijze op dit besluit kan uitleggen en dat daarna zal worden bezien of die plaatsing terecht is of niet. [eiseres] is niet op het gesprek verschenen. [dochter] is door [eiseres] ziekgemeld e is niet op school verschenen. Het bezwaar van [eiseres] is door de rector van [scholengemeenschap] op 10 september 2025 ongegrond verklaard.

[eiseres] heeft tegen die beslissing op 12 september 2025 beroep ingesteld bij de Regionale beroepscommissie van OMO. In haar uitspraak van 9 oktober 2025 heeft de beroepscommissie geoordeeld dat alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende de school het besluit om [dochter] naar havo 3 te bevorderen en niet naar vwo 3 in redelijkheid heeft genomen en heeft zij het beroep van [eiseres] ongegrond verklaard.

Bij de brief van 20 oktober 2025 heeft het [school 1] aan [eiseres] het voornemen bekend gemaakt om [dochter] van de school te verwijderen vanwege een onherstelbare vertrouwensbreuk en onwerkbare situatie waarbij zij de reputatie van de school schaadt en medewerkers in diskrediet brengt omdat:(1) de hoeveelheid e-mailberichten die [eiseres] stuurt als ontregelend wordt ervaren, waarbij de toon van de e-mails steeds onaangenamer wordt. Door [eiseres] is geen gehoor gegeven aan het verzoek de e-mails niet in cc aan allerlei instanties en/of derden te sturen. Daarnaast gaat [eiseres] persoonlijke gesprekken uit de weg en stelt zij onredelijke voorwaarden aan de voorgestelde mediation,

(2) [eiseres] de vakbekwaamheid en professionele integriteit van de docenten ernstig in twijfel trekt en dat bovendien openlijk doet door haar e-mails ook naar andere instanties en personen te sturen,

(3) [eiseres] zonder toestemming een geluidsopname heeft gemaakt van een gesprek met de leerlingencoördinator en dit via een YouTube kanaal heeft gedeeld en zij geen gehoor heeft gegeven aan verzoeken om dit te verwijderen en geen nieuwe opnames te maken.

[eiseres] is in de gelegenheid gesteld op het voornemen te reageren.

In reactie hierop heeft [eiseres] op 22 oktober 2025 geschreven dat zij zich niet kan verenigen met de gronden die aan het voornemen ten grondslag zijn gelegd, noch met de wijze waarop de school met haar dochter en met haar als ouder is omgegaan. Volgens [eiseres] heeft [dochter] gedurende haar schoolloopbaan op het [school 1] ervaren dat zij door enkele docenten ongelijk en onrechtvaardig is behandeld en dat het besluit om haar niet toe te laten en de daaropvolgende weigering tot overgang naar vwo3 niet gebaseerd is op objectieve criteria maar op subjectieve en bevooroordeelde beoordelingen, met name door een met naam genoemde docent. [eiseres] heeft voorts aangegeven dat het haar volste recht is om correspondentie vast te leggen of extern advies in te winnen en dat haar wettelijk recht op inzage in onderwijsmateriaal en toetsing is geschonden. [eiseres] heeft verzocht om het voorgenomen besluit tot verwijdering niet verder in behandeling te nemen en eerst zorg te dragen voor een inzage in de genoemde toetsen en onafhankelijke herbeoordeling van de onderwijs- en overgangsbeslissingen met betrekking tot [dochter] en tot herstel van het recht van [dochter] op passend onderwijs op vwo-niveau, zonder verdere vertraging of stigmatisering.

Het [school 1] heeft bij brief van 7 november 2025 aan [eiseres] het besluit tot verwijdering van [dochter] van de school gestuurd. Daarin staat onder meer:

Samengevat, zijn wij van oordeel dat de verstandhouding en communicatie met u als ouder van [dochter]

zodanig onder druk is komen te staan dat sprake is van een onherstelbare vertrouwensbreuk. U schaadt

met uw handelswijze de reputatie van de school en brengt de medewerkers openlijk in diskrediet. Dit heeft

een negatieve weerslag op het goed functioneren van de school en haar medewerkers. U trekt bovendien

vakspecialistische kennis, professionaliteit en integriteit van de docenten herhaaldelijk en openlijk in

twijfel. Een en ander heeft tot gevolg dat er geen vertrouwen meer is in een samenwerking met u. Dit lijkt

wederzijds te zijn aangezien u meermaals heeft aangegeven te vermoeden dat medewerkers van de school

er bewust op uit zijn [dochter] te benadelen.

Uw zienswijze op het voorgenomen besluit tot verwijdering bevestigt helaas dat er geen enkele

vertrouwensbasis meer is. Er is sprake van een verdere escalatie. Eerst had u nog enkel een vermoeden dat

de docenten [dochter] benadelen. Nu schrijft u dat het besluit om [dochter] niet tot te laten tot het

gymnasium noch VWO 3 niet gebaseerd is op objectieve criteria, maar op subjectieve bevooroordeelde

beoordelingen. Docenten zouden niet professioneel, objectief en rechtvaardig hebben gehandeld. Ik

benadruk in reactie daarop nogmaals dat onze docenten vakbekwaam, integer en professioneel zijn en

handelen. Zij hebben zich met volle inzet en betrokkenheid ingespannen om [dochter] optimaal te

ondersteunen in haar leerproces en ontwikkeling. Het feit dat u daarop kennelijk niet kunt vertrouwen,

maakt dat er geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking tussen u als ouder van [dochter] en de

school.

U herhaalt bovendien uw verzoeken om inzage in toetsen, herbeoordeling daarvan plus bevordering van

[dochter] naar 3 VWO. Op al deze verzoeken zijn wij reeds uitvoerig ingegaan. Herhaald zij dat wij 3 HAVO

een passend onderwijsniveau voor [dochter] vinden. Een herbeoordeling van toetsen, maakt dat niet

anders. Ik kan niet anders dan concluderen dat er op dit punt sprake is van een onoverbrugbaar verschil

van inzicht. Ook dat staat in de weg aan een goede samenwerking.

Nu u ook niet openstaat voor gesprekken over de ontstane situatie, althans niet onvoorwaardelijk, is

verbetering daarvan niet mogelijk. Daarmee is het, hoe verdrietig ook, het meest in het belang van [dochter]

dat zij haar schoolloopbaan op een andere school voortzet.

Het [school 2] in [plaats 2] , die ook valt onder het bevoegd gezag van OMO, is bereid om [dochter] als leerling toe te laten tot havo 3.

[eiseres] heeft tegen het verwijderingsbesluit bij e-mail van 7 november 2025 een bewaar en klacht ingediend, waarbij zij de eerder door haar ingenomen standpunten heeft herhaald nader heeft toegelicht. Zij heeft voorts te kennen gegeven dat [dochter] niet zal overgaan naar een andere school en zij heeft verzocht [dochter] voorlopig te plaatsen in vwo3 tot het onderzoek en de behandeling van deze zaak volledig zijn afgerond.

[eiseres] is naar aanleiding van haar e-mail uitgenodigd voor een gesprek met de rector van [scholengemeenschap] op 13 en 14 november 2025. In de uitnodiging is aangegeven dat het gesprek betrekking zal hebben op het verwijderingsbesluit en niet op de overgang naar 3 vwo. [eiseres] heeft daarop bericht dat zij bereid is om in gesprek te gaan onder de voorwaarde dat zij duidelijkheid krijgt over de wijze waarop en wanneer inzage in de toetsen en beoordelingen kan plaatsvinden en dat zij een bevestiging krijgt dat het verzoek tot voorlopige plaatsing in vwo 3 wordt geaccepteerd. [eiseres] is vervolgens niet op het gesprek verschenen. Bij brief van 24 november 2025 heeft [scholengemeenschap] / [school 1] het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.

Bij brief van haar advocaat van 25 november 2025 aan [scholengemeenschap] / [school 1] heeft [eiseres] formeel bezwaar gemaakt tegen de beslissing tot verwijdering. Het [school 1] is verzocht het besluit van 7 november 2025 in te trekken, [dochter] ingeschreven te houden en alsnog in gesprek te gaan onder duidelijke voorwaarden: volledige toets-inzage en een objectieve herbeoordeling van de eerdere beslissingen. Daarnaast is verzocht om een voorlopige terugplaatsing in vwo-3.

Hierop is door [scholengemeenschap] aan de advocaat van [eiseres] bericht dat door [eiseres] eerder al een bezwaar in ingediend en dan het daarop betrekking hebbende besluit van 24 november 2025 niet kan worden ingetrokken.

Het [school 1] heeft op 1 december 2025 de uitschrijving van [dochter] als leerling van haar school geëffectueerd. [eiseres] heeft [dochter] niet bij een andere school aangemeld.

[eiseres] heeft klachten tegen de school ingediend bij de Inspectie van het Onderwijs, Autoriteit Persoonsgegevens, heeft het Algemeen Dagblad en een politieke partij benaderd, een voorlopige voorziening bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht en is drie bestuursrechtelijke procedures bij de rechtbank ZWB gestart, in welke procedures de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard of [eiseres] niet ontvankelijk is verklaard.

5. Het geschil

[eiseres] vordert als voorlopige voorziening:

1. OMO te bevelen [dochter] met onmiddellijke ingang, althans binnen 24 uur na betekening van het vonnis, weer toe te laten tot [scholengemeenschap] – [school 1] en haar feitelijk in staat te stellen het reguliere onderwijsprogramma te volgen;

2. OMO te bevelen de uitvoering van het besluit van 7 november 2025

(uitschrijving/verwijdering per 1 december 2025) te schorsen en de inschrijving van [dochter] te herstellen, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk anders is beslist, althans totdat de voorzieningenrechter een andere einddatum bepaalt;

3 OMO te bevelen binnen 7 dagen na betekening van het vonnis volledige toets inzage te verschaffen in alle op [dochter] betrekking hebbende stukken die onder OMO berusten of behoren te berusten, waaronder in ieder geval: gemaakte toetsen, nagekeken werk, beoordelingsformulieren, puntentoekenningen, correctievoorschriften en/of beoordelingsmodellen;

4. OMO te bevelen mee te werken aan een objectieve herbeoordeling van de relevante toetsen en/of de overgangsbeslissing (vwo-2 naar havo-3), door een onafhankelijke deskundige, aan te wijzen door partijen in onderling overleg binnen 7 dagen na betekening van het vonnis, en bij gebreke van overeenstemming aan te wijzen door de

voorzieningenrechter, een en ander binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen

termijn;

5. subsidiair, voor het geval de voorzieningenrechter (nog) geen herplaatsing bij OMO beveelt, OMO te bevelen [dochter] per direct, althans binnen 72 uur na betekening van het vonnis, te voorzien van een tijdelijke en concrete onderwijsvoorziening door haar (i) onderwijsinhoudelijk te begeleiden en (ii) wekelijks structureel onderwijs aan te bieden op minimaal het niveau waarop zij stond, totdat zij weer is toegelaten bij OMO of aantoonbaar elders onderwijs volgt;

6. OMO te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000 per dag (of gedeelte daarvan) voor iedere dag dat zij niet voldoet aan enig bevel onder 1 tot en met 5, met een maximum van € 50.000;

7. OMO te veroordelen in de proceskosten, alsmede in de nakosten.

[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de vorderingen zijn gegrond op onrechtmatig handelen door OMO.

OMO heeft verweer gevoerd. Op dat verweer en de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6. De beoordeling

bevoegdheid civiele rechter

Vooropgesteld wordt dat OMO een katholieke onderwijsinstelling is en er dus sprake is van bijzonder onderwijs. Dit maakt dat de civiele rechter bevoegd is.

algemeen kader

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiseres] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

spoedeisend belang

OMO heeft zich onder punten 28 t/m 34 van haar spreekaantekeningen verweerd door zich op het standpunt te stellen dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

De voorzieningenrechter verwerpt dat verweer.

De vorderingen 1 en 2 zijn gericht op toelating van [dochter] tot het [school 1] . [dochter] (en daarmee [eiseres] als haar wettelijk vertegenwoordiger) heeft er belang bij dat zij zo snel mogelijk weer naar school kan. Daaruit vloeit reeds spoedeisendheid voort.

Vordering 5 strekt ertoe dat aan [dochter] zo snel mogelijk passend onderwijs wordt aangeboden. Dat is naar zijn aard spoedeisend.

De vorderingen 3 en 4 zijn ingesteld in verband met de discussie over het doorstroomadvies. Ook dit is spoedeisend. Als [eiseres] daartegen stappen wil ondernemen dan moet dat binnen afzienbare termijn gebeuren. Een bodemprocedure kan daarvoor niet worden afgewacht.

toelating tot onderwijs (vorderingen 1, 2 en subsidiair 5 )

[eiseres] stelt dat een vertrouwensbreuk tussen het [school 1] en [eiseres] onvoldoende is om [dochter] van school te verwijderen. Verwijdering is een ultimum remedium. Het [school 1] heeft niet onderbouwd dat er sprake is van concrete omstandigheden waaruit blijkt dat voortzetting van het onderwijs objectief onmogelijk is. Het stellen van kritische vragen door [eiseres] over de beoordeling en besluitvorming valt binnen de normale uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid en levert geen zelfstandige grond op voor verwijdering. De vragen waren inhoudelijk van aard waren en gericht op transparantie. Nu [dochter] de gevolgen draagt van de verstoorde verhouding tussen haar moeder en de school, had de school eerst minder ingrijpende maatregelen moeten overwegen, zoals bijvoorbeeld herstel van toets-inzage en objectieve herbeoordeling of bemiddeling. Uit het dossier blijkt niet van een zorgvuldig doorlopend traject, waarbij minder ingrijpende maatregelen zijn overwogen en gemotiveerd zijn verworpen. Volgens [eiseres] blijkt uit de gevoerde correspondentie dat zij herhaaldelijk om inzage in toetsen en correctiemodellen heeft gevraagd, juist om het gesprek inhoudelijk te kunnen voeren. [eiseres] stelt dat ook geen volwaardig hoor- en wederhoortraject heeft plaatsgevonden nu zij niet in staat is gesteld het inhoudelijke geschil te bespreken op basis van volledige informatie. De toets-inzage is niet gerealiseerd en relevante stukken waren niet (meer) beschikbaar. Gelet op dit alles heeft OMO gehandeld in strijd met haar verplichting om het belang van de leerling voorop te stellen en is haar besluit om [dochter] van school te verwijderen niet zorgvuldig genomen, aldus [eiseres] .

OMO stelt dat het besluit zorgvuldig is genomen. Zij heeft als bevoegd gezag in beginsel de vrijheid om volgens haar ongewenst gedrag als zodanig te kwalificeren en te sanctioneren, bijvoorbeeld met verwijdering. Ook het gedrag van ouders van een leerling mag aanleiding geven voor een sanctie. OMO mag daarbij eigen normen stellen, zulks binnen de geldende (wettelijke) regelingen.

OMO voert aan een zorgvuldig en proportioneel verwijderingstraject te hebben doorlopen, en waarbij is voldaan aan alle wettelijke vereisten. Volgens OMO is door toedoen van [eiseres] een onaanvaardbare situatie ontstaan. [eiseres] heeft ontregelend gedrag getoond dat door docenten en schoolleiding als zeer onveilig is ervaren. Voorts heeft zij aanhoudend informatie gedeeld met derden, waaronder instanties zonder directe betrokkenheid bij het onderwijs. De verzoeken om inzage in de door [dochter] gemaakte toetsen zijn ongebruikelijk, gelet op het van toepassing zijnde Leerlingenstatuut. Desondanks hebben een aantal docenten daaraan meegewerkt en hebben zij [eiseres] in de gelegenheid gesteld op school de door [dochter] gemaakte toetsen door te nemen. Dit heeft geleid tot een discussies met [eiseres] . Om tegemoet te komen aan [eiseres] , is bovendien bij hoge uitzondering een door [dochter] gemaakte toets opnieuw beoordeeld door andere docenten. Deze kwamen niet tot een andere uitkomst. Voormelde gang van zaken is niet alleen ongebruikelijk maar ook erg tijdrovend. De docenten zitten met het gedrag van [eiseres] in de maag, want als zij onvoldoende meewerken, krijgen zij de wind van voren. Ondanks opgelegde communicatiebeperkingen heeft [eiseres] in een niet aflatend patroon dwingende en onredelijke verzoeken gedaan om inzage in en herbeoordeling van toetsen, waarbij de integriteit en professionaliteit van docenten in twijfel wordt getrokken en er sprake is van openlijke gefundeerde beschuldigingen aan hun adres. Het gedrag van [eiseres] is steeds erger geworden, ondanks grote inspanningen van docenten en schoolleiding om met haar in gesprek te gaan, wat door haar herhaaldelijk is geweigerd. Het gedrag van [eiseres] is zodanig verstorend voor de docenten en het onderwijsproces, dat voortzetting van [dochter] ’s inschrijving onmogelijk is geworden. Er zijn geen aanwijzingen dat de vertrouwensbreuk met [eiseres] kan worden hersteld. De school wijst er nog op dat het verwijderingsbesluit is genomen op 7 november 2025, terwijl [dochter] vanaf september 2025 niet meer naar school is geweest. [dochter] heeft volgens de school belang bij een frisse start op een nieuwe school en het [school 2] is bereid haar die te geven.

De voorzieningenrechter stelt vast dat OMO bij het besluit tot verwijdering van [dochter] als leerling van het [school 1] de in artikel 8.15 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs 2020 vermelde eisen in acht heeft genomen. Het besluit is genomen door het bevoegd gezag, nadat een andere school bereid is gevonden [dochter] als leerling toe te laten. Bovendien heeft, anders dan [eiseres] meent, voldoende hoor en wederhoor plaatsgevonden. [eiseres] is uitgenodigd voor diverse gesprekken en zij heeft, nadat zij daar niet is verschenen, haar standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken. De omstandigheid dat [eiseres] voor het gesprek geen toetsinzage is verschaft en inzage is gegeven in andere volgens haar relevante stukken doet daar niet aan af nu haar vooraf te kennen was gegeven dat het gesprek alleen betrekking zou hebben op het verwijderingsbesluit. Het besluit is schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan [eiseres] bekend gemaakt. De omstandigheid dat [eiseres] het niet eens is met die motivering maakt niet dat het besluit onvoldoende is onderbouwd.

De voorzieningenrechter overweegt dat de verwijdering van een leerling van school een zeer verstrekkende maatregel is. De vraag die voorligt is of OMO in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen. Voor de beantwoording van de vraag is van belang dat de reden voor de verwijdering niet alleen gelegen hoeft te zijn in het gedrag van de leerling, maar dat ook het gedrag van de ouders van een leerling reden kan vormen om tot verwijdering van de leerling over te aan, zelfs als het gedrag van de leerling zelf onberispelijk is. Niet in geschil is overigens dat [dochter] een goede en prettige leerling is.

Uit de door OMO overgelegde correspondentie blijkt dat door [eiseres] zeer veel e-mails zijn gestuurd naar de school, waarin zij vraagt om inzage in door [dochter] gemaakte toetsen, antwoord- en beoordelingsmodellen en correctiecriteria. Nadat haar op 22 januari 2025 beperkingen zijn opgelegd in de communicatie met de school, is [eiseres] doorgegaan met het rechtstreeks benaderen van leraren. Ook heeft zij een gesprek met de leerlingencoördinator opgenomen en op een afgeschermd YouTubekanaal geplaatst.

[eiseres] heeft in haar e-mails, die zij ook aan derden heeft gestuurd, beschuldigingen gedaan van verstrekkende aard:

• “de ernstig onzorgvuldige en corrupte werkwijzen die binnen [school 1] en [scholengemeenschap] door enkele betrokkenen wordt gehanteerd” en “corrupte leraren op scholen”. (30 oktober 2025)

• “dat mevrouw (…) mijn dochter mishandeld en benadeeld. Dat is het geval nu. Mijn dochter durft net eens haar vragen te stellen, door de agressieve houding van die vrouw. (30 juni 2025)

• “U weet dondersgoed dat mijn dochter zeer benadeeld is met haar toetsen (…) Het eerder gesprek met de directie en heer (…) is nog onprofessioneler en er werd misbruik gemaakt van de wet- en regelgeving” (30 juni 2025)

• zoals eerder aangegeven, heb ik zorgen over de manier waarom mevrouw (…) ook andere docenten probeert te betrekken om mijn dochter een onterecht lagere beoordeling te geven.

• “specifieke zorgen rondom fraude”

Ook tijdens de mondeling behandeling is gebleken van het bestaan van een groot ongenoe-gen over de school aan de zijde van [eiseres] , gepaard gaande met beschuldigingen zoals het ongelijk behandelen van haar dochter omdat zij een hoofddoek draagt.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat [eiseres] de juistheid van haar ernstige beschuldigingen aan het adres van het [school 1] niet aannemelijk heeft gemaakt. Uit de door [eiseres] overgelegde berichten uit Magister blijkt dat [dochter] door de docenten wordt gezien als een fijne, positieve, hardwerkende leerling en in deze berichten wordt zij gestimuleerd om zo door te gaan en succes toegewenst. Dat haar werk op andere wijze dan bij andere leerlingen of onjuist is beoordeeld is evenmin aannemelijk gemaakt. Evenmin is gebleken van terechte bezwaren tegen de overgangsbeslissing.

Een school moet ook in de omgang met de ouders van de leerlingen tegen een stootje kunnen, maar de voorzieningenrechter is met OMO van oordeel dat de wijze waarop [eiseres] heeft trachten te komen tot inzage (door haar zelf), wijziging van cijfers en wijziging van het doorstroomadvies, voorbij redelijke grenzen is gegaan. De door het [school 1] bij het verwijdingsbesluit opgegeven redenen kunnen het verwijderingsbesluit dragen. Deze redenen bestaan uit de hoeveelheid en toon van de e-mails, het in twijfel trekken van de vakbekwaamheid en professionele integriteit van de docenten en het zonder toestemming maken van geluidopnamen van een gesprek met een leerlingcoördinator en dit op YouTube te delen, waardoor een onveilige en praktisch gezien onmogelijke werkrelatie is ontstaan voor de medewerkers van het [school 1] die met [dochter] en [eiseres] te maken hebben. Hierbij is van belang dat de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van de school met zich brengt dat ook de relatie met de gezaghebbende ouder werkbaar moet zijn en daarvan is geen sprake meer. De school heeft daarbij terecht ingeschat dat herstel van de werkrelatie niet meer mogelijk was. [eiseres] gaat mondeling overleg uit de weg door daar onredelijke eisen aan te stellen en volhardt ook in deze procedure in haar standpunt dat er sprake is van benadeling van [dochter] bij de beoordeling van de door haar gemaakte toetsen en van discriminatie door het [school 1] . Het bestuur van OMO moet voorts niet alleen de belangen behartigen van de leerlingen, maar ook die van de school en -als werkgever- van de medewerkers. OMO heeft in dit verband aangevoerd dat docenten hebben aangegeven dat zij zich onvrij te voelen om slechte cijfers aan [dochter] te geven. Ten slotte geldt dat bij [eiseres] een groot ongenoegen leeft over de beslissing van de school om [dochter] te plaatsen in havo 3 en zij is kennelijk niet in staat om die beslissing te accepteren. [dochter] is sinds het begin van het lopende schooljaar niet meer naar school gegaan en is feitelijk niet in havo 3 begonnen. Het verwijderingsbesluit is eerst van 7 november 2025. Dit alles leidt ertoe dat het OMO naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat zowel in het belang van de ontwikkeling van [dochter] als in het belang van OMO en haar medewerkers bij orde, rust en veiligheid op school, verwijdering van de school diende plaats te vinden.

De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat door OMO voorafgaand aan dat besluit lichtere maatregelen zijn genomen en aangeboden, zoals communicatiebeperking en het aanbieden van gesprekken en mediation. [eiseres] heeft daarbij echter op voorhand voorwaarden gesteld waarvan zij kon weten dat die voor de school onacceptabel waren omdat die juist onderwerp waren van het kerngeschil.

Mede gelet op de mogelijkheid voor [dochter] om haar onderwijs op het [school 2] te vervolgen, zijn de nadelige gevolgen van het verwijderingsbesluit in dit geval niet onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. OMO heeft verklaard dat het [school 2] [dochter] terstond zal accepteren als zij wordt aangemeld. Het enkele feit dat het [school 2] ook een OMO-school is en dat de rector van OMO deel uitmaakte van de bezwaarcommissie die het door [eiseres] ingediende bezwaar heeft behandeld, maakt niet dat het [school 2] aan een frisse start in de weg staat, nu door OMO onbetwist is gesteld dat het [school 2] een eigen locatiedirecteur heeft. Het staat [eiseres] uiteraard vrij om met [dochter] voor een andere school te kiezen.

Dit alles leidt tot de conclusie dat het besluit tot verwijdering van [dochter] ook na weging van de belangen over en weer in stand dient te blijven. Vorderingen 1 en 2 worden afgewezen.

toets-inzage en herbeoordeling (vorderingen 3 en 4)

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat het geschil over de beoordeling en toets-inzage, waarbij de kernvraag – hoe die beoordelingen tot stand zijn gekomen – door het [school 1] nooit volledig transparant is beantwoord. Door [eiseres] is herhaaldelijk om uitleg en inzage gevraagd waarop haar is medegedeeld dat de toetsen niet meer beschikbaar zijn. Er heeft geen onafhankelijke herbeoordeling van toetsen plaatsgevonden omdat deze door collega docenten zijn gedaan. [eiseres] heeft erop gewezen dat door [dochter] serieuze resultaten zijn behaald op de kernvakken en dat zij positieve beoordelingen heeft gehad in de woordrapporten, maar dat deze informatie niet volwaardig lijkt te zijn meegenomen bij het doorstroomadvies. Ook is de wijze waarop de docentenvergadering tot het stemmingsresultaat is gekomen niet inzichtelijk gemaakt en mist de correspondentie over het overgangsbesluit een concrete, individuele onderbouwing waaruit blijkt waarom vwo-voortzetting niet mogelijk zou zijn. Bij [eiseres] en [dochter] is de indruk ontstaan dat [dochter] niet op gelijke wijze is beoordeeld als haar klasgenoten.

OMO verwijst naar het van toepassing zijnde Leerlingenstatuut, waarin is bepaald dat docenten en leerlingen de gemaakte toetsen, de beoordeling daarvan en het antwoordmodel gezamenlijk in een (fysieke) les bekijken, waarbij leerlingen de gelegenheid krijgen om in de les vragen te stellen over de beoordeling. Ook kunnen leerlingen de docent verzoeken om een herbeoordeling. Het is ook de leerling die conform dit leerlingenstatuut, informeel en formeel kan ageren tegen de beoordeling van een toets middels een 'bezwaar'. [dochter] is deze vorm van inzage en herbeoordeling geboden. Inzage in de door [dochter] gemaakte toetsen is overigens niet meer mogelijk omdat de toetsen inmiddels -conform het door haar gevoerde beleid- zijn vernietigd, aldus OMO.

Gelet op de stelling van OMO dat er geen algemeen inzagerecht van ouders bestaat, heeft [eiseres] onvoldoende toegelicht op welke juridische grondslag haar inzage in de door [dochter] gemaakte toetsen zou moeten worden verschaft. Daarbij is van belang dat [eiseres] in deze procedure optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van [dochter] , en de school aan [dochter] conform het Leerlingenstatuut de mogelijkheid van inzage en herbeoordeling heeft geboden. Niet valt in te zien waarom die inzage en herbeoordeling opnieuw aan de wettelijk vertegenwoordiger van [dochter] , [eiseres] , zou moeten worden geboden.

Daarnaast kan de vordering met betrekking tot de inzage in de door [dochter] gemaakte toetsen niet worden toegewezen omdat OMO de toetsen heeft vernietigd.

Wat er ook zij van de handelwijze van OMO om lopende de discussie tussen partijen de door [dochter] gemaakte toetsen te vernietigen, staat de vernietiging aan het verschaffen van inzage in de weg. De voorzieningenrechter kan niet bepalen dat inzage moet worden gegeven in stukken die er niet meer zijn.

Los van de vraag of [eiseres] als wettelijk vertegenwoordiger van [dochter] recht heeft op herbeoordeling van de door [dochter] gemaakte toetsen, geldt ook hier dat herbeoordeling niet meer mogelijk is omdat die toetsen er niet meer zijn.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor gevorderde herbeoordeling van de overgangsbeslissing (overgang naar havo 3 in plaats van vwo 3) van OMO inzake [dochter] . De school heeft op dit punt een grote autonomie. De beslissing is begrijpelijk toegelicht. [eiseres] heeft al een klachtprocedure doorlopen. Door de Regionale beroepscommissie van OMO is geoordeeld dat alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende de school het besluit om [dochter] naar havo 3 te bevorderen en niet naar vwo 3 in redelijkheid heeft genomen. Uit wat door [eiseres] in deze procedure is aangevoerd en wat uit de overgelegde producties is gebleken, volgt niet dat sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie die de grondslag zou kunnen bieden voor een objectieve herbeoordeling door een derde.

Dit leidt ertoe dat vorderingen 3 en 4 worden afgewezen.

tijdelijke onderwijsvoorziening

Vordering 5 wordt ook afgewezen. De voorzieningenrechter volgt OMO in haar standpunt dat op haar geen zorgplicht meer rust voor het onderwijs van [dochter] na verwijdering, nu [dochter] per direct bij het [school 2] kan beginnen als zij daar wordt ingeschreven. Daarmee heeft OMO voldaan aan haar wettelijke verplichting op grond van artikel 8:15 lid 2 Wvo 2020.

conclusie

Dit alles leidt tot de conclusie dat het onrechtmatig handelen van OMO niet aannemelijk is gemaakt door [eiseres] , zodat de vorderingen worden afgewezen. De voorzieningenrechter acht het van groot belang dat [dochter] inderdaad spoedig een frisse start kan maken en roept [eiseres] in het belang van [dochter] op haar betrokkenheid met de schoolcarrière van [dochter] meer op de achtergrond vorm te geven.

Proceskosten

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van OMO worden begroot op:

- griffierecht € 735,00

- salaris advocaat € 1.177,00

- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 2.101,00

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.101,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet zij € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand