ECLI:NL:RBZWB:2026:492

ECLI:NL:RBZWB:2026:492

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 24/4182
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Forensenbelasting, ongegrond.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 april 2024.

De heffingsambtenaar heeft op 30 november 2023 aan belanghebbende een aanslag forensenbelasting voor het belastingjaar 2023 opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en, namens de heffingsambtenaar, mr. B. de Smit.

Aan het einde van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

Overwegingen

2. Belanghebbende heeft een stacaravan op [vakantiepark] in [plaats 2] . Zij gebruikt deze als vakantiewoning.

Op grond van artikel 223, eerste lid, van de Gemeentewet, kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De gemeente Borsele heeft aan deze bevoegdheid uitvoering gegeven met de Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting 2023 (hierna: de Verordening).

De WOZ-waarde van de stacaravan is per peildatum 1 januari 2022 vastgesteld op € 59.000. De heffingsambtenaar heeft op basis hiervan een aanslag forensenbelasting opgelegd voor het belastingjaar 2023 van € 170,00.

Tussen partijen is niet in geschil dat aan de voorwaarden voor de heffing van forensenbelasting is voldaan.

Volgens belanghebbende hoeft zij desondanks geen forensenbelasting te betalen omdat zij de caravan niet verhuurd, in combinatie met het feit dat er een toeristenbijdrage-overeenkomst is gesloten tussen VvE [vakantiepark] en de gemeente Borsele.

De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat forensenbelasting een andere belasting is dan toeristenbelasting. Daarbij heeft de heffingsambtenaar opgemerkt dat belanghebbende haar betaalde toeristenbijdrage bij VvE [vakantiepark] kan terugvragen, omdat zij al forensenbelasting betaalt aan de gemeente en deze belasting voorgaat op de toeristenbijdrage.

De rechtbank overweegt dat forensenbelasting niet hetzelfde is als toeristenbelasting. Beide belastingen hebben dan ook een andere wettelijke grondslag. De toeristenbijdrage-overeenkomst, die slechts ziet op de toeristenbelasting, verandert daarom niets aan de bevoegdheid van de heffingsambtenaar om forensenbelasting te kunnen heffen. Nu niet in geschil is dat aan de voorwaarden voor de heffing van forensenbelasting is voldaan en de rechtbank ook geen aanleiding ziet om hieraan te twijfelen, is sprake van een belastbaar feit in de zin van de Verordening. Dit betekent dat de aanslag forensenbelasting voor het belastingjaar 2023 terecht aan belanghebbende is opgelegd. Daarbij merkt de rechtbank op dat op zitting is vastgesteld dat belanghebbende de door haar betaalde toeristenbijdrage inmiddels ook heeft teruggekregen van VvE [vakantiepark] .

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep van belanghebbende ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omgeschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. F. de Jong, griffier.

Het proces-verbaal is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee dit proces-verbaal aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.L.E. Ides Peeters

Griffier

  • mr. F. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?