ECLI:NL:RBZWB:2026:4928

ECLI:NL:RBZWB:2026:4928

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-05-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 26/2603
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

mondelinge uitspraak, vv hangende bezwaar. Intrekken bijstandsuitkering, schenden inlichtingenplicht, geen informatie over de feitelijke verblijfplaats verstrekt.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B.G.M. de Ruijter),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker in verband met de intrekking van zijn bijstandsuitkering.

Met het bestreden besluit van 15 januari 2026, verzonden op 21 januari 2026, heeft het college de bijstandsuitkering van verzoeker ingetrokken per 1 oktober 2025. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter op 7 mei 2026 gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en namens het college mr. L.H.T. Hagebols.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen indien sprake is van een spoedeisend belang. Onweersproken is gesteld dat verzoeker al geruime tijd uitsluitend zorgtoeslag ontvangt. Zijn financiële reserves zijn inmiddels uitgeput. Vanwege een eerdere nabetaling is gewacht met het indienen van het verzoek. Dat verzoeker zich thans in een financiële noodsituatie bevindt, wordt door het college niet betwist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Dat betekent dat het verzoek inhoudelijk zal worden beoordeeld.

In het bestreden besluit is de bijstandsuitkering die verzoeker ontving per 1 oktober 2025 ingetrokken vanwege het niet verstrekken van informatie over zijn feitelijke verblijfplaats en vanwege het onvoldoende verstrekken van gegevens waaruit zou blijken dat hij niet betrokken is (geweest) bij een Duitse onderneming.

In het verweerschrift en ter zitting is door het college toegelicht dat het niet verstrekken van informatie over de feitelijke verblijfplaats in bezwaar als primaire grond voor het intrekken van de bijstandsuitkering zal gelden.

Niet ter discussie staat dat de gevraagde informatie omtrent de feitelijke verblijfplaats niet tijdig is verstrekt en dat deze gegevens van belang zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. Volgens vaste jurisprudentie mogen deze gegevens in beginsel ook worden verwacht van iemand die een zwervend bestaan leidt, zoals verzoeker.

Verzoeker heeft gesteld maar onvoldoende met stukken onderbouwd dat het voor hem niet mogelijk was de gevraagde informatie te verstrekken. Ter zitting heeft verzoeker toegelicht dat de personen bij wie hij heeft verbleven in gevaar zouden komen als hij meer concreet zou doorgeven waar hij verbleef. Dit standpunt is echter onvoldoende onderbouwd.

De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn standpunt dat de verplichting informatie over zijn feitelijke verblijfplaats te verschaffen, te verstrekkend zou zijn. Er waren immers aanwijzingen dat verzoeker buiten de gemeentegrens zou verblijven. De gegevens mochten gevraagd worden om vast te stellen of verzoeker daadwerkelijk binnen de gemeentegrens verbleef. Deze gegevens waren nodig om het recht op bijstand vast te stellen.

De op 8 april 2026 achteraf ingeleverde registratie is onvoldoende gespecifieerd om over de betreffende periode alsnog vast te stellen waar verzoeker heeft verbleven en of hij aanspraak kon maken op een bijstandsuitkering. Verzoeker heeft op 21 november 2025 ook anders verklaard. Er zijn bovendien aanwijzingen voor een verblijf van verzoeker in de gemeente Breda.

Nu verzoeker niet achteraf zijn verblijfsgegevens op een juiste wijze heeft gemeld, is sprake van schending van de inlichtingenplicht.

Ten aanzien van de aan verzoeker opgelegde aanvullende verplichting om ook vooraf te melden waar hij de komende week gaat verblijven, overweegt de voorzieningenrechter dat in de lopende bezwaarprocedure beoordeeld zal moeten worden of deze verplichting kon worden opgelegd en het besluit van 31 oktober 2025 kan worden gehandhaafd. Daarbij zal de e-mail van verzoeker van 21 november 2025 moeten worden betrokken.

Ten aanzien van het onvoldoende verstrekken van gegevens verband houdende met het niet-betrokken zijn bij een Duitse onderneming, overweegt de voorzieningenrechter dat in de bezwaarfase nader onderzocht zal moeten worden welke gegevens concreet van verzoeker worden verwacht. Daarbij zal hetgeen is aangevoerd over het faillissement van de Duitse onderneming en de correspondentie tussen de voormalig bewindvoerder van verzoeker en de Duitse curator moeten worden betrokken.

Nu er in elk geval met betrekking tot de verblijfplaats sprake is van schending van de inlichtingenplicht, is de verwachting dat het bestreden besluit in bezwaar (deels) zal standhouden. Er is geen aanleiding om verzoeker een voorschot te verlenen.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

4. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026 door mr. M. Snoeks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier.

De griffier is niet in de gelegenheid om het proces-verbaal te ondertekenen.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.A. Vermunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand