ECLI:NL:RBZWB:2026:4947

ECLI:NL:RBZWB:2026:4947

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 26/2931
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Voorlopige voorziening naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor het oprichten van een tijdelijke opvanglocatie voor statushouders/asielzoekers. Het college heeft het bezwaar van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat het college hen geen belanghebbenden vindt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat geen sprake is van spoedeisend belang.

Uitspraak

[verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3] , uit [woonplaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. G.G. Kranendonk),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, het college.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Centraal Orgaan opvang asielzoekers (vergunninghouder).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor het oprichten van een tijdelijke opvanglocatie voor statushouders/asielzoekers in [woonplaats] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in beroep niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het college heeft met het besluit van 30 oktober 2025 een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een tijdelijke opvanglocatie voor statushouders/ asielzoekers voor een periode van vijf jaar aan de [adres] in [woonplaats] . Met het bestreden besluit van 26 mei 2026, heeft het college het bezwaar van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat het college hen geen belanghebbenden vindt. Verzoekers wonen namelijk niet binnen 300 meter van de opvanglocatie. Bezwaren van enkele anderen zijn wel ontvankelijk geacht en inhoudelijk beoordeeld door het college.

3. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en hebben ook om een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter beslist in deze uitspraak alleen op het verzoek en niet op het beroep.

4. Verzoekers voeren aan dat sprake is van een spoedeisende situatie omdat de opvanglocatie medio juni 2026 in gebruik zal worden genomen. Opschorting van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning is volgens hen noodzakelijk om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, met name ten aanzien van de nu al ervaren sociale onveiligheid en parkeeroverlast die door de ingebruikname alleen maar zullen verergeren. Een vertegenwoordiger van het college heeft aan de griffier bevestigd dat de opvanglocatie vanaf 11 juni 2026 in gebruik zal worden genomen en dat vanaf dat moment de eerste bewoners zich in het pand zullen gaan vestigen.

5. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. Er moet sprake zijn van een situatie waarin de beslissing op bezwaar niet afgewacht kan worden, omdat het onmogelijk zal zijn om eventuele gevolgen van (de uitvoering van) het besluit te herstellen (onomkeerbaarheid). Anders dan verzoekers stellen, ziet de voorzieningenrechter geen reden om spoedeisend belang voor verzoekers aan te nemen vanwege de bewoning en de gevolgen die zij daarvan stellen te ervaren. Het college heeft het bezwaar van verzoekers immers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij (volgens het college) geen gevolgen van enige betekenis ervaren gelet op de afstand van meer dan 300 meter tot de opvanglocatie. Hemelsbreed gemeten op de website van Regels op de kaart, concludeert de voorzieningenrechter dat de afstand tussen het perceel van de projectlocatie en het perceel van verzoekers circa 300 meter is. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zijn daarom de gestelde gevolgen voor de sociale veiligheid en parkeeroverlast, voor verzoekers niet van enige betekenis. Bovendien is bewoning in een zekere mate omkeerbaar, in die zin dat de bewoning kan worden beëindigd in reactie op een eventuele vernietiging van de omgevingsvergunning in beroep. Daarom ziet de voorzieningenrechter onvoldoende spoedeisend belang bij het beoordelen van de vraag of verzoekers belanghebbenden zijn. Deze vraag kan in beroep worden behandeld. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A. de Kraker, griffier op 4 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.A. de Kraker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand