Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-069578-25, 02-193596-25 (gev. ttz), 02-179141-25 (gev. ttz), 02306154-25 (gev. ttz), 02-045407-26 (gev. ttz)
Vonnis van de meervoudige kamer van 5 juni 2026.
[verdachte] ,
geboren te [plaats] op [geboortedag] 1985,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. T. van Riel, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een aantal keer daklood heeft gestolen en drie winkeldiefstallen heeft gepleegd.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft de ten laste gelegde feiten grotendeels bekend dan wel niet weersproken, zodat de verdediging geen bewijsverweer voert.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Op zitting heeft verdachte de ten laste gelegde feiten bekend op twee na. Onder parketnummer 02-069578-25 weet hij van de tweede diefstal van koper bij [bedrijf 1] niet of hij daarbij is geweest. Onder datzelfde parketnummer kan hij zich de diefstal van daklood bij Boeren Bond niet meer herinneren. Maar als een getuige het zegt, zal het wel zo zijn.
Het medeplegen van de diefstal bij Boeren Bond kan wettig en overtuigend bewezen worden gelet op de aanhouding van verdachte ter plaatse en de verklaring van [getuige] . Gelet op de bekentenis van verdachte van de eerste diefstal van koper bij [bedrijf 1] en de bewijsbare diefstal bij Boeren Bond kan ook wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de tweede koperdiefstal bij [bedrijf 1] heeft gepleegd. Niet alleen gaat het bij de tweede diefstal om hetzelfde pand als bij de eerste, maar de tweede vond plaats tussen de eerste diefstal op 24 maart 2024 omstreeks 15:45 uur en de diefstal bij Boeren Bond op 26 maart 2024 omstreeks 19:30 uur. Ook bij de tweede diefstal is lood van de daktrim weggenomen, maar dan aan de andere kant van het gebouw dan bij de eerste diefstal. De rechtbank is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-069578-25
in de periode van 24 maart 2024 tot en met 26 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander (op 26 maart 2024) daklood, dat aan Boeren Bond toebehoorde, en (op 24 maart 2024 en in de nacht van 25 op 36 maart 2024) enig goed, dat aan [bedrijf 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
02-193596-25
op 19 februari 2025 te [plaats] meerdere winkelgoederen, die aan Jumbo toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om ze zich wederrechtelijk toe te eigenen;
02-179141-25
1.
in de periode 20 augustus 2024 tot en met 27 augustus 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander daklood, dat aan [benadeelde 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
op 5 september 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander daklood, dat aan [benadeelde 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
02-306154-25
op 22 augustus 2025 te [plaats] chocoladerepen, die aan Albert Heijn toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om ze zich wederrechtelijk toe te eigenen;
02-045407-26
op 21 november 2024 te [plaats] een barbecue, die aan [bedrijf 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De rechtbank heeft in de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit onder parketnummer 02-069578-25 verduidelijkt dat het om drie afzonderlijke diefstallen in vereniging gaat. Uit het dossier en de bespreking op zitting was voor alle betrokkenen duidelijk dat het om die drie diefstallen ging. Verdachte is door deze verduidelijking dan ook niet in zijn verdediging geschaad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en een proeftijd van twee jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging vindt een voorwaardelijke straf, met de daarbij door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend en refereert zich voor de strafsoort aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft in 2024 samen met een achterneef vijf keer koper of lood van daken gestolen. Zijn achterneef klom op de daken en haalde het koper of lood eraf, terwijl verdachte beneden wachtte met zijn scootmobiel. Daarmee vervoerden ze het koper en lood naar een oud ijzerboer, waar zijn achterneef € 1,20 per kilo kreeg. Van de opbrengst kocht zijn achterneef cocaïne, waarvan de toen verslaafde verdachte ook wat kreeg. De opbrengst was laag, maar de reparatiekosten voor de eigenaren van de daken waren steeds hoog. Daarnaast heeft verdachte in 2024 en 2025 in totaal drie winkeldiefstallen gepleegd. Ook dat zijn feiten die voor overlast en schade zorgen.
Van die schade en de overlast heeft verdachte zich niets aangetrokken in 2024 en 2025. Door de cocaïne voelde hij zich sterk. Hij was alleen bezig met drugs en om geld daarvoor te krijgen. Ook zijn moeder was aan cocaïne verslaafd, terwijl zij zijn alles was. Zij is in november 2025 overleden. De achterneef van verdachte zit inmiddels een langere gevangenisstraf uit. Verdachte zelf was op zitting al een aantal maanden clean en schaamde zich duidelijk voor wat hij in 2024 en 2025 had gedaan. Dat spreekt in zijn voordeel.
Positief is ook dat verdachte volgens het reclasseringsrapport van 28 januari 2026 sinds een aantal maanden beschermd en begeleid woont bij [instelling] . Getuige-deskundige mevrouw [deskundige] heeft dit op zitting bevestigd. Zij is GZ-psychologe en gedragskundige bij [instelling] en was met verdachte meegekomen. Ze heeft ook bevestigd dat verdachte licht verstandelijk beperkt is en niet aangeboren hersenletsel heeft door een herseninfarct.
Volgens de reclassering is de bestaande hulpverlening toegenomen door onder andere de regels van het beschermd wonen. Maar het is voor verdachte moeilijk om na te denken over wat hij doet. Dat komt door zijn licht verstandelijke beperking en zijn jarenlange alcohol- en drugsgebruik. Verdachte blowt nu nog. De reclassering adviseert daarom dat verdachte contact moet houden met hun. Verdachte moet ook meewerken aan controles op weedgebruik en dat leren beheersen. Mevrouw [deskundige] vindt dat een goed idee, omdat controleren voor de reclassering makkelijker is dan voor [instelling] .
De rechtbank heeft tot slot gezien dat verdachte een strafblad heeft, maar de laatste veroordeling daarop is van 2018. De rechtbank vindt het veel belangrijker dat verdachte sinds een aantal maanden hard aan zichzelf werkt en dat zelf ook belangrijk vindt. Hij heeft al een aantal maanden geen harddrugs gebruikt en zijn gedrag is al veel verbeterd. Volgens de reclassering kan de problematiek van verdachte verergeren als hij de gevangenis in moet. Dat kan ook slecht uitpakken voor het wonen bij [instelling] en de begeleiding daar. Het is beter voor verdachte dat het wonen en de begeleiding bij [instelling] niet stoppen. Dat vindt de rechtbank ook.
Daarom geeft de rechtbank verdachte de kans om door te gaan op de goede weg in de veilige omgeving van [instelling] . Dan is de kans het grootst dat hij niet opnieuw strafbare feiten pleegt. Dat is niet alleen belangrijk voor verdachte, maar ook voor de mensen die anders slachtoffer van verdachte zouden worden. Daarom zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van zes weken met een proeftijd van twee jaar. Verdachte zal ook contact moeten houden met de reclassering, vooral voor zijn weedgebruik.
7. De vordering van de benadeelde partij
02-069578-25
De benadeelde partij Grabo Onroerend Goed B.V., eigenaar van het pand van Boeren Bond, vordert een schadevergoeding van € 3.210,44. Het gaat om de kosten van het vervangen van het weggenomen daklood. De verdediging heeft de hoogte van deze schade niet betwist.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank geheel toewijsbaar.
Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 25 maart 2025.
De rechtbank zal daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald en andersom.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 36f, 47, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-069578-25
diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
02-193596-25
diefstal;
02-179141-25
feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen;
02-306154-25
diefstal;
02-045407-26
diefstal;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken;
- bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene
voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering van Novadic Kentron zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclassering van Novadic-Kentron op het adres Korte Raamstraat 3, 4814CJ te Breda;
- dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruikte leren beheersen van weed/ cannabis/ lijst II (softdrugs) in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
- geeft opdracht aan de reclassering van Novadic-Kentrontot voor het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Benadeelde partij (02-069578-25)
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Grabo Onroerend Goed B.V. van € 3.210,44 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het volledige bedrag;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, € 3.210,44 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 32 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het volledige bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Faouzi, voorzitter,
en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. R.J.H. de Brouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 5 juni 2025
De voorzitter oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
02-069578-25
hij, in of omstreeks 24 maart 2024 tot en met 26 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere hoeveelheden daklood, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Boeren Bond en/of [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming;
(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
02-193596-25
hij, op of omstreeks 19 februari 2025 te [plaats] een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art. 310 Wetboek van Strafrecht)
02-179141-25
1.
hij, in of omstreeks de periode 20 augustus 2024 tot en met 27 augustus 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere hoeveelheden daklood, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking en/of inklimming;
(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij, op of omstreeks 5 september 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere hoeveelheden daklood, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking en/of inklimming;
(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
02-306154-25
hij op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] chocoladerepen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art. 310 Wetboek van Strafrecht)
02-045407-26
hij op of omstreeks 21 november 2024 te [plaats] een barbecue, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
(art. 310 Wetboek van Strafrecht)