RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-022400-25, 09-175869-25 (gev.ttz)
vonnis van de meervoudige kamer van 5 juni 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
raadsman mr. D.T. Stoof, advocaat te Breda.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 mei 2026, waarbij de officier van justitie, mr. I.M. Peters, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Parketnummer 02-022400-25:
feit 1: samen met anderen, meerdere geldbedragen heeft witgewassen; feit 2: samen met anderen, een bankpas, pincode en geldbedrag heeft gestolen van [benadeelde 1] door zich voor te doen als een medewerker van een bank; feit 3: samen met anderen, een geldbedrag heeft gestolen van [benadeelde 1] door te pinnen met de gestolen pinpas;feit 4: samen met anderen, sieraden heeft gestolen van [benadeelde 2] door zich voor te doen als politieagent; feit 5: samen met anderen, sieraden en een contant geldbedrag heeft gestolen van [benadeelde 3] door zich voor te doen als politieagent; feit 6: samen met anderen, sieraden heeft gestolen van [benadeelde 4] door zich voor te doen als politieagent.
Parketnummer 09-175869-25:
feit 1: samen met anderen, een doosje met sieraden en munten heeft gestolen van [benadeelde 5] door zich voor te doen als een politieagent; feit 2: samen met anderen, een schaaltje met spelden, sieraden, een zilveren knoop en een goud tientje heeft gestolen van [benadeelde 6] en [benadeelde 7] door zich voor te doen als een politieagent.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 02-022400-25
De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 3, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte het geld heeft gepind. Ook wordt vrijspraak gevorderd voor feit 5, omdat de herkenning van verdachte niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De herkenning is namelijk gebaseerd op een foto die bij een ander feit hoort. De overige ten laste gelegde feiten kunnen bewezen worden.
Parketnummer 09-175869-25
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten bewezen.
Het standpunt van de verdediging
Parketnummer 02-022400-25
Voor de bewezenverklaring van de feiten 4 en 6 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 2, 3 en 5, omdat er onvoldoende bewijs is.
Parketnummer 09-175869-25
Voor de bewezenverklaring van de twee feiten refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Parketnummer 02-022400-25
Feit 1: witwassen
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat aangevers [benadeelde 8] , [benadeelde 9] en [benadeelde 10] op 29 november 2024 een sms hebben ontvangen, waarin staat dat zij een schuld bij de Belastingdienst hebben. De schuld moest direct worden betaald, anders zou er conservatoir beslag worden gelegd. De aangevers hebben in het sms-bericht op een link geklikt en een geldbedrag overgemaakt. Zij dachten dat dit naar de Belastingdienst was, maar het geldbedrag is overgemaakt naar een ING-rekening op naam van verdachte.
Op 5 december 2024 is aangever [benadeelde 11] gebeld door een zogenaamde bankmedewerker. Tegen [benadeelde 11] werd gezegd dat er is geprobeerd om geld van zijn rekening te halen en dat zijn geld veilig moest worden gesteld. Om het geld veilig te stellen moest hij dit overmaken naar een veilige rekening. [benadeelde 11] heeft het geldbedrag overgemaakt naar een ABN AMRO-rekening op naam van verdachte.
Uit het dossier blijkt niet dat verdachte de sms-berichten naar de aangevers heeft gestuurd (phishing) of dat hij zich heeft voorgedaan als een bankmedewerker (bankhelpdeskfraude). Wel staat vast dat verdachte kort voor deze feiten de bankrekeningen heeft geopend, dat deze op zijn naam staan en dat de bedragen die erop zijn gestort uit misdrijf afkomstig zijn, nu deze afkomstig zijn van phishing en bankhelpdeskfraude.
Voornoemde feiten en omstandigheden duiden zozeer op betrokkenheid van verdachte dat zij schreeuwen om een verklaring van verdachte. Deze verklaring is uitgebleven. Verdachte heeft bij de politie en op zitting zich enkel op zijn zwijgrecht beroepen.
Gelet op het kort voor de feiten openen van de rekeningen is er geen enkele aanleiding om aan te nemen dat het iemand anders was dan verdachte die tijdens de phishing en bankhelpdeskfraude toegang had tot de rekeningen. Verdachte had dus de beschikking over de rekeningen en had daarmee ook de geldbedragen die daarop zijn gestort voorhanden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen minst genomen redelijkerwijs moest vermoeden dat de op zijn rekening gestorte geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen.
Overige ten laste gelegde feiten: gekwalificeerde diefstallen
De rechtbank zal eerst per feit overwegen of verdachte de diefstal heeft gepleegd. Na bespreking van alle feiten volgt een overweging over het medeplegen.
Feit 2
Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 6 november 2024 een bankpas, pincode en geldbedrag heeft gestolen van [benadeelde 1] door zich voor te doen als een bankmedewerker. [benadeelde 1] is een dementerende man en kon zich het feit daardoor niet goed herinneren. Hij heeft een signalement gegeven. De verdachte zou 65 jaar zijn, geen baard of snor hebben, wel hoofdhaar en hij had een donkergrijs vestje aan. In het dossier zit de beschrijving van de camerabeelden van het complex waar [benadeelde 1] woont. Hieruit volgt dat [benadeelde 1] contact heeft gehad met verdachte. Verdachte wordt namelijk op die beelden door twee verbalisanten herkend. Over dit contact heeft verdachte geen alternatief scenario geschetst. Daarnaast komt het door [benadeelde 1] gegeven signalement - los van de leeftijd - overeen met verdachte. Het is dus verdachte geweest die de diefstal heeft gepleegd.
Feit 3
Onder feit 3 wordt aan verdachte verweten dat hij met de gestolen pinpas van [benadeelde 1] (feit 2) heeft gepind. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die dit heeft gedaan of dat zijn bijdrage van voldoende gewicht was, in die zin dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. Daarom wordt verdachte van dit feit vrijgesproken.
Feit 4
Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte sieraden heeft gestolen van [benadeelde 2] door zich voor te doen als een politieagent en de sieraden aan de deur op te halen.
Feit 5
Anders dan de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte sieraden en een contant geldbedrag heeft gestolen van [benadeelde 3] door zich voor te doen als politieagent. [benadeelde 3] heeft bij de aangifte een signalement van de dader gegeven: een man met half lang donker krullend haar. Dit komt overeen met het uiterlijk van verdachte ten tijde van zijn aanhouding op 20 oktober 2024. Daarnaast is op de telefoon van verdachte een chat gevonden waarin staat: 19 oktober 2024, [adres] . Dat is de datum waarop de diefstal is gepleegd en dit is het adres van [benadeelde 3] . Verder neemt de rechtbank mee dat bewezen is verklaard dat verdachte op 19 oktober 2024 al bij twee andere slachtoffers is geweest (feiten 4 en 6). Gelet op alle omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook deze diefstal heeft gepleegd.
Feit 6
Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte sieraden heeft gestolen van [benadeelde 4] door zich voor te doen als politieagent en de sieraden aan de deur op te halen.
Medeplegen feit 2, 4, 5 en 6
Bij alle diefstallen is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen. De slachtoffers van feiten 4, 5 en 6 werden namelijk gebeld door anderen die zich voordeden als een politieagent. Zij gaven aan dat de slachtoffers op een lijst stonden waar ingebroken zou gaan worden en vroegen of er sieraden, geld of andere waardevolle spullen in huis lagen. Bij feit 2 deed degene die belde zich voor als een bankmedewerker. Verdachte is vervolgens bij alle feiten degene geweest die de spullen bij de slachtoffers heeft opgehaald. Deze bijdrage is van voldoende gewicht om te concluderen dat sprake is geweest van medeplegen.
Parketnummer 09-175869-25:
Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de ten laste gelegde diefstallen wettig en overtuigend bewezen. Ook bij deze diefstallen is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen. Voor deze overweging verwijst de rechtbank naar wat hierboven is opgenomen onder medeplegen feit 2, 4, 5 en 6.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-022400-25
1in de periode van 29 november 2024 tot en met 5 december 2024 te Oosterhout en/of Lage Zwaluwe en/of te Zaandam en/of te Amsterdam en/of te Aalsmeer, meerdere geldbedragen, te weten- een bedrag van 702,89 euro en- een bedrag van 702,89 euro en- een bedrag van 702,89 euro en- een bedrag van 850,30 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
2op 6 november 2024 te Oosterhout, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en een pincode en een geldbedrag van 70 euro, die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als medewerker van een bank en/of- mede te delen dat er een probleem was met de pincode van de bankpas van die [benadeelde 1] en/of- naar de woning van die [benadeelde 1] toe te gaan en zich daarbij voor te doen als medewerker van de bank en/of- de pincode van de bankpas te ontcijferen en/of- mede te delen dat de bankpas en pincode en geldbedrag van 70 euro meegenomen moesten worden;
4op 19 oktober 2024 te Sprundel, gemeente Rucphen, tezamen en in vereniging met anderen, sieraden, die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 1] en/of [naam 2] , en/of
- mede te delen dato er in de omgeving van die [benadeelde 2] op diverse plaatsen was ingebroken en/ofo dat die [benadeelde 2] ook het risico zou lopen dat er zou worden ingebroken en/ofo dat wijkagent [naam 3] met de code ' [code 1] ' langs zou komen om naar de sloten te kijken en om waardevolle spullen te fotograferen en/of- naar de woning van die [benadeelde 2] te gaan en zich daarbij voor te doen als wijkagent [naam 3] , en de code ' [code 1] ' te noemen en/of- foto's te maken van de sloten in de woning van die [benadeelde 2] en/of- mede te delen dat de sieraden meegenomen moesten worden om op het politiebureau te fotograferen en mede te delen dat de zoon van die [benadeelde 2] de sieraden mee terug zou nemen;
5
op 19 oktober 2024 te Teteringen, gemeente Breda, tezamen en in vereniging met anderen,
- sieraden en- een contant geldbedrag van 80 euro,die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 4] , en/of- mede te delen dato er in de omgeving van de [straat] een inbraak had plaatsgevonden en/ofo de politie langs wilde komen om foto's te maken van de sloten en van de sieraden en/ofo politieagent [naam 5] meteen zou langskomen- naar de woning van die [benadeelde 3] toe te gaan en zich daarbij voor te doen als politieagent [naam 5] , en/of- te vragen of die [benadeelde 3] veel contant geld en sieraden in huis had en/of- een foto te maken van het slot van de voordeur en/of- het contante geld samen met de sieraden in het sieradenkistje te stoppen en/of- mede te delen dat die [benadeelde 3] het kistje morgen zou terugkrijgen;
6op 19 oktober 2024 te Rucphen, tezamen en in vereniging met anderen, sieraden, die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagent [naam 1] en/of [naam 2] , en/of- mede te delen dato er onlangs in de buurt van die [benadeelde 4] was ingebroken en dat het adres van die [benadeelde 4] ook op een lijst zou staan van woningen waar nog ingebroken zou worden en/ofo uit veiligheidsoverwegingen de sieraden geregistreerd moesten worden en dat er naar de sloten van de woning gekeken moest worden en/ofo wijkagent [naam 3] met de code ' [code 1] ' langs zou komen en naar de woning van die [benadeelde 4] te gaan en zich daarbij voor te doen als wijkagent [naam 3] , en daar de code ' [code 1] ' te noemen en/of- mede te delen dat de sieraden om 16.00 uur teruggebracht zouden worden;
Parketnummer 09-175869-25
1op 29 september 2024 te Gouda, tezamen en in vereniging met anderen, een doosje met sieraden en munten, die geheel of ten dele aan [benadeelde 5] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 6] , en/of- mede te delen dato er was ingebroken bij die [benadeelde 5] in de buurt en/ofo die [benadeelde 5] haar sieraden moest zoeken en op tafel moest leggen en/ofo een collega genaamd [naam 7] met de meldcode ' [code 2] ' langs zou komen en/of- zich bij de woning van die [benadeelde 5] voor te doen als [naam 7] van de politie en de meldcode ' [code 2] ' te noemen en/of- mede te delen dato er foto's gemaakt moesten worden van de sieraden en/ofo de sieraden meegenomen moesten worden voor het maken van een scan;
2op 29 september 2024 te Gouda, tezamen en in vereniging met anderen, een schaaltje met- spelden en- sieraden en- een zilveren knoop en- een goud tientje
die geheel of ten dele aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door
- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 8] en/of [naam 9] , en/of- mede te delen dato op internet geverifieerd kon worden dat [naam 9] bij de politie werkt en/ofo er was ingebroken bij een woning in de buurt van die [benadeelde 6] en/ofo bij de persoon die voor die inbraak was aangehouden, de bankpas van de echtgenote van die [benadeelde 6] , te weten die [benadeelde 7] , was aangetroffen en/ofo een collega genaamd [naam 10] met de meldcode ' [code 3] ' langs zou komen om foto's te maken van het hang- en sluitwerk en/of- naar de bij de woning van die [benadeelde 6] te gaan en daar de meldcode ' [code 3] ' te noemen en/of- foto's te maken van meerdere ramen in de woning van die [benadeelde 6] en/of- mede te delen dat er van de sieraden die in de kluis lagen foto’s en/of scans gemaakt moesten worden in de politieauto.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het jeugdstrafrecht van toepassing is en vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd. Aan de proeftijd dienen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om aan verdachte geen jeugddetentie op te leggen, maar een werkstraf. Bij verdachte is sprake van autisme en ADHD. Hij krijgt al enige tijd begeleiding van de jeugdreclassering en hij wil zich richten op de toekomst.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen en zes diefstallen van sieraden en geld van slachtoffers met een hoge leeftijd. De diefstallen zijn gepleegd door middel van een geraffineerde babbeltruc, waarbij verdachte de rol van ophaler heeft vervuld. De daders hebben zich voorgedaan als politieagent of bankmedewerker om het vertrouwen van kwetsbare ouderen te winnen. Door hen voor te liegen dat hun sieraden en geld niet veilig zouden zijn vanwege actieve inbrekers in de buurt, hebben zij de slachtoffers bewogen hun waardevolle bezittingen af te staan. Verdachte heeft daarbij sieraden weggenomen die voor de slachtoffers een emotionele waarde hadden. Dit betekent voor hun, naast materieel verlies, ook diep emotioneel verlies.
De rechtbank acht het zeer kwalijk dat bij deze vorm van diefstal doelbewust oudere slachtoffers worden uitgekozen en dat daarbij op doortrapte schaamteloze wijze misbruik wordt gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hen dachten te mogen hebben. Met deze werkwijze wordt bovendien het gezag van en het vertrouwen in de politie aangetast en dit heeft een ontwrichtend effect op de samenleving.
Extra kwalijk is dat de feiten bij de slachtoffers thuis hebben plaatsgevonden. Het gevoel van veiligheid dat iedereen in en rond het eigen huis zou moeten hebben, is hierdoor ernstig geschaad. Verdachte heeft zijn eigen gewin vooropgesteld, zonder zich te bekommeren om de uitwerking van zijn daden op de slachtoffers. Dit rekent de rechtbank hem zeer aan.
Ook acht de rechtbank het zeer kwalijk dat verdachte, na de aanhouding voor vijf diefstallen, door is gegaan met het plegen van deze ernstige feiten. De aanhouding heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om nog een keer van oude mensen sieraden en geld te stelen. Hier komt bij dat verdachte niet alleen de ophaler is geweest, maar ook geldbedragen voorhanden heeft gehad die afkomstig waren uit phishing en bankhelpdeskfraude. Vervolgens heeft verdachte in het geheel geen openheid van zaken gegeven en geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor deze ernstige feiten. Hij heeft bij de politie en op de zitting alleen een beroep gedaan op zijn zwijgrecht. Het feit dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn handelen, baart zorgen voor toekomst en weegt de rechtbank mee in het nadeel van verdachte.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 8 mei 2026, waarin wordt geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen en om aan verdachte bijzondere voorwaarden op te leggen. Bij verdachte is sprake van een autismespectrumstoornis, ADHD en een licht verstandelijke beperking. De kwetsbaarheid uit zich bij verdachte voornamelijk in hoe hij omgaat met deze beperkingen. Zo maakt het hem meer beïnvloedbaar dan leeftijdgenoten, waarbij de indruk is dat hij wil bewijzen dat hij, net als ieder ander, bepaalde dingen kan doen of wellicht durft te doen. Sinds de voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst, krijgt hij intensieve ambulante begeleiding. Hij heeft een goede band met zijn begeleider en de beschermende factoren zijn gegroeid. De kans op recidive is gemiddeld. Om deze nog meer te verlagen, moeten er voorwaarden worden opgelegd.
Gelet op het rapport van de reclassering zal de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen.
Gelet op de ernst van de feiten en de overige hiervoor genoemde omstandigheden kan hierop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.
Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Zij legt dus aan verdachte op een jeugddetentie van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de proeftijd worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld.
7. De benadeelde partijen
[benadeelde 4] (parketnummer 02-022400-25, feit 6)
De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert een schadevergoeding van € 5.302,00, bestaande uit € 2.802,00 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade.
De materiële schade bestaat uit gestolen sieraden. Om de hoogte van de schade te bepalen, heeft de benadeelde de sieraden laten taxeren. Uit de schadespecificatie blijkt echter niet op basis van welke informatie de taxatie is gedaan en hoe de bedragen zijn opgebouwd. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat de schade onvoldoende is onderbouwd en dat de vordering vragen oproept. De benadeelde partij was niet ter zitting aanwezig om de vragen te beantwoorden. Een verdere behandeling van dit deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dit deel niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De benadeelde partij heeft aangevoerd dat zij ook immateriële schade heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Verdachte heeft sieraden gestolen door zich bij de benadeelde voor te doen als politieagent. De sieraden waren familie erfgoed met een grote emotionele waarde. De benadeelde is verdrietig dat deze sieraden verdwenen zijn. De sieraden zijn onvervangbaar. Daarnaast ervaart de benadeelde gevoelens van angst en wantrouwen, omdat verdachte bij haar thuis is geweest. Gelet op de omstandigheden van het geval en de bedragen die in vergelijkbare zaken zijn toegekend, acht de rechtbank een vergoeding van € 500,00 billijk. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De rechtbank zal ten aanzien van de toegewezen schade (in totaal: € 500,00) de wettelijke rente toewijzen, gerekend vanaf 19 oktober 2024. De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door de mededader is betaald, en andersom.
[benadeelde 9] (parketnummer 02-022400-25, feit 1)
De benadeelde partij [benadeelde 9] vordert een schadevergoeding van € 702,89 aan materiële schade. Dit bedrag is van zijn rekening afgeschreven nadat hij op een link in een phishing-bericht heeft geklikt. Voor de rechtbank is echter onduidelijk of deze schade al is vergoed door de bank, nu de bank in veel gevallen deze schade vergoedt. De benadeelde partij was niet ter zitting aanwezig om deze vraag te beantwoorden. Een verdere behandeling van dit deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[benadeelde 5] (parketnummer 09-175869-25, feit 1)
De benadeelde partij [benadeelde 5] vordert een schadevergoeding van € 9.699,00 aan materiële schade. De schade bestaat uit de gestolen sieraden. Om de hoogte van de schade te bepalen, heeft de benadeelde de sieraden laten taxeren. Uit de schadespecificatie blijkt echter niet op basis van welke informatie de taxatie is gedaan en hoe de bedragen zijn opgebouwd. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat de schade onvoldoende is onderbouwd en dat de vordering vragen oproept. De benadeelde partij was niet ter zitting aanwezig om de vragen te beantwoorden. Een verdere behandeling van dit deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8. Het beslag (parketnummer 02-022400-25)
De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen telefoons vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. De telefoons zijn namelijk gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 77c, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit van parketnummer
02-022400-25;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 02-022400-25:
feit 1: schuldwitwassen, meermalen gepleegd;
feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels;
feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels;
feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels;
feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels;
parketnummer 09-175869-25:
feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels;
feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarden:
* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte meewerkt aan het toezicht door de jeugdreclassering en zich meldt op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte zinvolle dagbesteding heeft naar zijn mogelijkheden, dit ter beoordeling van de jeugdreclassering;
* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding van Inara Jeugdhulp of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering de begeleiding nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding;
- draagt deze gecertificeerde instelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
* 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: PL2000-2024269914-G2784397);
* 1 STK GSM (omschrijving: PL2000-2024269914-G2784394);
Benadeelde partij [benadeelde 4] (parketnummer 02-022400-25, feit 6)
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 4] van € 500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4] , € 500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 5 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Benadeelde partij [benadeelde 9] (parketnummer 02-022400-25, feit 1)
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Benadeelde partij [benadeelde 5] (parketnummer 09-175869-25, feit 1)
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. J.F.C. Janssen en
mr. S.C.S. van Bree, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 juni 2026.
Mr. Skalonjic is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging
Parketnummer 02-022400-25
1hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 november 2024 tot en met 5 december 2024 te Oosterhout en/of Lage Zwaluwe en/of te Zaandam en/of te Amsterdam en/of te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meerdere geldbedragen, te weten- een bedrag van 702,89 euro en/of- een bedrag van 702,89 euro en/of- een bedrag van 702,89 euro en/of- een bedrag van 850,30 euro,in elk geval enige geldbedragen,
Sub a- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of- gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
(art. 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art. 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art. 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art. 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 november 2024 tot en met 5 december 2024 te Oosterhout en/of Lage Zwaluwe en/of te Zaandam en/of te Amsterdam en/of te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meerdere geldbedragen, te weten- een bedrag van 702,89 euro en/of- een bedrag van 702,89 euro en/of- een bedrag van 702,89 euro en/of- een bedrag van 850,30 euro,in elk geval enige geldbedragen,
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;(art. 420bis.1 Wetboek van Strafrecht, art 420qtr.1 Wetboek van Strafrecht)2hij op of omstreeks 6 november 2024 te Oosterhout, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bankpas en/of een pincode en/of een geldbedrag van 70 euro, in elk geval enige goederen, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als medewerker van een bank en/of- mede te delen dat er een probleem was met de pincode van de bankpas van die [benadeelde 1] en/of- naar de woning van die [benadeelde 1] toe te gaan en zich daarbij voor te doen als medewerker van de bank en/of- de pincode van de bankpas te ontcijferen en/of- mede te delen dat de bankpas en/of pincode en/of geldbedrag van 70 euro meegenomen moesten worden;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
3hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 6 november 2024 te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 200 euro en/of een geldbedrag van 200 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijnmededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door zonder toestemming gebruik te maken van de pinpas van die [benadeelde 1] en/of de (bij de pinpas behorende) pincode;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
4hij op of omstreeks 19 oktober 2024 te Sprundel, gemeente Rucphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 1] en/of [naam 2] , in elk geval iemand van de politie en/of- mede te delen dato er in de omgeving van die [benadeelde 2] op diverse plaatsen was ingebroken en/ofo dat die [benadeelde 2] ook het risico zou lopen dat er zou worden ingebroken en/ofo dat wijkagent [naam 3] met de code ' [code 1] ' langs zou komen om naar de sloten te kijken en om waardevolle spullen te fotograferen en/of- naar de woning van die [benadeelde 2] te gaan en zich daarbij voor te doen als wijkagent [naam 3] , in elk geval iemand van de politie en/of de code ' [code 1] ' te noemen en/of- foto's te maken van de sloten in de woning van die [benadeelde 2] en/of- mede te delen dat de sieraden meegenomen moesten worden om op het politiebureau te fotograferen en/of mede te delen dat de zoon van die [benadeelde 2] de sieraden mee terug zou nemen;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
5hij op of omstreeks 19 oktober 2024 te Teteringen, gemeente Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,- een of meerdere sieraden en/of- een contant geldbedrag van 80 euro,in elk geval enig(e) goed(eren),dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 4] , in elk geval iemand van de politie en/of- mede te delen dato er in de omgeving van de [straat] een inbraak had plaatsgevonden en/ofo de politie langs wilde komen om foto's te maken van de sloten en van de sieraden en/ofo politieagent [naam 5] meteen zou langskomen- naar de woning van die [benadeelde 3] toe te gaan en/of zich daarbij voor te doen als politieagent [naam 5] , in elk geval als iemand van de politie en/of- te vragen of die [benadeelde 3] veel contant geld en sieraden in huis had en/of- een foto te maken van het slot van de voordeur en/of- het contante geld samen met de sieraden in het sieradenkistje te stoppen en/of- mede te delen dat die [benadeelde 3] het kistje morgen zou terugkrijgen;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
6hij op of omstreeks 19 oktober 2024 te Rucphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politiegagent [naam 1] en/of [naam 2] , in elk geval iemand van de politie en/of- mede te delen dato er onlangs in de buurt van die [benadeelde 4] was ingebroken en/of dat het adres van die [benadeelde 4] ook op een lijst zou staan van woningen waar nog ingebroken zou worden en/ofo uit veiligheidsoverwegingen de sieraden geregistreerd moesten worden en dat er naar de sloten van de woning gekeken moest worden en/ofo wijkagent [naam 3] met de code ' [code 1] ' langs zou komen en/of naar de woning van die [benadeelde 4] te gaan en zich daarbij voor te doen als wijkagent [naam 3] , in elk geval als iemand van de politie en/of daar de code ' [code 1] ' te noemen en/of- mede te delen dat de sieraden om 16.00 uur teruggebracht zouden worden;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht).
Parketnummer 09-175869-25
1hij op of omstreeks 29 september 2024 te Gouda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een doosje met één of meerdere sieraden en/of munten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 6] , althans iemand van de politie en/of- mede te delen dato er was ingebroken bij die [benadeelde 5] in de buurt en/ofo die [benadeelde 5] haar sieraden moest zoeken en/of op tafel moest leggen en/ofo een collega genaamd [naam 7] met de meldcode ' [code 2] ' langs zou komen en/of- zich bij de woning van die [benadeelde 5] voor te doen als [naam 7] van de politie en/of de meldcode ' [code 2] ' te noemen en/of- mede te delen dato er foto's gemaakt moesten worden van de sieraden en/ofo de sieraden meegenomen moesten worden voor het maken van een scan;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
2hij op of omstreeks 29 september 2024 te Gouda, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een schaaltje met- één of meer spelden en/of- één of meer sieraden en/of- een zilveren knoop en/of- een goud tientje
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door
- zich telefonisch voor te doen als politieagente [naam 8] en/of [naam 9] , althans iemand van de politie en/of- mede te delen dato op internet geverifieerd kon worden dat [naam 9] bij de politie werkt en/ofo er was ingebroken bij een woning in de buurt van die [benadeelde 6] en/ofo bij de persoon die voor die inbraak was aangehouden, de bankpas van de echtgenote van die [benadeelde 6] , te weten die [benadeelde 7] , was aangetroffen en/ofo een collega genaamd [naam 10] met de meldcode ' [code 3] ' langs zou komen om foto's te maken van het hang- en sluitwerk en/of- naar de bij de woning van die [benadeelde 6] te gaan en/of daar de meldcode ' [code 3] ' te noemen en/of- foto's te maken van meerdere ramen in de woning van die [benadeelde 6] en/of- mede te delen dat er van de sieraden die in de kluis lagen foto’s en/of scans gemaakt moesten worden in de politieauto;(art. 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art. 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht).