ECLI:NL:RBZWB:2026:5008

ECLI:NL:RBZWB:2026:5008

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 02-228745-25, 02-151101-25, 02-164433-25, 02-178344-25 en 02-014153-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vrijspraak van opzet- of schuldheling. Veroordeling voor elf andere strafbare feiten. Oplegging van een gevangenisstraf van 260 dagen, waarvan 70 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met bijzondere voorwaarden en met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-228745-25, 02-151101-25 (gevoegd), 02-164433-25 (gevoegd), 02-178344-25 (gevoegd) en 02-014153-26 (gevoegd)

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 juni 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1990 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,

raadsvrouw mr. E. van de Rakt, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) heeft de politierechter de zaken met de parketnummers 02-151101-25, 02-164433-25 en 02-178344-25 naar de meervoudige kamer verwezen.

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. R. in ’t Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd conform artikel 285 Sv.

2. De tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan

parketnummer 02-228745-25

feit 1: onttrekking van zijn minderjarige zoon aan het wettig gezag op 28 augustus 2025;

feit 2: diefstal van een bedrijfsauto, met daarin diverse goederen, op 24 augustus 2025;

feit 3 en feit 4: overtreding van een gedragsaanwijzing door zich op 23 en 31 juli 2025 te bevindingen op het perceel van zijn ouders;

feit 5: vernieling van een ruit op 31 juli 2025;

parketnummer 02-151101-25

feit 1: diefstal van een elektrische fiets, samen met een ander, op 16 mei 2025;

feit 2: opzet- dan wel schuldheling van een bus (Mercedes Vito), kentekenplaten en een aanhangwagen op 16 mei 2025;

parketnummer 02-164433-25

diefstal van een bus (Mercedes Sprinter) met daarin diverse goederen op 27 mei 2025;

parketnummer 02-178344-25

vernieling van een ruit en zonnewering op 11 juni 2025;

parketnummer 02-014153-26

feit 1: verzet bij zijn aanhouding door de politie met lichamelijk letsel bij een politieambtenaar tot gevolg op 9 juli 2025;

feit 2: het voorhanden hebben van 17 kogelpatronen aan munitie op 9 juli 2025;

feit 3: belediging van een politieambtenaar op 9 juli 2025.

3. De voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft begaan, met de opmerking dat bij twee feiten partiële vrijspraak moet volgen. In de zaak met parketnummer 02-178344-25 vordert de officier van justitie partiële vrijspraak van de vernieling van een zonwering en in de zaak met parketnummer 02-014153-26 voor feit 1 partiële vrijspraak van het lichamelijke letsel bij de politieambtenaar als gevolg van het verzet.

Het standpunt van de verdediging

parketnummer 02-228745-25

Feit 1: Onttrekking zoon aan het wettig gezag

De verdediging bepleit vrijspraak van dit feit. Verdachte erkent dat hij zijn minderjarige zoon heeft meegenomen terwijl hij geen gezag had. Er is echter geen sprake van (voorwaardelijk) opzet op onttrekking van zijn zoon aan het wettig gezag. Verdachte heeft zijn zoon niet meegenomen met het doel hem te onttrekken aan het gezag van moeder, maar juist vanuit de overtuiging dat zijn zoon in gevaar verkeerde. Daar komt nog eens bij dat zelf niet op de hoogte was hoe het gezag was geregeld. Hij was zelfs in de veronderstelling wettig gezag over zijn zoon te hebben.

parketnummer 02-151101-25

Feit 2: Opzet- of schuldheling

De verdediging bepleit vrijspraak van dit feit. Verdachte verklaart de Mercedes Vito te hebben geleend van een vriend. Hij wist niet dat deze bus en de daarop bevestigde kentekenplaten gestolen waren en had dit ook niet redelijkerwijs moeten vermoeden. Over de aanhangwagen verklaart verdachte ter zitting dat hij deze zelf op 16 mei 2025 heeft gestolen, zodat van heling geen sprake kan zijn.

parketnummer 02-014153-26

Feit 1: Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg

De verdediging bepleit partiële vrijspraak van het lichamelijk letsel bij de politieagent als gevolg van het verzet.

Voor de overige feiten voert de verdediging geen bewijsverweer.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

parketnummer 02-228745-25

Feit 1

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 28 augustus 2025 omstreeks 10.35 uur in [plaats 1] zijn destijds minderjarige zoon [minderjarige] van school heeft meegenomen en met hem naar het gemeentehuis in [plaats 2] is gefietst. [minderjarige] was die dag door zijn moeder naar school gebracht. Uitsluitend de moeder van [minderjarige] had het wettig gezag over hem en zij had verdachte geen toestemming gegeven om [minderjarige] die dag van school mee te nemen. Door dit toch te doen, heeft verdachte [minderjarige] feitelijk willens en wetens onttrokken aan het wettig gezag van moeder. De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Dat verdachte door drugsverbruik dacht dat hij [minderjarige] in veiligheid moest brengen, is niet relevant voor de bewijsvraag. Het is wel relevant voor de vraag in welke mate dit feit aan verdachte kan worden toegerekend. Dit komt later in dit vonnis aan de orde bij de strafoplegging onder 6.3.

parketnummer 02-151101-25

Feit 2

Verdachte bekent dat hij op 16 mei 2025 heeft gereden in een Mercedes Vito, met Roemeense kentekenplaten ( [kenteken 1] ) en een aanhangwagen. Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat deze bus, kentekenplaten en aanhangwagen op verschillende dagen in mei waren gestolen.

De aanhangwagen is op 16 mei 2025 tussen 13.00 en 17.00 uur gestolen aan [adres 2] . Verdachte is diezelfde dag tussen 15.15 en 15.40 uur rijdend met die aanhangwagen gezien aan [adres 3] , waar hij een elektrische fiets heeft gestolen. Gelet op het geringe tijdsverloop tussen de diefstal van de aanhangwagen en het moment waarop verdachte daarmee wordt gezien, gaat de rechtbank ervan uit dat het verdachte is die de aanhangwagen heeft gestolen, zoals hij op zitting heeft verklaard. Als steler van de aanhangwagen kan hij niet als heler daarvan worden aangemerkt en zal hij worden vrijgesproken van opzet- dan wel schuldheling.

De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van de opzet- dan wel schuldheling van de bus en de kentekenplaten. De Mercedes Vito is op 7 mei 2025 in [plaats 2] gestolen en de kentekenplaten ergens tussen 13 en 15 mei 2025 in [plaats 3] . Uit het dossier blijkt echter niet dat de bus of de kentekenplaten uiterlijke kenmerken vertoonden waardoor verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze gestolen waren of dat daarvoor andersoortige aanwijzingen waren. Verdachte was in het bezit van de sleutels van de bus en er was geen sprake van braaksporen. Zijn verklaring dat hij de bus met kentekenplaten tijdelijk van een Roemeense vriend had mogen lenen, kan niet als onaannemelijk terzijde worden geschoven.

parketnummer 02-178344-25

Verdachte bekent op 11 juni 2025 aan [adres 4] een ruit te hebben vernield. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier voor de ten laste gelegde vernieling van een zonnewering onvoldoende bewijs bevat, zodat verdachte daarvan partieel zal worden vrijgesproken.

parketnummer 02-014153-26

Feit 1

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het door verdachte bekende verzet lichamelijk letsel bij de betrokken politieambtenaar tot gevolg heeft gehad. In haar proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2025 vermeldt zij niet dat het verzet van verdachte bij haar tot lichamelijk letsel heeft geleid. Dat de op foto’s in de dossier zichtbare blauwe plekken op het lichaam van de politieambtenaar het gevolg zijn van dat verzet kan de rechtbank niet concluderen op basis van die foto’s zelf en ook niet in samenhang met de overige inhoud van het dossier. Verdachte zal daarom vrijgesproken van dat onderdeel van de tenlastelegging.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

parketnummer 02-228745-25

1

op 28 augustus 2025 te [plaats 1] , opzettelijk een [minderjarige] , geboren op [geboortedag 2] 2019, heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was;

2

op 24 augustus 2025 te [plaats 1] , een bedrijfsauto (merk/type Fiat Doblo, [kenteken 2] ) en een geldbedrag en een telefoon en een portemonnee, die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om ze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

op 23 juli 2025 te [plaats 2] opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 11 juni 2025, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant, door zich te bevinden aan [adres 4] ;

4

op omstreeks 31 juli 2025 te [plaats 2] opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 11 juni 2025, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant, door zich te bevinden aan [adres 4] ;

5

op 31 juli 2025 te [plaats 2] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] , toebehoorde, heeft vernield ;

parketnummer 02-151101-25

1

op 16 mei 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een ander een elektrische fiets, die aan [benadeelde 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 02-164433-25

op 27 mei 2025 te Roosendaal een bus en iPad en iPad hoes en gereedschap, die aan de gemeente Roosendaal toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om ze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 02-178344-25

op 11 juni 2025 te [plaats 2] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] , toebehoorde, heeft vernield;

parketnummer 02-014153-26

1

op 9 juli 2025 te [plaats 2] zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [benadeelde 4] (Hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door:

- zijn armen in te trekken,

- een van zijn voeten tegen het dienstvoertuig te duwen en

- zich (met kracht) los proberen te krijgen;

2

op 9 juli 2025 te [plaats 2] munitie van categorie II onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten 5 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle, en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 12 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle, voorhanden heeft gehad;

3

op 9 juli 2025 te [plaats 2] opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 4] (Hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: ''stelletje kankerlijers'' ;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 340 dagen, waarvan 150 dagen maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Hierop moet de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, in mindering worden gebracht, zodat verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis. Gezien de hardnekkige problematiek van verdachte vordert de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de verdediging is verdachte in de zaken met parketnummers 02-178344-25 en 02-014153-26 een aantal dagen van zijn vrijheid is beroofd, zonder in verzekering te zijn gesteld. Dit zijn onherstelbare vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv die moeten worden verdisconteerd in de strafmaat.

De verdediging verzoekt om verdachte een gevangenisstraf op te leggen, waarvan een deel voorwaardelijk met daaraan gekoppeld een aantal door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf dient daarbij de duur van het voorarrest niet te overstijgen, zodat verdachte direct een behandeling kan ondergaan en hij de reeds ingezette positieve veranderingen in zijn leven kan voortzetten. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank over de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden met uitzondering van de klinische opname van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een periode van zo’n drieënhalve maand schuldig gemaakt aan elf strafbare feiten, die divers van aard zijn. Het gaat om vervelende delicten, waarmee hij direct anderen heeft gedupeerd en/of angst heeft aangejaagd en daarmee een inbreuk heeft gemaakt op hun gevoelens van veiligheid. Daaronder zijn ouders en zijn ex-partner en hun toen zesjarige zoon. Zijn strafbare handelen heeft daarnaast tot schade en overlast geleid. Dit laatste geldt ook voor de door hem bekende diefstal van de aanhangwagen die verdachte op 16 mei 2025 stelt te hebben gestolen, maar die hem niet ten laste is gelegd.

Verdachte erkent dat hij door de omstandigheden waarin hij destijds verkeerde niet bij de gevolgen van zijn strafbare handelen heeft stilgestaan. Hij leefde op straat, gebruikte drugs en sliep nauwelijks, waardoor hij kampte met psychische problematiek. Intussen ziet hij de kwalijkheid van zijn handelen wel degelijk in en neemt hij hier verantwoordelijkheid voor. Het is tot hem doorgedrongen dat hij met hulp en begeleiding van zijn sociale netwerk en de reclassering zijn leven een positieve wending moet geven.

De persoon van de verdachte

Uit het strafblad van verdachte van 10 april 2026 blijkt dat hij veelvuldig eerder is veroordeeld, waaronder voor vernieling en overtreding van een gedragsaanwijzing. Die veroordelingen hebben verdachte niet weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

In zijn pro Justitia rapportage van 20 februari 2026 concludeert [psychiater] dat verdachte kampt met een ernstige stoornis in het gebruik van stimulantia, kortdurende psychotische overschrijdingen na gebruik van PVP (bekend als: flakka) en een in remissie zijnde matige stoornis in alcoholgebruik. De ernstige stoornis in het stimulantiumgebruik was volgens de psychiater tijdens alle feiten bij verdachte aanwezig. Alleen tijdens de onttrekking van zijn minderjarige zoon aan het wettig gezag op 28 augustus 2025 was er een matige psychotische stoornis door recent gebruik van flakka. Tijdens de overtreding van de gedragsaanwijzing op 23 juli 2025 was er mogelijk een verstoorde realiteitstoetsing door een paranoïde waan ten gevolge van gebruik van flakka. Bij de andere feiten was de realiteitstoetsing van verdachte niet verstoord. De psychiater adviseert om de onttrekking van de minderjarige zoon aan het wettig gezag in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Verminderd toerekenen, omdat verdachte bekend was met het feit dat hij een psychose met hevige angst kon ontwikkelen door het gebruik van flakka en slaapgebrek, maar dit middel desondanks bleef gebruiken. Voor de hiervoor genoemde overtreding van de gedragsaanwijzing onthoudt de psychiater zich van een advies over de mate van toerekening.

In lijn met de bevindingen van de psychiater rekent de rechtbank verdachte de onttrekking van zijn minderjarige zoon aan het wettig gezag in verminderde mate toe. Dit geldt ook voor de overtreding van de gedragsaanwijzing op 23 juli 2025. Uit het dossier volgt dat verdachte bij zijn aanhouding na deze overtreding emotioneel was en hierover verklaarde te hebben gehandeld vanuit de paniek dat er iets met zijn vader of moeder zou gebeuren. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte ook ten tijde van dit feit een verstoorde realiteitszin had als gevolg van het gebruik van flakka. De overige bewezenverklaarde feiten zijn naar het oordeel van de rechtbank geheel aan verdachte toe te rekenen.

Wanneer verdachte geen adequate behandeling krijgt voor zijn middelengebruik en emotieregulatieproblemen, schat de psychiater het risico op terugval in stimulantiumgebruik in als groot, waardoor paranoïde psychotische overschrijdingen kunnen ontstaan. Dit geeft een hoog risico op overlastgevend gedrag en strafbare feiten zoals diefstal, vernieling en overtreding van een gedragsaanwijzing. Het risico op onttrekken van zijn zoon aan het wettig gezag schat de psychiater in als matig, omdat gebleken is dat verdachte hier alleen naar handelt als de paranoïde psychose langer aanwezig is en hij niet kan worden gerustgesteld. Ter beperking van het recidiverisico beveelt de psychiater een behandeling aan die gericht is op het voorkomen van terugval in middelengebruik en het leren hanteren van emoties. Abstinentie van middelen acht de psychiater hierbij noodzakelijk.

In het reclasseringsadvies van 8 mei 2026 wordt het herhalingsgevaar bij verdachte ingeschat als hoog. Het drugsgebruik wordt daarbij als grootste risicofactor gezien, omdat dit hem ernstig uit balans brengt, voornamelijk op psychisch vlak. De reclassering sluit zich voor wat betreft de behandeling aan bij de bevindingen van de psychiater. De reclassering adviseert daarom verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met diverse bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft op zitting verklaard bereid te zijn om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden. Een klinische opname ziet hij echter niet zitten, omdat hij dan bij drugsgebruikers terechtkomt die geen goede invloed op hem hebben. Bovendien verblijft hij inmiddels in [plaats 4] , waar hij samen met een vriend een reparatiebedrijf voor motorfietsen aan het opzetten is. Hij vindt het zonde als dat ‘project’ en de door hem ingeslagen weg wordt doorkruist door een klinische opname.

Ondanks deze ingeslagen nieuwe weg heeft verdachte een terugval in het gebruik van flakka gehad, gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Daarna is hij op 6 mei 2026 opgenomen op een crisisafdeling van [GGZ-instelling] . Ter zitting heeft verdachte toegelicht dat hij door eenmalig gebruik van flakka direct een waan kreeg waarin hij bleef hangen, in paniek raakte, doodsbang werd en zes dagen wakker is geweest. Hij is hier naar eigen zeggen enorm van geschrokken en des te meer gemotiveerd om dit middel niet meer te gebruiken. De rechtbank waardeert de eerlijkheid van verdachte over deze terugval, maar ziet dit wel als een zorgelijke gebeurtenis.

Voor de door de verdediging terecht gestelde vormverzuimen volstaat de rechtbank met de constatering dat is nagelaten verdachte op die momenten in verzekering te stellen of om hem tijdig heen te zenden.

De op te leggen straf

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat passend en geboden is een gevangenisstraf voor de duur van 260 dagen, waarvan 70 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, en met oplegging van alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf. Daardoor hoeft verdachte nu niet terug naar de gevangenis.

De voorwaardelijke gevangenisstraf van 70 dagen met bijzondere voorwaarden moet verdachte stimuleren een pad te blijven bewandelen zonder strafbare feiten. De rechtbank vindt daarbij ook de bijzondere voorwaarde ‘opneming in een zorginstelling’ noodzakelijk, inhoudende een klinische opname. Het aanpakken van de middelenproblematiek ziet de rechtbank namelijk als essentiële stap voor verdachte om een stabiel en delictvrij bestaan op te kunnen bouwen. Daarvoor is juist een klinische opnamepassend, gelet op de ernstige stoornis in het gebruik van stimulantia van verdachte en de zeer recente terugval in het gebruik van het gevaarlijke en uiterst verslavend flakka. Daarom heeft de rechtbank ook gekozen voor een langere proeftijd van drie jaar.

De rechtbank zal niet bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het daarop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat niet aan het daarvoor geldende criterium van artikel 14e Sr wordt voldaan. Dat vereist dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dat kan op basis van het dossier niet worden geconcludeerd.

7. Het beslag

De teruggave

parketnummer 02-014153-26

Op 9 juli 2025 is bij verdachte een luchtdrukwapen in beslag genomen. De rechtbank stelt vast dat dit luchtdrukwapen geen verband houdt met de feiten waarvoor verdachte wordt veroordeeld en dat het voorhanden hebben van dit luchtdrukwapen op zichzelf niet strafbaar is. De artikelen 36c en 36d Sr bieden dan ook geen grondslag voor de onttrekking aan het verkeer van dit luchtdrukwapen. Daarom zal een last gegeven worden tot teruggave van de luchtbuks aan verdachte.

8. De vordering van de benadeelde partij

parketnummer 02-151101-25

De benadeelde partij [benadeelde 5] vordert een schadevergoeding van € 249,99 voor feit 2.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit deze schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 180, 184a, 266, 267, 279, 310, 311 en 350 Sr en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

parketnummer 02-151101-25

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 02-228745-25

feit 1: opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag;

feit 2: diefstal;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;

feit 4: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;

feit 5: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

parketnummer 02-151101-25

feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen;

parketnummer 02-164433-25

diefstal;

parketnummer 02-178344-25

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

parketnummer 02-014153-26

feit 1: wederspannigheid;

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 3: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 260 dagen, waarvan 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* meldplicht bij de reclassering

Verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de Verslavingsreclassering van zijn woongemeente;

* opneming in een zorginstelling

verdachte laat zich opnemen in een forensische kliniek, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zo spoedig mogelijk en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

* ambulante behandeling

verdachte verleent aansluitend aan de klinische behandeling zijn medewerking aan een (forensisch) ambulant vervolgtraject, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

* verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start als de reclassering dit wenselijk vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

* verbod verdovende middelen

verdachte gebruikt gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

- de van rechtswege geldende voorwaarden daarbij zijn:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: Luchtdrukwapen (PL2000-2025179365-2881528);

Benadeelde partij

parketnummer 02-151101-25

feit 2

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Lemmens, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 juni 2026.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlasteleggingen

parketnummer 02-228745-25

1

hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland, opzettelijk een [minderjarige] , geboren op [geboortedag 2] 2019, heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was;

( art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 279 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 24 augustus 2025, te [plaats 1] , een bedrijfsauto (merk/type Fiat Doblo, [kenteken 2] ) en/of een geldbedrag van ongeveer 150 euro en/of een telefoon en/of een portemonnee, in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

( art 310 Wetboek van Strafrecht )

3

hij op of omstreeks 23 juli 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, opzettelijk heeft

gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 11 juni 2025, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant, door zich te bevinden aan [adres 4] ;

( art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht )

4

hij op of omstreeks 31 juli 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 11 juni 2025, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant, door zich te bevinden aan [adres 4] ;

( art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht )

5

hij op of omstreeks 31 juli 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

parketnummer 02-151101-25

1

hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een elektrische fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 16 mei 2025 te Moerdijk, althans in Nederland, een Mercedes Vito busje en/of kentekenplaten ( [kenteken 1] ) en/of een aanhangwagen, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )

parketnummer 02-164433-25

hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Roosendaal een bus en/of iPad en/of iPad hoes en/of gereedschap, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de gemeente Roosendaal, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

( art 310 Wetboek van Strafrecht )

parketnummer 02-178344-25

hij op of omstreeks 11 juni 2025 te [plaats 2] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een zonnewering, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

parketnummer 02-014153-26

1

hij op of omstreeks 9 juli 2025 te [plaats 2] , zich met geweld en/of bedreiging met geweld,

heeft verzet tegen een ambtenaar, [benadeelde 4] (Hoofdagent bij de Eenheid

Zeeland-West-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door:

- meermalen (met kracht) zijn armen in te trekken,

- meermalen (met kracht) een van zijn voeten tegen het dienstvoertuig te duwen en/of

- zich (met kracht) los proberen te krijgen,

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten meerdere wonden en/of blauwe plekken bij die [benadeelde 4] ten gevolge heeft gehad;

( art 181 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 9 juli 2025 te [plaats 2] munitie van categorie II onder vier van de Wet wapens en munitie, te weten 5 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle

en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 12 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

3

hij op of omstreeks 9 juli 2025 te [plaats 2] opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 4] (Hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling

heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: ''stelletje kankerlijers'', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand