ECLI:NL:RBZWB:2026:503

ECLI:NL:RBZWB:2026:503

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 11886900 CV EXPL 25-3009 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vordering tot betaling van drie tandartsrekeningen. Volgens gedaagde zijn twee rekeningen al betaald en heeft de behandeling op de derde rekening niet plaatsgevonden. Vordering wordt deels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11886900 \ CV EXPL 25-3009

Vonnis van 28 januari 2026

in de zaak van

KIES KEURIG B.V.,

te Breda,

eisende partij,

hierna te noemen: Kieskeurig,

gemachtigde: C.A. van Houwelingen,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De zaak in het kort

Kieskeurig vordert betaling van drie facturen van [gedaagde] voor behandelingen aan zijn (kunst)gebit. Volgens [gedaagde] hoeft hij deze facturen niet te betalen. Twee facturen heeft hij al betaald en de behandeling vermeld op de derde factuur is nooit verricht. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat hij de twee facturen inderdaad betaald heeft. Kieskeurig heeft op haar beurt onvoldoende onderbouwd dat de behandeling op de derde factuur daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De kantonrechter wijst de vordering daarom deels toe. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

Op 28 november 2024 is [gedaagde] bij Tandartsenpraktijk Kieskeurig geweest.

Op 7 februari 2025 heeft Kieskeurig aan [gedaagde] een factuur gestuurd van

€ 136,69. Het gaat volgens die factuur om reparatie van een kunstgebit (prothese) met bijbehorende materiaalkosten op 20 januari 2025.

Kieskeurig heeft [gedaagde] op 11 februari 2025 en op 20 februari 2025 facturen gestuurd met 28 november 2024 als behandeldatum. Het gaat volgens die facturen om het maken en beoordelen van een kaakoverzichtsfoto à € 84,48 en een consult voor een periodieke controle à € 26,75.

Op 10, 13 en 24 maart 2025 heeft Kieskeurig aanmaningen aan [gedaagde] gestuurd voor de drie hiervoor genoemde facturen.

Op 14 juli 2025 heeft de gemachtigde van Kieskeurig een aanmaning gestuurd naar [gedaagde] . Daarna heeft Kieskeurig [gedaagde] gedagvaard.

4. Het geschil

Kieskeurig vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 302,99, vermeerderd met rente en kosten. Het genoemde bedrag bestaat uit het totaalbedrag van de drie genoemde facturen (€ 247,92), rente tot 28 augustus 2025 (€ 6,67) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 48,40). Kieskeurig baseert deze vordering op de behandelovereenkomst die zij stelt met [gedaagde] te hebben gesloten en te hebben uitgevoerd.

[gedaagde] voert verweer. Volgens hem heeft hij al betaald voor de behandelingen op 28 november 2024. Voor de behandeling aan de prothese, gefactureerd op 7 februari 2025, heeft hij niet betaald omdat deze niet heeft plaatsgevonden.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

De kantonrechter zal hierbij onderscheid maken tussen de facturen die gaan over

28 november 2024 en de factuur die gaat over 20 januari 2025.

5. De beoordeling

Facturen over 28 november 2024

[gedaagde] betwist niet dat hij op 28 november 2024 bij de tandarts is geweest voor behandeling en dat er toen ook een foto is gemaakt. Dat betekent dat tussen partijen een behandelovereenkomst is gesloten (art. 7:446 BW). Over de kosten die Kieskeurig hiervoor in rekening heeft gebracht heeft [gedaagde] ook geen verweer gevoerd. Dat betekent dat hij deze facturen zal moeten betalen. [gedaagde] stelt dat hij dat al heeft gedaan. Ter onderbouwing daarvan heeft hij twee bankafschrijvingen ingediend.

Op de bankafschrijvingen staan echter andere bedragen dan op de facturen, namelijk € 28,83 en € 94,68. De betaling van € 94,68 vond bovendien plaats op 23 januari 2025; dat is vóór het toezenden van de facturen op 11 en 20 februari 2025.

Kieskeurig betwist dat [gedaagde] de facturen van 11 en 20 februari al heeft betaald. Volgens haar zien deze betalingen op andere behandelingen aan het gebit van [gedaagde] . Gezien het genoemde verschil in de bedragen en de datum vindt de kantonrechter dat aannemelijk en [gedaagde] heeft hier in dupliek niets tegen ingebracht. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [gedaagde] , gezien de gemotiveerde betwisting van Kieskeurig, onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat hij de facturen van 11 en 20 februari 2025 inderdaad al heeft betaald. Hij zal deze dus alsnog moeten betalen. De vordering wordt in zoverre toegewezen.

Factuur over 20 januari 2025

Volgens [gedaagde] hebben de reparaties die in de factuur van 7 februari 2025 worden genoemd niet plaatsgevonden en hoeft hij daar dus ook niet voor te betalen. Hij heeft zich in 2024 tot Kieskeurig gewend om naar zijn prothese te laten kijken, met het verzoek om een overzicht te geven van wat eventuele reparaties zouden gaan kosten. Daarop is hem om een medicatieoverzicht verzocht. Een maand later is hij dit overzicht zoals afgesproken persoonlijk gaan afleveren bij Kieskeurig. Omdat hij daar, ook na een kwartier wachten, niemand aantrof, heeft hij de medicijnlijst bij de balie achtergelaten. Daarna heeft hij, behalve de facturen waar deze procedure over gaat, niets meer van Kieskeurig gehoord. Er is dus nooit een vervolgafspraak geweest en hij heeft ook nooit zijn prothese afgegeven ter reparatie.

Omdat Kieskeurig betaling van [gedaagde] vordert en [gedaagde] gemotiveerd betwist dat de behandeling aan de prothese heeft plaatsgevonden, ligt het op de weg van Kieskeurig om haar stelling voldoende te onderbouwen. Kieskeurig heeft dat naar het oordeel van de kantonrechter niet gedaan. Zij heeft in repliek enkel haar stelling herhaald, dat de behandeling wel heeft plaatsgevonden. Uit de factuur zelf kan dit echter niet worden opgemaakt. Andere stukken ter onderbouwing ontbreken. Zo had Kieskeurig bijvoorbeeld een nadere uitleg of verklaring van de betreffende tandarts kunnen indienen over de verrichte werkzaamheden. Zij heeft ook een dossierplicht op basis waarvan zij behandelingen zou moeten registreren (art. 7:454 BW), maar ook daarvan is in deze procedure niets terug te zien.

Het voorgaande betekent dat naar het oordeel van de kantonrechter niet is komen vast te staan dat [gedaagde] het bedrag uit de factuur van 7 februari 2025 aan Kieskeurig verschuldigd is. De vordering van Kieskeurig zal op dit punt daarom worden afgewezen.

Buitengerechtelijke kosten

Kieskeurig vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet zij controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Kieskeurig heeft meerdere aanmaningen naar [gedaagde] gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Kieskeurig heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Kieskeurig een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 48,40 worden toegewezen.

Proceskosten

[gedaagde] is voor een belangrijk deel in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten betalen. Omdat ook een belangrijk deel van de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen ziet de kantonrechter wel aanleiding om voor de berekening van het salaris van de gemachtigde het liquidatietarief te hanteren dat past bij het uiteindelijk toegewezen bedrag. De proceskosten worden daarom begroot op:

- kosten van de dagvaarding

146,14

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

80,00

(2 punten × € 40,00)

- nakosten

20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

381,14

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Kieskeurig te betalen een bedrag van € 111,23, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen van 11 februari 2025 en 20 februari 2025, telkens tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan Kieskeurig te betalen een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 381,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Onzenoort en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?