Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Jeugd
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-340096-23
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 juni 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 2006,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1] ,
raadsvrouw mr. V.C. Andeweg, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 26 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. G. Smid en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
samen met een ander of anderen heeft geprobeerd [slachtoffer] af te persen dan wel [slachtoffer] heeft bedreigd met de dood dan wel met zware mishandeling.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit ten aanzien van het primair ten laste gelegde vrijspraak, omdat er geen sprake is van medeplegen.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Voor een bewezenverklaring van medeplegen dient volgens vaste rechtspraak vast komen te staan dat bij het begaan van het strafbare feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat sprake is van medeplegen kan niet in algemene zin worden beantwoord, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij dient rekening gehouden te worden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering van de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van medeplegen. Verdachte is, in opdracht van anderen, naar [plaats] gereisd, werd daar opgewacht door een aantal mededaders, kreeg onderweg in de taxi te horen wat hij moest doen en kreeg daarbij een vuurwapen overhandigd. Bij de [adres 2] moest verdachte samen met een ander aangever [slachtoffer] afpersen, waarbij verdachte het vuurwapen heeft getoond en op aangever [slachtoffer] heeft gericht, terwijl een mededader op dat moment tegen aangever zei dat hij drie ton moest hebben. Verdachte en de mededader zijn vervolgens weggerend en ook de taxi met daarin de andere mededaders is weggereden. Verdachte heeft dus een essentiële rol gespeeld in de uitvoering van het delict, door het wapen te dragen en te richten op aangever. Alleen hiermee werd immers de dreiging met geweld vormgegeven. Bovendien heeft er tussen verdachte en de mededaders tijdens het strafbare feiten onderlinge afstemming plaatsgevonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte nauw en bewust met de mededaders heeft samengewerkt. Het handelen van verdachte kan worden beschouwd als een materiële bijdrage van voldoende gewicht om als medeplegen te kunnen kwalificeren.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen het primair ten laste gelegde medeplegen van de poging tot afpersing.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 23 december 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van drie ton, die aan die [slachtoffer] toebehoorde
- die [slachtoffer] dreigend heeft toegevoegd -zakelijke weergegeven- dat hij drie ton moest hebben en
- een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft gericht
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens psychische overmacht. Verdachte kon en behoefde redelijkerwijs geen weerstand te bieden aan de van buiten komende drang, omdat hij werd bedreigd met een vuurwapen en er werd gedreigd zijn moeder en zusjes te doden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat sprake is van psychische overmacht.
Het oordeel van de rechtbank
Van psychische overmacht is sprake in geval “van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden”.
Bij psychische overmacht gaat het in de kern om de vraag (1) of er sprake is van een zodanige druk dat in gemoede kan worden gezegd dat de wilsvrijheid van de verdachte is aangetast en (2) of van de dader in dit concrete geval redelijkerwijs te vergen valt dat hij weerstand biedt aan de druk van de omstandigheden.
Vast staat dat verdachte voorafgaand aan 23 december 2023 was gevraagd om pakketjes in ontvangst te nemen. Doordat zijn begeleider de pakketjes had teruggestuurd, is er een schuld ontstaan van verdachte aan degene die hem dit had gevraagd. Op 23 december 2023 heeft diezelfde persoon verdachte, onder dreiging van een vuurwapen, gevraagd naar [plaats] te reizen en is gedreigd om de moeder van verdachte te vermoorden. Eenmaal in de trein kreeg verdachte via Snapchat een foto met daarop de voordeur van de woning van zijn moeder en zusjes. Voor verdachte was duidelijk wat daarmee bedoeld werd; er stond op dat moment iemand voor de deur van zijn moeder. In [plaats] is verdachte vervolgens door anderen opgehaald, kreeg hij instructies en een wapen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte onder deze omstandigheden een zodanige druk van buitenaf ervoer, dat hij hieraan geen weerstand kon bieden. Verdachte heeft hiertoe verder nog aangegeven dat via Snapchat zijn locatie te zien was, zodat hij niet de mogelijkheid had om niet naar [plaats] te reizen, gelet op de dreigementen richting zijn moeder. Wel heeft verdachte nog ten tijde van het plegen van het feit geprobeerd zich aan die druk te onttrekken. Dit is hem niet gelukt. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat verdachte zich ten tijde van het strafbare feit in een vreemde stad bevond en daar op dat moment niet weg kon. Ook hier is van belang dat zijn locatie zichtbaar was en dat hij eerder zelf met een wapen was bedreigd én er dreigementen richting zijn moeder waren geuit. Deze combinatie van factoren, maakt dat naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs niet van verdachte te vergen was dat hij (meer) weerstand bood aan de druk van die omstandigheden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het beroep op psychische overmacht slaagt. Verdachte zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
6. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 45, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
7. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen
- verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Tempel, voorzitter,
en mr. D.H. Hamburger en mr. J.P.E. Mullers, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 juni 2026.
De voorzitter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 23 december 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van drie ton, in elk geval een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)
- die [slachtoffer] dreigend heeft toegevoegd -zakelijke weergegeven- dat hij drie ton moest hebben en/of
- een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft gericht, althans getoond
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 december 2023 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een vuurwapen te richten op die [slachtoffer] , in elk geval een vuurwapen aan die [slachtoffer] te tonen;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )